TIPS     

  UPDATE 08 - 11 - 2011

 

CD-TIP: Bonnie Prince Billy - Wolfroy Goes To Town (Domino/Munich) Sinds 1999 brengt Will Oldham bijna jaarlijks een nieuw album uit. De man staat niet bekend om zijn vrolijke noten, maar zijn songs zijn wel vaak wonderschoon, zeker als hij ook dames vocaal inzet. Zijn nieuwe album Wolfroy Goes To Town lijkt een poging terug te gaan naar de meest kale basis waaruit een liedje kan bestaan: een paar simpele akkoorden, fluisterstemmen, diepgravende woorden en prachtige melodieën. Het album begint hartverscheurend traag met de countrysong No Match, dat je meteen bij je nekvel grijpt, hoe sober ook vormgegeven. Het blijkt achteraf nog een van de meest gangbare tracks van de tien, want de songs erna lijken voor de luisteraar nog het meest op een oefening in nederigheid en de adem in houden. Iedereen de kamer uit, de gordijnen dicht, de klok stil. Dan de gedachten naar een onooglijk stuk boerenland verplaatsen, Bonnie Prince Billy toelaten en genieten van We Are Unhappy. (WJ/BN DeStem)

CD-TIP: BEIRUT – THE RIP TIDE
Met het 2de album The Flying Club Cup brak zanger/componist Zach Condon definitief door naar een breed publiek. De een kwart eeuw geleden in Santa Fe (New Mexico) geboren Condon is een romanticus, gek op Europese muziek (vooral die uit De Balkan) en schrijft graag meeslepende, naar plaatsen genoemde songs. Melodieuze hoogstandjes zijn het vaak, heel stemmig, of juist uiterst uitbundig voorzien van blazers. Ook blijkt hij op dit 4de album The Rip Tide opnieuw niet vies van op het eerste gehoor wat haaks op die blazers staande elektronica. Na albums geïnspireerd op Frankrijk, Hongarije en Turkije is dit, gelet op de plaatsnamen, zijn Amerikaanse album. Het is tevens zijn meest melancholische en toegankelijke plaat. Het tempo is traag, de zigeuner in hem lijkt een vastere staanplaats (momenteel in Brooklyn) gevonden te hebben en er mag soms zelfs zachtjes gedanst worden. (WJ / BN DeStem)

CD TIP 2: GOTYE – MAKING MIRRORS
Kijk naar de videorecensie en naar de clip van de al ruim 5 miljoen keer bekeken single: http://www.bndestem.nl/algemeen/show/9465471/Poprecensie-Willems-keuzeGotye.ece

CD-TIP 1: ROOSBEEF – OMDAT IK DAT WIL
De titel komt een stuk zelfverzekerder over als Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten van haar vorige album, gemaakt in 2008. Roos Rebergen is een paar jaar verder met haar leven en vooral ook met haar band, die hier duidelijk een prominentere rol toebedeelt krijgt. Minder pianoliedjes, meer energie en bandjesmuziek. Gelukkig is haar originele kijk op het leven gebleven. En ook als die kijk minder eigenwijs en meer herkenbaar is, verwoordt Roos dat op sublieme wijze. Met prachtige korte zinnetjes, die ze erg vaak herhaalt. Dat scherpe oor voor karakteristieke zinnen deelt ze met labelgenoot Spinvis, hoewel ze er heel anders mee omgaat. De mooiste? ‘Ik hield mijn buik voor je in, want ik ken je pas net’, uit het hoog, licht hysterisch gezongen liefdesliedje Niet Uitmaken. Een song met een opvallend noisy eind, een echt bandproduct, opgenomen tijdens een energieke week in de Vlaamse Ardennen. Heerlijk ook om live te spelen straks, met producer/muzikant Tom Pintens (voorlopig) als toegevoegd bandlid, omdat het zo goed klikt. Dat brengt het aantal Belgen in Roosbeef op twee, want ook gitarist/toetsenist Wannes Cappelle (Het Zesde Metaal) is nog altijd van de partij. Pintens en Rebergen hebben geen enkele moeite gedaan om de liedjes in te tomen of compact te houden. Sleutelsong Als Je Me Zoekt, handelend over haar innerlijke onrust en tegenstrijdigheden, kent de fraaiste minutenlange uitloop sinds Mia van Gorki. Roos strooit tussen die krachtige muziek (het grappige Sneeuw rockt!) met geweldige levenswijsheden. ‘We zijn graag op onszelf, maar liever niet alleen’ is er een voor op een tegeltje. Sterk is ook de omschrijving van haar bovenkamer die te weinig rust vindt: ‘Ze gooien me in het diepe, zonder bandjes, zonder boot, zonder kennis of diploma, zonder slag, zonder stoot. Ik heb ze niet in de hand, die hersens van mij. Is het mogelijk dat ze gaan slapen, dat ze kruipen onder de wol, zich uitstrekken en nog eens omdraaien, omdat ik dat wil?’ Ik zou het haar van harte gunnen. Als ze maar wel om de paar jaar met een nieuwe reeks liedjes van dit niveau blijft komen. Omdat ik dat wil. (WJ/OOR)

CD-TIP 2: RED HOT CHILI PEPPERS – I’M WITH YOU
In de jaren tachtig waren ze wegbereiders van de cross-over tussen funk en rock. De komst van de jongere gitarist/songsmid John Frusciante zorgde vanaf 1988 in 2 fasen voor meer pop en veel echte liedjes, die Antony Kiedis meer liet zingen dan rappen en de band een breder publiek verschafte. Frusciante verdween in 2008 en hoe zouden de (bijna) vijftigers die klap te boven komen? De weer tien jaar jongere Josh Klinghoffer vult dat gat op het 10e album I’m With You nagenoeg naadloos op. Opnieuw zijn er die heel karakteristiek klinkende liedjes vol melancholieke zanglijnen die Kiedis net haalt. Het geheel is echter wat luchtiger, er is weer iets meer van funk te genieten, maar er zijn ook drie songs met een piano, een met een orgel (van Money Mark) en ook horen we een verdwaalde trompet en slimme koortjes. De liedjes zijn sterk, de productie van Rick Rubin is top en de Peppers zijn helemaal terug. (WJ/ BN DeStem)

CD-TIP: MY MORNING JACKET – CIRCUITAL
Tien jaar geleden serveerde Jim James nog broodjes in een restaurant en vertelde hij me een reïncarnatie te zijn van een singer-songwriter uit de jaren zestig. Ook toen schreef hij briljante liedjes, alleen nam hij het met het opnemen daarvan nog niet zo nauw. Ook op Circuital, het 6e studioalbum, laat James ruimte voor spontaniteit (hij nam de cd grotendeels live op), maar de klasse van zijn band uit Kentucky en zijn soms tot het randje gaande stem laten dat na al die jaren nu wel toe. De diversiteit is groot. Een paar songs zijn spannend, stevig, dynamisch of verrassend afwijkend. In Holdin On To Black Metal wordt zowaar een dameskoor ingezet. Het beste is James in vorm als hij zich overgevoelig laat gaan in rustige songs, begeleid door spaarzame drums, een piano, een cello of een typerend meehuilende lapsteel, zoals in Moving Away en het beeldschone Wonderful (The Way I Feel). Daar is geen woord van gelogen. (WJ / BN DeStem)


CD TIP: DEATH CAB FOR CUTIE – CODES AND KEYS
Eens in de paar jaar komt er een album uit waar voor het gevoel alles aan klopt. Codes And Keys, de 7e van deze in 1997 opgerichte Amerikaanse band is er zo een. De naam Death Cab For Cutie is afkomstig van een song van de Bonzo Dog Doo-Dah Band uit de film Magical Mystery Tour van The Beatles. Dat getuigt al van smaak. Bovendien bezit de band met Ben Gibbard (ook actief in het meer elektronisch georiënteerde The Postal Service) een juweel van een stem en tekstschrijver. De groep werd al een paar jaar gezien als een sterke gitaarband in de sector indiepop, met dit album gaan ze, net als Snow Patrol een paar jaar geleden en The National vorig jaar, een veel breder publiek aanspreken. Op dit album vertaalt dat zich in nergens voor de hand liggende, diepgaande, maar toch erg aantrekkelijk in het gehoor liggende parels van popliedjes, met meer toetsen en strijkers. Volgend jaar Rock Werchter? (WJ / BN DeStem)

CD TIP: ARCTIC MONKEYS – SUCK IT AND SEE
Het meest gelauwerde Britse bandje van deze eeuw is aan hun vierde langspeler toe. Weer een stapje verder richting volwassenheid? ‘You’re rarer than a can of dandelion and burdock. And those other girls are just postmix lemonade’, zing tekstschrijver Alex Turner overtuigend in titelsong Suck It And See. Het tempo is wat lager, de koortjes zijn wat beter uitgewerkt, de onderwerpen soms iets serieuzer. Maar wat blijft deze band verschrikkelijk sterke popliedjes maken, met genoeg scherpe kantjes nog, humor (Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair) en die eigenzinnige tongval van een geniaal straatschoffie. Nog slechts een enkele keer hoor je de rauwe energie van dat machtige debuut uit 2006 terug en ook vergaloppeert de band zich voor het eerst met iets dat op een simpele persiflage van een rocknummer lijkt (Brick By Brick). Eén mispeer op wederom een ijzersterk album, dat blijft een knappe score. (WJ / BN DeStem)

CD TIP: FITZ AND THE TANTRUMS
Blanke soul haalt het volgens de een nooit bij die van de zwarte mensheid. Volgens anderen bewezen Dusty Springfield, Amy Winehouse, Eli Paperboy Reed en Adele dat hun soul wel degelijk van hoog niveau kan zijn. Tegenstanders verwijten de uit L.A. afkomstige Fitz And The Tantrums dat het louter Motown- en Stax-klassiekers recyclet, fans gaan uit de bol als de swingende track MoneyGrabber van deze gitaarloze band uit de luidsprekers knalt. Een oud kerkorgel wees voorman Michael Fitzpatrick (Fitz) de weg richting deze bezielde muziek. Het zijn zijn songs, het warme spel van de andere bandleden en vooral die volle strot van zangeres Noelle Scaggs die dit album iets extras verschaffen. Live schijnt de band zelfs een dampende stoomwals met een bruisende soulrevue te zijn. ‘Nauwelijks van echt te onderscheiden’, schreef De Telegraaf onlangs over deze cd. Dat is een belediging. Dit is echt, en blank ja. (WJ/BN DeStem)

CD TIP: Foo Fighters – Wasting Light
Het zat er al een paar jaar aan te komen, maar in 2011 gaat dan eindelijk gebeuren: Foo Fighters wordt de grootste rockband op aarde. Dit is het U2 voor rockliefhebbers die een generatie jonger zijn dan die fans van Bono en die Ier eigenlijk maar een te braaf soort nieuwe priester vinden. Dave Grohl, dat is andere koek. Die zat in Nirvana (achter de drums), maar heeft als zanger/gitarist nu op het zevende album van Foo Fighters precies de juiste toon en kracht gevonden om én heerlijk te knallen én niemand de gordijnen in te jagen, omdat de songs bulken van de gave gitaarriffs, strakke ritmes én pakkende melodieën. Waar op alle vorige albums wel iets te veel zwakke plekken waren aan te wijzen, daar blinken de songs nu uit in eenvoud en schittert zijn band van souplesse. De productie is ook top. Daarvoor tekende Butch Vig, drummer in Garbage, maar belangrijker, producer van Nevermind van… Nirvana. (WJ / BN DeStem)

CD TIP: THE STROKES – ANGLES
Begin deze eeuw werd dit vijftal uit New York plots ingehaald als de nieuwe redders van de alternatieve rockmuziek. Het debuut was inderdaad sterk, maar natuurlijk waren dit kinderen van Lou Reed, Andy Warhol, Syd Vicious en Joey Ramone. En Albert Hammond niet te vergeten, want Albert Jr. is wel degelijk diens zoon. Tien jaar later is The Strokes terug een modaal bandje. Ze hebben nooit, zoals The White Stripes of Arctic Monkeys dat wel konden, de stap naar een groter publiek kunnen maken. Toch is hun 4e cd Angels weer best aardig, als alternatief plaatje, van een bandje uit het clubcircuit i.p.v. op de mainstage van Werchter. Julian Casablancas heeft nog altijd die nasale, ietwat vervormde stem, die dankzij het mooie zeurderige toontje perfect bij zijn liedjes van drie minuten past. Die bevatten inmiddels wel evenveel elektronica als gitaren. Geeft niets. Lekker marginaal laten rommelen, deze jongens. (WJ / BN DeStem) (Zie: http://www.youtube.com/watch?v=OwxcQvB_vcQ )
 

CD TIP: DE STAAT - MACHINERY
Met de release van debuut Wait For Evolution hadden we twee jaar geleden meteen al het gevoel dat er een bijzonder bandje was opgestaan. Terwijl die cd toch eigenlijk een soort soloproject was van zanger/componist/muzikant/producer Torre Florim, met laptop en een gitaar. Het album was rijk aan ideeën, originele invalshoeken en vooral speelse accenten, ritmes, koebellen en koortjes. Een soort rijpe Amerikaanse rootsmuziek, afkomstig uit de Hollandse polder. De podiumband ontstond later, maar vormt nu wel het grootste verschil op de schitterend vormgegeven opvolger Machinery. Florim heeft nog altijd ideeën zat, de ritmes, koortjes, vreemde geluidjes en andere avontuurlijke spielerei winnen hier wel degelijk veel aan kracht nu ze door een als een machine opererende band worden uitgevoerd, live, ook in de studio tegelijk spelend. Er staan een paar echte popsongs op Machinery, met een kop, een staart, een middenrif en een melodielijn die zich direct in je bovenkamer nestelen (I’ll Never Marry You), maar opvallender is het grote aantal songs met een sterk ritmische karakter. Zowel moordsingle Sweatshop (met zangeres Kelly Thijssen), Ah, I See als het bijna hilarische Old MacDonald Don’t Have No Farm No More zijn aanstekelijk, basic en bezitten leuke tekstuele vondsten. Pure Psycho Disco vol productionele grapjes. Zoals bijvoorbeeld Grampall Jookabox op Ropechain, maar dan met een mix van blues, funk en electro, en steeds minder stonerrock op de manier, zoals held Josh Homme die maakte. Florim omschrijft de nieuwe sound als een combi van de ritmes en klankvelden van minimalist Steve Reich met het rauwe analoge geluid van de garagerockers Dead Weather. Goed referentiekader, maar je mag ook gewoon aan een superband vol ratten in bloedvorm denken, die met oerdrums, gitaren en samples 2011 een stukje vuiger en leuker maakt. Weg bij Excelsior Recordings om nog meer internationaal te gaan. Kan zo maar gaan lukken. Wereldband! (WJ/OOR)
 

CD TIP: SELAH SUE – IDEM
Wordt dit de eerste Belgische wereldster na Jacques Brel en Toots Thielemans? Het langverwachte debuut voorspelt alvast veel goeds. Sanne Putseys aka Selah Sue is inmiddels een twintiger, maar vanaf het moment dat Milow haar eind 2007 op een klein Leuvens podium ontdekte, is het erg snel gegaan. Haar song Black Part Love sluit bijvoorbeeld nauw aan bij de grote Britse (soul)dames die de laatste jaren furore maken en zou ook zo maar overal kunnen gaan scoren. Selah Sue is echter geen copy cat en haar stijl wijkt verder lekker eigenwijs veel af van die Britse dames, als ook van haar Amerikaanse jeugdidolen Lauryn Hill en Erykah Badu. In het subtiel stille, samen met Meshell Ndegeocello vervaardigde Mommy komt ze verdomd dicht bij het kleine meisje dat in de slaapkamer op de rand van haar bed met haar angsten worstelt. Dit debuut bevat nog meer songs die ze een paar jaar geleden als tienermeisje met gitaar schreef. Alsof ze daarna niet, dankzij die allesbehalve standaard, uit duizenden herkenbare stem met lichte kraak op megafestivals stond, met Prince en Moby optrad of met Cee-Lo Green een duet opnam. Dat op Greens album aanwezige Please is overigens ook hier van de partij. Er staan een paar vette tracks met band, toeters, bellen, toetsen en reggae vibes op dit verrassenderwijs door Farhot (Farhad Samadzada, bekend als producer van Nneka en als DJ) van een groovy productie voorziene album, een aantal andere keren houdt de Vlaamse de zaak ook bewust klein. Verder horen we haar rappen, gekke gilletjes plegen, raggamuffin nieuw leven inblazen en zich moeiteloos staande houden in This World, een track gebaseerd op een lome, uit het oeuvre van Massive Attack weggelopen baslijn. Is dit alles nu al goed genoeg om die wereldwijde doorbraak mee te forceren? (WJ/OOR)

CD TIP: BUFFALO TOM - SKINS
Goede geesten keren weer. Na diverse adempauzes, bevallingen van hun partners en half geslaagde soloprojecten bewijst het 8ste album Skins dat het trio nog lang niet is uitgespeeld. De chemie tussen Bill Janovitz (zang/gitaar), Chris Colbourn (bas) en Tom Maginnis (drums) blijft speciaal. Hun traditioneel opgebouwde gitaarsongs van drie minuten ontstijgen dankzij gouden melodielijnen, een spannende combi van akoestische en elektrische gitaren en zinnige teksten over softe onderwerpen (The Kids Just Sleep, aldus papa) altijd het maaiveld ver ontstijgen. De pakkende rockliedjes (denk aan REM in een vrolijke bui), dat duet met Tanya Donnelly (Belly) en die naar een climax gaande passionele slepers (gemodelleerd naar de eigen klassieker Taillights Fade uit 1992), ze werken nog steeds. Hooguit bevat Skins net iets meer rustpunten dan voorheen, maar gelet op hun leeftijd, is hen dat vergeven. Prima band! (WJ/BN DeStem)

CD TIP: CRYSTAL FIGHTERS – STAR OF LOVE
Als de internationale muziekpers een debuterende band van louter superlatieven voorziet, dan heeft dat meestal te maken met het juiste geluid op het juiste moment. Crystal Fighters overkomt het momenteel. Hun album Star Of Love klinkt niet alleen bijzonder divers, ook het instrumentarium waarmee ze hun mix tussen elektronische dansmuziek, folk, wereldmuziek, psychedelica en indiepop brengen, wijkt af van de concurrentie. De Londenaren ontdekten een aantal in de popmuziek weinig gebruikte instrumenten in het folkloristische deel van Spaans Baskenland. Die klinken erg origineel, zowel in de door elektronica gedomineerde tracks met stevige beats als in de meer traditioneel vormgegeven prima popliedjes, met soms zelf een licht melancholieke ondertoon. Denk aan een frisse versie van MGMT meets Vampire Weekend in een zaterdagse discotheek in India of op een akoestische zondagmorgen. (WJ/BN DeStem)
Clip: http://www.youtube.com/watch?v=zmvOQNBkCxA

CD TIP: JAMES BLAKE – JAMES BLAKE
De eerste hype van 2011. Zijn naam is James Blake, en iedereen wilde hem zien op Eurosonic in Groningen. Dat komt omdat zijn single (het allesbehalve commerciële nummer Limit To Your Love, een cover van Feist) door de radio is opgepikt. Hulde daarvoor, maar logisch klinkt dat allesbehalve. Ook het hele, titelloze album van James Blake dat nu eindelijk officieel verschijnt, zal menig wenkbrauw doen fronsen. Blake is namelijk een kunstenaar, geen hitparadejongen. Hij geeft zijn werk vorm als een pionier die heel subtiel gebruik maakt van elektronica, technieken uit de dubstep, stemvervormers en al dan niet gesamplede klanken uit een piano of mellotron. De muziek is een soort ontlede soul meets ambient, en dat klinkt alsof Antony & The Johnsons samen met Laurie Anderson in een hypermoderne Londense studio zaten. Dramatisch mooi, inderdaad, maar eigenlijk voor een beperkt publiek, zo lijkt mij. (WJ / BN DeStem)
 

CD TIP: THE DECEMBERISTS – THE KING IS DEAD
The Decemberists is al jaren een van de best bewaarde geheimen uit Amerika. Met het 8ste album The King Is Dead lijkt het voor zanger/componist Colin Meloy uit Portland dit keer menens. Directer én toegankelijker klonken zijn folkrocksongs nog nooit. Na een aantal wat pretentieuze (concept)albums staan er nu 10 sterke songs bij elkaar die folk, country, akoestische pop en wat meer stevige rock op harmonieuze wijze met elkaar verbinden. De band heeft een schitterend instrumentarium (incl. viool, lapsteel, accordeon, mondharp en mandoline) en de albumtitel is een leuke knipoog naar zijn favoriete Britse band The Smiths. Ook zijn er muzikale lijntjes naar Neil Young, REM en Fleet Foxes te trekken. Traditionele hymnen en pakkend uptempo songs over haat en liefde gaan hand in hand. Het pakkende Calamity Song verdient het om net als die hits van Mumford & Sons grijs gedraaid te worden. (WJ / BN DeStem)

CD TIP: JOAN AS POLICE WOMAN - THE DEEP FIELD
‘I want you to fall in love with me.’ Mooie zin om je album mee te beginnen. Joan Wasser doet het op dit op alle mogelijke vlakken verpletterend sterke derde soloalbum. Het is een uitermate positieve plaat. Uitbundig in woord en daad. Haar eigen ‘Life begins at 40-party’, want ze put juist moed uit het bereiken van een leeftijd waarop ze weer meer in staat is zaken los te laten. Joan houdt van vrijheid. In de meest essentiële, letterlijke vorm. Ze deed een trip met Damon Alborn naar Ethiopië in 2010 en was positief verrast dat iedereen daar tegen haar praatte en heel de familie aan haar voorstelde. Tegenwoordig lacht ze zelf naar vreemden in de metro van haar eigen New York en weet dat het goed zit als men teruglacht. Die positieve vibe horen we niet alleen in de tekst van het sleutelnummer Human Condition (haar eigen soort Sexual Healing, maar dan zonder de seks) terug, maar tevens in veel andere tracks op The Deep Field. Wasser spitte niet eerder dieper in haar ziel. Dit is echter niet alleen haar meest persoonlijke, maar ook haar meest soulvolle, groovy en rockende verzameling songs ever. Met lange tracks, waar haar wisselende bandleden (ze gebruikte onder meer vijf verschillende bassisten) zich naar hartenlust in mogen uitleven. Wassser wilde qua muzikale vrijheid haar eigen Maggot Brain (track van Funkadelic) creëren. Hoewel de sfeer, mede dankzij haar karakteristieke stem en pianospel, en diepgaande teksten, vaak heel anders is, is ze daarin op gracieuze wijze geslaagd. (WJ/OOR)

CD TIP: RIHANNA - LOUD
Het vijfde studioalbum van de in 1988 op Barbados geboren zangeres bewijst dat Robyn Rihanna Fenty een blijvertje is. Met Loud trekt de nog altijd slechts 22-jarige zangeres voor haar doen wederom stevig van leer. Loud bevat meteen ook haar 21e Nederlandse hit sinds haar eerste single uit augustus 2005. Dat is een ongelooflijk hoog, ronduit imponerend aantal. De in haar kledij (als ze die al aanheeft) en in sommige sterk seksueel geladen songs (zoals het hier aanwezige S&M) behoorlijk controversiële opererende Rihanna blijkt bij dat wilde imago goed te varen. Eigenlijk zou ze alleen singles moeten releasen, want een hele cd lang boeien, het blijft lastig, zeker als de muziek iets te risicoloos computergestuurd klinkt. Loud is gelukkig wel weer wat luchtiger en zonniger dan die rauwe voorganger Rated R. Die ballade had ze beter kunnen laten, maar dat duet met gastrapper Eminem vergoedt dan weer veel. (WJ / BN De Stem)
 

CD TIP: De Jeugd Van Tegenwoordig – De Lachende Derde
In 2005 stonden ze plots bovenaan de hitparade met Watskeburt, een nummer waar vooral veel ouderen van tegenwoordig weinig van snapten. Het trio Willie Wartaal, Faberyayo en Vjèze Fur van De Jeugd Van Tegenwoordig bleken echter geen eendagsvliegen en scoren nu met de derde cd De Lachende Derde opnieuw met tracks die zowel een tikje vreemd als uiterst vermakelijk zijn. Dat De Jeugd wat ouder wordt, dat is vooral te horen aan de beats en de synthesizers van producer en vierde bandlid Bas Bron. Het is een mix van hiphop, electro, pop, funk, disco en humor. Lijken sommige teksten iets meer volwassen, er is nog altijd een dosis platte seks, met bijvoorbeeld een smakelijk recept voor tieten met abrikozen. Uiteraard is er ook weer een dijk van een hit: Sterrenstof. Met rare stemmetjes, een aanstekelijk melodietje en een prachtig nieuw woord als internagellaktisch. De Jeugd blijft gek. (WJ / BN de Stem)
 

CD TIP: Kanye West - My Beautiful Dark Twisted Fantasy
Al jaren is deze producer/rapper een garantie voor succes. Met My Beautiful Dark Twisted Fantasy heeft hij volgens Amerikaanse recensenten de beste rapplaat in 10 jaar gemaakt. Ook wordt er gesproken over de ‘Sgt. Pepper van de hiphop’. Is al die commotie terecht? Kanye West doet graag anders dan anderen (zijn vorige cd werd ontsierd door stemvervormers en drumcomputers), maar dit keer pakt dat inderdaad bijzonder sterk uit. West trekt alle registers open. Hij is niet vies van overdaad, gasten (van Jay-Z tot Bon Iver, van RZA tot Q-Tip), een hoge dosis bombast en een mix van ongemeen veel stijlen. Uiteraard blijft r&b, moderne funk en hiphop de boventoon voeren. Een cd als een puzzel, niet snel als geheel te doorgronden. Ook is de stortvloed aan woorden, invloeden en indrukken (bijna 70 minuten lang) erg veel van het goede. Desondanks is dit een hiphop overstijgend monument van jewelste. (WJ / BN De Stem)
 

CD TIP: GABRIEL RIOS - THE DANGEROUS RETURN
Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar nu is er dan eindelijk dat cruciale derde album van de als tiener naar België uitgeweken Puerto Ricaan, die nu tevens in New York woont en werkt. Aan de maker zelf heeft de vertraging niet gelegen, die had al vroeg door dat hij iets compleet anders in gedachten had voor The Dangerous Return. Dat zomerse Spaanstalige album of die opvolger van Broad Daylight zal voor een andere keer zijn (of nooit meer komen), hier werkt hij als ingetogen singer-songwriter/gitarist met de ronduit virtuoze, uit de jazz afkomstige pianist Jeff Neve en de verbluffend speelse, van onder meer Zita Swoon bekende, percussionist/drummer Kobe Proesmans. Het geluid is warm en alles draait hier om het spel, de stem, de woorden en wisselende stemmingen van Rios. Het geluid is akoestisch, puur en ongekunsteld, zelfs als er ook machtig gearrangeerde strijkers, blazers of een operastem voorbijkomen. Die songs blijken rijk aan originele invalshoeken of avontuurlijke zijwegen, die schijnbaar spelenderwijs worden ingeslagen. Tidal Wave krijgt een orkestrale behandeling die in een familiefilm op eerste kerstdag niet zou misstaan en de titelsong lijkt een vergeten track uit een Walt Disney-sprookjesfilm. Rios komt op zijn bijzonder verrassende, zeer hoogstaande derde uit op een tijdloos album met eeuwigheidswaarde. Dat ouderwets degelijke vakmanschap geeft de nu 32-jarige man ook de kans beter te zingen dan ooit. We wisten niet dat hij dit in zich had, maar veel dichter bij zichzelf kan hij op dit moment niet komen. Deze nooit eerder vertoonde mix van pop, musical, Broadway en Europees klassiek gaat voorbij aan tijdgeesten of hypes. Voor een deels ander publiek wellicht, maar goudeerlijk, ongewoon mooi en ongehoord sterk! (WJ/OOR)

CD TIP:  CEE LO GREEN
Hij scoorde al eens een wereldhit (Crazy) als zanger van Gnarls Barkley en deze Lady Killer stond dit jaar in Nederland lang op nr. 1 met Fuck You. Die song staat zelfs twee keer op de cd, een maal als Forget You, voor Amerikaanse fatsoenrakkers. De 36-jarige Thomas DeCarlo Callaway is een welgeziene gast op veel soul-, r&b- en hiphopproducties en ook op zijn derde soloalbum vliegt hij alle kanten op. Maar of hij nu vrolijk, ontroerend, boos, glad of lichtelijk arrogant zijn ding doet, hij kan altijd vertrouwen op die machtige stem, die soepeltjes alle stijlen aan kan. En de man heeft smaak. Hij laat hier Philip Bailey (ooit Earth, Wind & Fire) nog eens fraai uithalen. Verrassender is zijn samenwerking met de Vlaamse megaster in wording: Selah Sue. In het ouderwets broeierige, qua sound aan James Brown plichtmatige, duet Please laat de jonge zangeres horen Green moeiteloos aan te kunnen. Groots!
(WJ/BN De Stem)

CD TIP:  Star One – Victims Of the Modern Age
De vanuit Oudenbosch opererende Arjan Lucassen is ongekend productief. Hij bezit tevens een breed assortiment aan alter ego’s. Naast de voorliefde voor progrock, psychedelica en symfonische rock stroomt er ook heavy rockbloed door zijn aderen. Dat kwaad kan hij kwijt via zwaar aangezette toetsenpartijen en subliem gitaarwerk. Hij vertaalt die tevens naar opvallend stevige rocksongs van het ook al eens in 2002 opgedoken project Star One. Vele malen harder dan in op zijn cd’s van Ayreon en Guilt Machine (met Jasper Steverlinck van Arid) brengt hij hier Damian Wilson, Russel Allen (Symfony X), Dan Swanö en Floor Jansen (ReVamp) als typerende rockvocalisten samen. De verhalen zijn afkomstig uit de selectie sci-fi films van Lucassen en diens eigen fantasie. Daarop valt behoorlijk goed te headbangen deze keer, al verraadt het middenstuk van It All Ends Here ook zijn voorliefde voor Pink Floyd. (WJ/ BN De Stem)
 

CD TIP: TRIGGERFINGER - ALL THIS DANCIN’ AROUND (EXCELSIOR/V2) (RELEASE VRIJDAG 12 NOV.)
‘Come on baby, hit the floor!’ Het driekoppige Vlaamse rockmonster pakt in de opener en titelsong van hun derde studioalbum opvallend frivool uit. Een lekker dansbaar begin, een rocksong met shakers. We zien in gedachte zanger/gitarist Ruben Block al met zijn achterste schudden, want dit is er weer een, zo’n podiumknaller. De mokerslagen van Mario Goossens klinken op het eind als Dave Grohl bij The Queens en Block zingt: ‘Let’s start a new revolution.’ Dat niet helemaal. Wel is dit supertrio er weer beter in geslaagd om hun tomeloze podiumenergie mee de studio in te slepen. Die studio in L.A. kon ooit ook de power van Nevermind van Nirvana aan en producer Greg Gordon deed er eerder al mooie dingen met Wolfmother en Slayer. Triggerfinger durft hier echter meer dan ooit dynamisch te zijn. De band is soms log, rauw en snoeihard, maar laat ook een lichte country-touch toe. Block tovert op de meest gevoelige momenten zijn meest zwoele stem boven, om even later weer extreem hoog uit te halen. Zijn stem wordt net zo vervormd als zijn gitaar en hij stort bij vlagen een ongelooflijke boel ellende in de relationele sfeer over ons uit. Als deze cd al iets bewijst dan is het wel dat de rockbagage van de band nog altijd breed is, maar het geluid ook steeds persoonlijker wordt. De band behoudt meerdere muzikale gezichten. Enerzijds is het er het korte, pakkende Let It Ride, met het machtige basspel van Monsieur Paul als aanjager, anderzijds is er het lang uitgesponnen, traag opgebouwde monument My Baby’s Got A Gun met steeds heavier wordend, uiterst giftig spel. Zij mag dan een blaffer hebben, vlak ook de moorddadig scherpe solo’s van Block zijn wapen niet uit. Triggerfinger lijkt met dit sterke pakket aan songs opnieuw met succes een aanval te gaan doen op uw kat in de gordijnen. WILLEM JONGENEELEN
 

CD TIP: STEVEN DE BRUYN/TONY GYSELINCK/ROLAND VAN CAMPENHOUT -
FORTUNE COOKIE (MUNICH)
Drie monumenten uit Vlaanderen. Steven De bruyn (El Fish, Rhythm Junks) duldt als mondharmonicavirtuoos in Europa alleen Toots Thielemans voor zich, Tony Gyselinck is de vermaarde jazzdrummer achter die Thielemans en Roland van Campenhout wordt gezien als de Belgische peetvader van de blues en stond als gitaarlegende ooit onder meer naast Arno Hintjens in Charles et Les Lulus. Zet die drie samen in een studio (of op eender welk podium) en het vuur laait op. Op het eerste gehoor lijken de zes als trio geschreven tracks op Fortune Cookie ontstaan uit een vruchtbare jam en lijken de twee alleen van De bruyn afkomstige tracks nog het meest op kleine liedjes, waarin hij zich als zanger en gitarist kan etaleren. Het zijn rustpunten tijdens een weinig puristische trip, waarin ze naar eigen zeggen onderweg stukken blues, stronken jazz, spaanders elektronica, naast een bussel sprokkelhout met skiffle, bebop, folk en soul in een knetterende open haard gooien. Een avontuurlijkere manier van muziek maken bestaat niet: ‘We´re  not going to make any rules, are we?’, zo lezen we in het van prachtige foto’s van Stephan Vanfleteren voorziene hoes. Speciaal voor alle avonturiers gaan deze drie musketiers ook live op oorlogspad. Gaat dat zien! (WJ/OOR)
CD TIP: Peter Pan Speedrock – We Want Blood


De beste harde band van Nederland komt al jaren uit Brabant. Sinds 1996 brengt dit trio een uitgelezen mix van punk, metal en rock ’n roll, ergens in het midden van Motörhead, AC/DC, The Ramones en The Stray Cats. De laatste jaren kroop de band ook steeds meer richting de garagerock van The Hellacopters en consorten, maar altijd zonder één concessie te doen of te buigen voor de commercie. Dit trio dendert ook op hun dertiende album voort alsof ze door de duivel zelf (of een valse schoonmoeder) op de hielen worden gezeten. De albumtitel We Want Blood! moeten we uiteraard met de bekende korrel zout nemen. Dat past uiteraard beter bij het imago dan zingen over lelietjes-van-dalen. En elke keer als we denken dat het niet ruiger kan, dan komen ze met een overtreffende trap van raggen. Zelfs de cover van The Seatsniffers is schitterend en resoluut verbouwd. Dit zijn Brabanders van internationale allure! (WJ / BN De Stem)
 

CD TIP: BROKEN GLASS HEROES -GRANDCHILDREN OF THE REVOLUTION
De bandnaam is een knipoog naar Working Class Hero van John Lennon, de albumtitel naar een hit van T-Rex. Eigenlijk is alles een knipoog aan deze per toeval ontstane band van Tim Vanhamel (Millionaire) en Pascal Deweze (Sukilove). De opdracht om de komische tv-reeks (Benidorm Bastards) van een gepaste, luchtige, catchy, sexy soundtrack met een hoog sixties-gehalte te voorzien, is wat uit de hand gelopen. De korte fragmenten waren te sterk om ze niet de lengte van echte popliedjes mee te gaan geven. Opvallend in een groot aantal songs is de sterke gelijkenis met The Beach Boys. De bandleden schamen zich daar niet voor; dat was de opdracht en in koortjes- en refreintjes bedenken zijn ze verdomde sterk. We mogen dit in Vlaanderen bijzonder goed ontvangen album dus ook zien als een tribute aan de periode dat The Beatles en Brian Wilson de ene klassieker na de andere schreven en dwepen met een beetje country en rockabilly ook mocht. Slechts één keer vliegt de band bewust luidruchtig uit de bocht, maar verder is dit vooral een heerlijke popplaat voor een glimlach van oor tot oor. (WJ/OOR)
 

CD TIP: SOLOMON BURKE & DE DIJK
Het was de Amerikaanse zanger die steeds de complimenten gaf aan de Amsterdamse band dat ze zulke geweldige songs hadden. Ze speelden een aantal keren op hetzelfde podium en het moest er maar eens keer van komen om iets samen te doen. De immense koning van de rock en soul (hij schreef zelf ooit Everybody Needs Somebody To Love, ook bekend in een legendarisch versie van The Blues Brothers), die een jaar of zes geleden met behulp van God weer opkrabbelde, deed in 2008 al eens een duet met De Dijk, op de cd Hold On Tight! waagt de in 1940 in Philadelphia geboren zanger zich aan een mooie selectie songs van Huub van der Lubbe. Het resultaat toont niet alleen aan wat een geweldige stem de man nog altijd bezit, maar tevens hoe sterk de door Wouter Planteijdt in het Engels vertaalde songs Nergens Goed Voor, Ik Kan Het Niet Alleen etc. wel niet zijn. Benieuwd hoe ze in The States reageren. (WJ / BN De Stem)

CD TIP: PETER PAN SPEEDROCK – WE WANT BLOOD
De beste harde band van Nederland komt al jaren uit Brabant. Sinds 1996 brengt dit trio een uitgelezen mix van punk, metal en rock ’n roll, ergens in het midden van Motörhead, AC/DC, The Ramones en The Stray Cats. De laatste jaren kroop de band ook steeds meer richting de garagerock van The Hellacopters en consorten, maar altijd zonder één concessie te doen of te buigen voor de commercie. Dit trio dendert ook op hun dertiende album voort alsof ze door de duivel zelf (of een valse schoonmoeder) op de hielen worden gezeten. De albumtitel We Want Blood! moeten we uiteraard met de bekende korrel zout nemen. Dat past uiteraard beter bij het imago dan zingen over lelietjes-van-dalen. En elke keer als we denken dat het niet ruiger kan, dan komen ze met een overtreffende trap van raggen. Zelfs de cover van The Seatsniffers is schitterend en resoluut verbouwd. Dit zijn Brabanders van internationale allure! (WJ / BN De Stem)
 

CD TIP: Underworld - Barking
De twee overgebleven bandleden van Underworld zijn inmiddels vijftigers. Tel je dan nog mee in de scene of wordt je dan als bejaard gezien? Al was hun werk in het begin van de jaren negentig nog zo trendsettend, daar heeft de generatie na Trainspotting terecht geen boodschap meer aan. Waarom dit 8e album Barking dan toch zo lekker los, luchtig, gevarieerd en soms echt 2010 klinkt? Er werden veel modernere, zeer prominente coproducers ingeschakeld, zoals Paul van Dyk (trance), Dubfire (techno) en High Contrast (drum ’n bass). Gebleven zijn de groovy beats, de doeltreffende manier waarop de tracks zijn opgebouwd (steeds wat extra’s toevoegen aan dat voortstuwende ritme) en de van hun vorige cd’s zo herkenbare zanglijnen. Het resultaat? Nooit eerder klonk het duo zo luchtig, en in Diamond Jigsaw zelfs hitpotent. Een slimme plaat is het wel. Jammer van de compleet afwijkende pianoballade op het eind. (WJ / BNdeStem)

CD TIP: INTERPOL
Al jaren wordt het Amerikaanse Interpol vergeleken met de Britse band Editors. Ze delen een grote hang naar de doommuziek uit de Britse jaren tachtig, maar uiteindelijk is de individuele inkleuring toch redelijk anders. Qua populariteit mag Editors dit kwartet uit New York dan dik het nakijken geven, dit titelloze vierde album van Interpol wint het op veel punten én karakter moeiteloos van de laatste cd van hun Engelse collega’s. Interpol klinkt warmer en bariton Paul Banks (solo actief onder de naam Julian Plenti) zingt zuiverder dan ooit. De band klinkt qua productie wellicht iets lichter (let op de meerstemmigheid in Always Malaise), de ware kracht van de songs geeft zich toch pas na verloop van tijd volledig prijs. De schema’s zitten intelligent in elkaar en tekstueel ontpopt de in Engeland geboren Banks, die qua stem steeds minder met Ian Curtis van Joy Division wordt vergeleken, als een belezen poëet. (WJ / BN DeStem)
 

CD TIP: ILSE DELANGE
Ook voor haar alweer tiende album Next To Me toog de zangeres uit Almelo weer naar Amerika. Na twee cd’s in L.A. opgenomen te hebben, kwam ze opnieuw uit in Nashville, de bakermat van de country. Misschien was ze er voorheen nog niet helemaal rijp voor, nu pakt dat bijzonder goed uit. Ze hoorde vooraf veel pedalsteel in haar hoofd, en ja, dan moet je daar zijn. Opvallend is ook de keuze van Ilse om slechts 8 tracks op de cd te zetten. Die passen perfect bij elkaar, gaan dieper en ademen meer country dan ooit. Ilse zingt met een hemels gemak, zo lijkt het. Ze forceert niets, niet in de tranentrekkende ballade Time Out, met louter piano en strijkers achter haar, ook niet in het opvallend uptempo en aanstekelijke Carousel. Ilse weet inmiddels wat ze wil en kan. Ze heeft ook prima songschrijvers gevonden waarmee het lekker werken is. En beter een kort album dat helemaal klopt, dan een allegaartje. (WJ/ BN De Stem)
 

CD TIP: ISOBEL CAMPBELL & MARK LANEGAN - HAWK
Wat in 2006 als een wat onverwachte samenwerking begon, dat is nu braaf iedere twee jaar een album verder, uitgegroeid tot iets wat we gerust een onheilspellend spannend duo mogen noemen. De 34-jarige Schotse Isobel Campbell (ooit celliste in Belle & Sebastian) schrijft alles, de Amerikaanse Mark Lanegan (45) zingt dat, vaak samen met haar, fluisterzacht met ongekend veel bezieling in. Hawk is een thematisch album. Campbell ziet de havik (voor indianen een boodschapper van het Opperwezen) als symbolische verbinding tussen hemel en aarde. Deze derde cd is desondanks niet het meest evenwichtige in de reeks, er staan wel de beste songs op: evergreens, ware klassiekers in spe. Natuurlijk is er ook nu weer dat duet dat op een album van Lee Hazlewood (met Nancy Sinatra) niet had misstaan. Time Of The Season is zo’n heerlijk voortkabbelend liedje, handelend over een verloren kerstmis, maar eigenlijk van/voor alle tijden. Campbell ontpopt zich in Sunrise als een waar zuchtmeisje, Lanegan geeft met zijn hese stem het met gospelstemmen opgesierde popliedje Lately extra glans en in Eyes Of Green klinkt het duo samen als romantische desperado’s met een folky inslag. Het fraaiste duet dat ze ooit opnamen heet Come Undone en doet denken aan de 60’s soul van James Brown en Irma Thomas. Zelfs het zachtaardige duel tussen piano, orgel en dat pak strijkers daarin is bloedmooi. Maar er is nog meer. Het album kent zijn Dylan-momenten, James Iha (ex-Smashing Pumpkins) speelt mee, er is die ongemeen rauwe, instrumentale titeltrack (met snerpende bluesgitaar en piepende sax) en er zijn nog twee songs waarin geen Lanegan te bekennen is. Campbell gaat daarin vreemd met de talentvolle, slechts 25-jarige singer-songwriter Willy Mason. Hun cover No Place To Fall (Townes van Zand) is tijdloos. Mason fungeert de komende tour terecht als voorprogramma. WJ / OOR
 

CD TIP: THE Q4 – SOUND SURROUNDINGS
Sound Surroundings van The Q4 is een half jaar geleden uitgegeven in eigen beheer. Nu komt die cd nogmaals (en beter gedistribueerd) uit via het toonaangevende label Topnotch, dat ook de meeste Nederhoppers onderdak biedt. De cd doet nog het meeste denken aan Entroducing, de klassieker van DJ Shadow uit 1996. Ook het trio achter The Q4 (de Nederlanders Arts The Beatdoctor, STW en Sence) kun je rangschikken in de categorie betere samplekunstenaars. Hun producties zijn geweldig, ook al nemen ze zelden zelf muziek op (een paar solo’s op sax en piano zijn later ingespeeld), maar samplen ze die van honderden (al dan niet krakende) elpees. Wel zijn de stemmen, van de vanuit Nederland opererende Spaanse flamencozangeres Curra Suarez en de van Kyteman bekende rapper Pax, helemaal echt. Dat geeft deze analoog warm klinkende, groovy verzameling ijzersterke samplekunst meteen iets extra menselijks. (WJ BN De Stem)

CD TIP: MARY GAUTHIER
Mary Gauthier is bekend vanwege haar albums vol indringende liedjes over de zelfkant van de samenleving. Ze oordeelt niet, ze registreert en heeft compassie. Het eigen leven van de drinkende lesbienne verliep niet over rolletjes, om het maar zacht uit te drukken. Dit zesde album is haar meest moedige. The Foundling handelt opnieuw over haar eigen leven. De eerste negen maanden daarvan bracht ze door in een katholiek weeshuis. ‘A foundling looking for home wanders through darkness and travels alone’, zingt ze in de titelsong. Op haar 45ste vond ze haar biologische moeder, maar die kon het niet aan de wond die ze heel haar leven meedroeg opnieuw te openen. De 48-jarige Gauthier heeft nu een heel album met country- en folksongs aan haar trauma kunnen wijden. ‘Born a bastard child in New Orleans. To a woman I’ve never seen. I don’t know if she ever held me. All I know is that she let go of me.’ (WJ / BN De Stem)

CD TIP: THE DEAD WEATHER – SEA OF COWARDS
The Dead Weather is een rockband met zangeres Alison Mosshart van The Kills, een hier drummende Jack White (White Stripes) en nog twee bandleden uit The Raconteurs en Queens Of The Stone Age. Nog geen jaar geleden stond hier te lezen dat er in potentie een nieuwe superband was opgestaan, maar dat het debuut Horehound slechts half geslaagd was. Dat vonden ze waarschijnlijk zelf ook, want meer dan snel is er nu een opvolger die werkelijk op alle fronten dat debuut dik het nakijken geeft. Sea Of Cowards is een plaat waar wel het speelplezier vanaf spat. De cd bevat louter betere songs, die blijven nu wel hangen en er wordt heerlijk rauw, vet en groovend gespeeld alsof hun leven er van hangt. Hard? Zeker! Maar ook ongecompliceerd en uiterst dynamisch. In Looking At The Invisible Man klinken ze zelfs als een mix tussen Led Zeppelin en The Beastie Boys. Dit is wat je noemt een revanche! (WJ / BN/ De Stem)
 

CD TIP: ROX - MEMOIRS
Sommige meiden hebben het. De Britse Rox (eigenlijk half Jamaicaans/half Iraans) heeft het zeker. Natuurlijk ligt het voor de hand om te denken dat na het succes van Amy Winehouse, Adele en Duffy alle platenbazen op zoek zijn naar een nieuw vrouwelijk soultalent, maar daarmee is de exceptionele klasse van Rox niet verklaard. Minstens de helft van de songs op haar debuut Memoirs verdient het om net als My Baby Left Me een dikke hit te worden. Meer nog dan de hierboven genoemde dames bezit de sound van Rox niet zelden een zelfde soort heerlijke groove, zoals we die van het label Motown, in de hoogtijdagen tijdens de jaren zestig, kennen. De kracht zit duidelijk in het meer uptempo werk, want haar ballads zijn redelijk inwisselbaar en ook verschijnen de onvolkomenheden in haar jeugdige stem (Rox is 21 jaar) dan aan de oppervlakte. Desondanks wordt Rox een megaster, voor langere tijd. (WJ / BN De Stem)

CD TIP: FAITHLESS – THE DANCE
De Britse formatie Faithless is een graag geziene gast op festivals. Op hun cd’s gingen ze de laatste keren bewust wat minder hard te keer, omdat een huiskamer geen festivalweide is. Anno 2010 mag er op hun zesde studioalbum wel weer opvallend veel gedanst worden. The Dance (Never Ends) bevat extreem luchtige danstracks en een terugkeer naar de voorliefde voor synthesizers en beats uit de jaren tachtig. Een van de hoogtepunten, Feel Me, is zelfs een cover van de vaak vergeten synthipopgroep Blancmange uit 1982. Verder is er een lekker reggaenummertje, een track met de zanger van The Temper Trap en uiteraard krijgt ook hier dat lieve stemmetje van zangeres Dido (het zusje van bandlid Rollo) wederom een hoofdrol. Grensverleggend is het allemaal al lang niet meer, maar een uitermate lekker in het gehoor liggende dansplaat, met meer diepgang dan de concurrentie, is The Dance opnieuw wel. (WJ/BN De Stem)

CD TIP: JACK JOHNSON - TO THE SEA
Hij is geboren en getogen met oceaanwater rond hem. In Hawaii werd hij surfkampioen, maakte hij documentaires over water en ging hij er over zingen. Zijn vijfde album To The Sea is dus een soort van thuiskomen. Het lijkt alsof Johnson na zijn laatste twee cd’s, die op 2 en 1 in de Amerikaanse album charts binnenkwamen, en die succesvolle, op dvd vastgelegde, wereldtournees de boel weer eens op een rijtje wilde zetten. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en waar gaat dat heen? Dat heeft hem goed gedaan, want dit album klinkt bij vlagen anders, bijzonder geïnspireerd en bevat naast de bekende, zachtaardige akoestische liedjes tevens een paar echte bandsongs. Single You And Your Heart is groovy, pakkend, uptempo en bevat een sterke riff. Typisch zo’n beresterk popliedje waar Johnson patent op lijkt te hebben. Ook At Or With Me bevat een stevige elektrische gitaar. De oude fans hoeven niet te wanhopen, lieve Jack blijft muzikaal verder dicht bij huis en liet vriend G. Love en de Hawaiiaanse Paula Fuga tijdens de opnamen gezellig langskomen. Johnson kan nog steeds niets anders dan de waarheid vertellen en zinnen als ‘you stole my heart and made it your own’ voor zijn dochtertje verzinnen. Is dat klef of oprecht? De 19 miljoen mensen die eerder een cd van hem kochten, zijn vast overtuigd van het laatste. (WJ/OOR)

CD TIP: TAYLOR HAWKINS
Drummers die ook vooraan op een podium willen staan, in die categorie mogen we Taylor Hawkins, normaliter achter de kit van Foo Fighters, rangschikken. Hij treedt in de voetsporen van zijn zanger Dave Grohl, drummer ooit van Nirvana, nu van Them Crooked Vultures. Hawkins blijkt een prima songschrijver, zo is op Red Light Fever, zijn tweede cd met The Coattail Riders te horen. In een paar songs is een gelijkenis met Foo Fighters (Dave Grohl doet ook mee) te bespeuren, maar muzikaal gaat Hawkins breder. Hij schuwt het avontuur en de afwijkende schema’s niet en er zijn machtige koortjes. Die doen niet toevallig denken aan het werk van de band van de twee prominente gasten op de cd: Roger Taylor en Brian May van Queen. De eerste is ook een zingende drummer, de tweede geeft een paar zeer herkenbare gitaarsolo’s weg. Dit geslaagde uitstapje is meteen goed voor een optreden op Rock Werchter. (WJ / BN De Stem)
 

CD TIP: BEANS & FATBACK
Onno Smit is gitarist van de groep Lefties Soul Connection. Hij kent twee passies: muziek en eten! Dat die twee zaken uitstekend te combineren zijn laat hij op Finger Licking Good horen én lezen. Samen met muzikanten van C-mon & Kypski, Zuco 103 en uit de bands van Fay Lovsky en Tim Knol nam hij (in ruil voor een goede maaltijd) een aantal live sessies op. Het resultaat laat een mix horen van soul (Fatback) en country (Beans) die heerlijk swingt en bewijst dat er in Nederland geweldige muzikanten rondlopen. De manier waarop die op zich ouderwetse muziek, met een sound weggelopen uit de jaren zestig, op een frisse manier nieuw leven inblazen wordt, is ronduit sterk. De geur van spek & bonen, konijn met aardappelpuree, scheermessen, oesters, kokkels en mosselen en bloedworst met appel en cider (de recepten staan allemaal afgedrukt in het bijgeleverde kookboek) hebben inspirerend gewerkt. (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: BINTANGS – NIGHT-FIGHTER/MICKEY FINN
De oudste popgroep van Nederland ziet volgend jaar Abraham. Al zijn de optredens van de band van Frank Kraaijeveld nog altijd een toonbeeld van energie en rockte hun laatste album Fire And Iron (2009) als vanouds, op die voor een rockband zeer respectabele leeftijd mag je ook al eens terugblikken. De albums Night-Fighter (met de hit Snake In The Grass) en Mickey Finn uit 1979 en 1980 zijn nu samen op één cd gezet. Het geluid, hoewel licht gedateerd omdat de drums en bas er wat bekaaid afkomen, laat 22 songs lang horen met wat voor unieke band we hier te maken hebben. Vooral op Mickey Finn staan een paar erg sterke songs die bewijzen waarom deze heren de enige echte Stones van het vaste land genoemd mochten worden. Vooral vanwege de eigen productie iets minder sterk dan het vorig jaar ook opnieuw verschenen Genuine Bull, desondanks is ook dit een fraai stukje Nederpopgeschiedenis. (WJ / BN De STEM)


CD TIP: GIOVANCA – WHILE I’M AWAKE
Ze begon haar carrière in achtergrondkoortjes van Relax, Izaline Calister en Wouter Hamel en haar muziek bezit drie lagen: een Zuid-Amerikaanse, een met Motown en soul en een derde met pop en hiphop. Op het debuut van deze zangeres met Antilliaanse wortels stond reizen centraal, op opvolger While I’m Awake beseft de steeds minder als fotomodel actieve zangeres dat ze twee levens leidt: één ’s nachts en één overdag. De door haar zelf geschreven teksten handelen over zowel de lichte als zware gedachten die bij je opkomen als je ’s nachts over het leven ligt te piekeren terwijl je beter kunt slapen. Die worden omgezet in prachtige, jazzy gespeelde soulvolle ballads, een gevoelige noot over de dood, maar ook swingende uptempo stukken, zoals de sterke single Drop It, handelend over twee kemphanen in een relatie. Giovanca bevestigt moeiteloos haar status als een van de grootste talenten van ons land. (WJ/ BN De Stem)

CD TIP: MARBLE SOUNDS - NICE IS GOOD (ZEAL/KONKURRENT)
Zijn we nog maar net bekomen van die prachtige cd van Isbells, ligt er opnieuw een wonderschoon melancholisch debuut van een andere Vlaming vast te roesten in de cd-speler. Dit keer betreft het liedjes van Pieter van Dessel, oorspronkelijk de Belgische helft van het electro-duo Plastic Operator, hier een singer-songwriter van formaat. Eerder verraste hij al met een ook hier aanwezige song op Loving Takes This Course, een tribute voor folkzangeres Kath Bloom, met tevens bijdragen van Bill Calahan, Devendra Banhart, The Dodos, Mia Doi Todd en Joey Burns van Calexico. Weet u meteen dat ze Marble Sounds internationaal volkomen terecht al heel serieus nemen. Zijn werk bevat prachtige samenzang, meesterlijke gitaarlijntjes (van Gianni Marzo, uit de live bezetting van Isbells) en prachtige woorden voor nog mooiere droomliedjes: ‘Smoking Was A Day Job’. We horen een intro dat van Sigur Rós had kunnen zijn, een sample van Guided By Voices waar een nog mooier liedje rond is gebouwd, de Japanse zangeres Miwako Shimizu die voor kippenvel zorgt en ander schoons dat qua sfeer het mooiste van The Notwist en Pinback in herinnering roepen. Nice is good is een veel te bescheiden titel. (WJ/OOR)

CD TIP: FIXKES - SUPERHELD (EXCELSIOR/V2)
In Vlaanderen weten ze nu ook wat het Abel-effect betekent. Hoewel? Zo ver is het nog niet. Fixkes kwam met hun debuutsingle in 2007 wel meteen op nr. 1 (om er 16 weken te blijven), het is veel te vroeg om hier al van een eendagsvlieg te spreken. Sommigen nemen een groep die commercieel meteen zo hoog scoort niet meer au sérieux, maar dat is eigenlijk belachelijk. Sam Valkenborgh is een natuurtalent waar het het schrijven van goudeerlijke, melancholieke, sentimentele én humoristische liedjes in het eigen Vlaamse dialect betreft. Dat laatste, de (on)verstaanbaarheid boven de rivieren, zou een doorbraak in Nederland in de weg kunnen staan. Dat zou bijzonder jammer zijn, want deze duidelijk stevigere tweede cd is wederom erg geslaagd en bevat meer rock en leuke (‘gang, ganger, gangster’) hiphop. In de titelsong rapt Flip Kowlier als in zijn eigen Hof van Commerce driftig mee en in de eerste, door Mario Goossens geproduceerde, single Rock-‘n-Roll (bekijk de selfmade clip!) horen we dat de heren vroeger Sid Vicious, Iggy Pop of Kurt Cobain wilden zijn. Onderwerpen variëren van liefdesverdriet (LDVD-Blues), jeugdsentiment (Ik Was Terug 17), de sekscijfers uit de Flair (Plakijzer) tot een oprecht verwoord relatieprobleem (Netniliefde). Die song zou ook in het Engels van G. Love of Jack Johnson een ontroerend mooi net-niet-liefdesliedje zijn. (WJ/OOR)
 

CD TIP: BALTHAZAR - APPLAUSE (MUNICH)
Balthazar. Het was ooit een van de drie wijzen, het is nog altijd een restaurant in New York, een stripfiguur van tekenaar Bob de Moor en een typisch Belgische biertje, het is nu ook een Vlaamse popgroep met een juweel van een debuut. In Vlaanderen won de jonge band in 2006 al eens de publieksprijs van de prestigieuze Rock Rally en scoorde het later een paar catchy radiohits, Applause blinkt vooral uit in originele liedjes waarin gouden melodieën, groovy ritmes en sterke teksten dankzij uitgelezen arrangementen op een bijzondere manier samenkomen. Opvallend is de puntigheid waarmee alle composities in elkaar gestoken zijn, vol knappe details, maar zonder dat er overdadig gespeeld wordt. Als de baslijn het nummer kan dragen, dan gebeurt dat ook. De componisten/producers Maarten Devoldere en Jinte Deprez bezitten - net als bijvoorbeeld The XX - de kunst om het geluid sober en relaxt te houden. Dat past dan prima bij de woorden over verveling, je shit voelen omdat die chick op hoge hakken onbereikbaar blijft en ‘motherfucking Disney endings’. De melodielijnen zijn echter vaak vele malen spannender dan die van bovengenoemde Londenaren en in Wire en I’ll Stay Here benaderen ze zelfs het niveau van die van Alex Turner in The Last Shadow Puppets of op de laatste cd van Arctic Monkeys. Met hem delen de West-Vlamingen soms zelfs een wat vreemd aandoend Cockneyaccent. Een andere troef is dat de leadzang een aantal keer met zijn vieren tegelijk verzorgd wordt. Niet harmonieus, maar krachtig recht vooruit, allemaal dezelfde partij zingend. Slim is ook dat de band alle drumpartijen in liet spelen door meesterdrummer Mario Goossens (Triggerfinger) en de zaak in Noorwegen af liet mixen door Yngve Leidulv Saetre, de man die ook Kings Of Convenience, Datarock en Röyksopp dat frisse popgeluid meegaf. Balthazar zet met de productie van Applause zowaar een nieuwe norm in het prettige schemergebied dat exact tussen pop en rock inzit en België opnieuw op de kaart als toonaangevende popnatie. (WJ/OOR)
 

CD TIP: Hans Teeuwen – How It Aches (PIAS)
Wie Hans Teeuwen weigert serieus te nemen als jazzzanger stopt nu met lezen. Want al zou de man niet al een andere glanzende carrière als cabaretier hebben gehad, dan kunnen we hier spreken van een natuurtalent met een sterke timing en een zeldzaam timbre. De klassiekers uit ‘het grote Amerikaanse songbook voor crooners en andere fans van God Sinatra’ op zijn dvd leken hem op het lijf geschreven. Een betere band als The Painkillers, met onder meer saxofonist Benjamin Herman, meester-gitarist Jesse van Ruller en drummer Joost Kroon die ook nog Kane en New Cool Collective combineert, kan hij zich ook amper wensen. Op de nieuwe cd How It Aches laat Teeuwen in eigen songs ook zijn ruige, uptempo en meer rockende kant horen. Al blijven zijn ballades en groffe onzinnummers (Hardware Store was in eerdere shows bekend als Snelkookpan) natuurlijk ook super. Veelzijdig zanger, serieus! (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: THE BLACK BOX REVELATION - SILVER THREATS
Onlangs ontving dit in de White Stripes-opstelling spelende duo een MIA (Music Industry Award) voor beste live act van België. Dat zegt iets in een land met een dusdanig rijke muziekscene. De nog altijd bijzonder jonge band heeft ook nagenoeg twee jaar lang getoerd na de release van het overal fantastisch ontvangen debuut Set Your Head On Fire dat in hun thuisland eind 2007 verscheen. Dat album viel op vanwege de fabelachtige techniek van gitarist Jan Paternoster (nu 20 jaar) en drummer Dries van Dijck (18), hun voorliefde voor rauwe rhythm & blues en smerige rock en het grote aantal catchy songs, die weliswaar niet als hits waren geschreven maar dat in Vlaanderen wel werden! Het tweetal trok voor de opvolger opnieuw slechts twee maal een week de studio in met producer Mario Goossens (drummer van Triggerfinger). Dat was dit keer Konk in Londen, de studio van Ray Davies van The Kinks, die op de Lokerse Feesten 2009 zowaar mocht aantreden als opener vóór The Black Box Revelation…, het kan verkeren. Opnieuw lijkt de band zich niets aangetrokken te hebben van al dan niet geldende radiowetten, trends of verwachtingspatronen. De liedjes komen zoals ze komen, ideeën zijn er te over en dat er überhaupt songs van dit nog wat psychedelischer, robuuster en strakker opererende duo op een radio gedraaid worden lijkt eerder een soort van Godswonder. Het getuigt in ieder geval van goede smaak, want opnieuw staan er een aantal liedjes op Silver Threats die uitermate opwindend, rauw en/of bluesy zijn. De lange trip op het eind (in Here Comes The Kick jamt Jan bijna 10 minuten lang met zijn echoapparaat en effectenpedalen) bewijst eens te meer dat deze jongens precies uit het juiste rockhout zijn gesneden en zeker niet op snel succes uit zijn! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: eels
Zanger Mark Everett heeft een redelijk succesvolle carrière als zanger E van eels (zonder hoofdletter). Tot zover het goede nieuws, want als we al zijn teksten mogen geloven (en waarom zouden we dat niet doen, hij klinkt heel oprecht), is het verder vooral veel kommer en kwel. Het begint altijd veelbelovend: zij doet haar partyjurk aan, hij zijn jacket. Eenmaal buiten weten ze niet waarheen te gaan en is het ook nog eens bitterkoud. Maar goed, ze hebben elkaar nog. Dan nog wel. Schoolvoorbeeld van hoe E zich voelt. Vroeger ging het allemaal nog wel, nu is alles hard en moeilijk. Je hebt constant het gevoel in de vaak sober met toetsen of een gitaar vormgegeven songs dat het wel eens slecht kan aflopen met hem. U wilt nog een typerende zin? ‘Ze sloot zichzelf weer eens op in de badkamer, vandaar dat ik in de tuin sta te pissen.’ Van die dingen. Niet leuk, wel weer een cd vol pijnlijk mooie liedjes. (WJ / BN/De Stem)
 

OPNAMEN R.O.C. BIJ EL PINO & THE VOLUNTEERS IN WATERPUT
Op vrijdagmiddag 5 februari is de Nederlandse popgroep El Pino & The Volunteers live te gast in cd-winkel De Waterput in Bergen op Zoom. Leerlingen van het R.O.C. komen speciaal met een grote mobiele studio beeld- en geluidopnamen van deze bijzonder band. Je zou voor mindere schoolopdrachten de deur uitgaan! De onlangs verschenen nieuwe cd van de groep, The Long-Lost Art Of Becoming Invisible, laat een veel breder spectrum aan popsongs horen dan op de twee cd’s ervoor. Voorheen zagen we zanger/songschrijver David Pino vooral met een cowboyhoed op. Mede dankzij het instrumentarium, waarin ook een dobro, banjo en lapsteel opdoken, leek de muziek van deze Rotterdammer op de EP Cougar (2005) en het albumdebuut Molten City (2006) geïnspireerd op onder meer Calexico, Wilco en good old Buck Owens.

Drie jaar later is het tijd voor een nieuwe ronde met nieuwe kansen, want de band is veranderd. Qua samenstelling deels (de ex-Tholenaar Tjirk Deurloo, voorheen gitarist van de Bergse punkgroep Against Time is gebleven), maar ook qua muzikale uitgangspunten. Alternative country en Americana maken plaats voor pure popliedjes gespeeld door een prima indierockbandje dat geen hekel aan het geluid van de jaren zestig heeft. Zou dat met hun vorige toer in het voorprogramma van Johan te maken hebben, of zat er altijd al een onbekend neefje van Jacco de Greeuw in David verscholen? Dust And Doubts is slechts een van de vele prima voorbeelden van een fraai melancholiek meerstemmig popliedje over liefde, hoop en veranderingen (het kinderkoor past precies) dat ‘helemaal Excelsior’ klinkt. Met het onlangs inlijven van drummer Jeroen Kleijn (Daryll-Ann, Johan, Spinvis) lijkt de metamorfose compleet. Het zal ze met dit lekkere frisse plaatje niet meevallen onopgemerkt te blijven. De band speelt op vrijdag 5 februari een groot aantal songs van hun nieuwe album live in De Waterput, Bosstraat 36 in Bergen op Zoom. De aanvang bedraagt 15.30 uur, de toegang is gratis!
 

CD TIP: Vampire Weekend - Contra
Exact twee jaar geleden spraken we hier van een regelrechte sensatie, omdat toen juist het debuut van deze vier jochies uit New York onze cd-speler had ontdekt. Het geluid was fris, speels en leuk, omdat op geheel eigen multiculturele wijze de muziek van Paul Simon, Talking Heads en die uit West-Afrika in geweldige nieuwe liedjes werd gegoten. Inmiddels hebben ze de wereld veroverd, op Lowlands en Rock Werchter gespeeld en mochten ze een tweede album maken. Die cd Contra verschilt in weinig van de vorige, al lijkt de invloed van Paul Simon (zowel in de gitaarlijntjes als de leadvocalen van Ezra Koenig) nog vele malen groter geworden. Belangrijker is dat opnieuw de liedjes deugen en wederom na drie keer horen niet meer uit je hoofd te branden zijn. Je moet wel een enorm chagrijn zijn, wil je van dit kleurrijke geheel (een combi van postpunk en Afropop) niet héél vrolijk worden. (WJ / BN/De STEM)
 

CD TIP: Bettie Serveert – Pharmacy Of Love
Ze behoren al jaren tot de vaste waarden van de Nederlandse popmuziek. Omdat ze niet de band ontbonden na het wegebben van het succes in Amerika, het ineenstorten van de cd-markt en de bekrompenheid van journalisten die de band van zangeres Carol van Dijk, gitarist Peter Visser en bassist Herman Bunskoeke niet meer zo hip vonden. Het trio dat al jaren met wisselende drummers opereert, stroopte de mouwen op, vond zichzelf een aantal keren opnieuw uit en bleef goede songs schrijven. In de drummer van Voicst vonden ze een medestander om weer eens ouderwets te willen gaan rocken. Pharmacy Of Love is niet alleen een bewijst van frisheid, de groep durft in een lange noisy jam ook onbevangen te experimenteren en stoft als eerbetoon een prachtig nummer van de nu ook succesvolle band Moss af. Tijden veranderen, Palomine drinkt al bier en Bettie telt nog helemaal mee! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: CUSTOMS - ENTER THE CHARACTERS (NOISESOME RECORDINGS/EMI)
In Vlaanderen lijkt Customs the next big thing na twee kanjers van hits, die klinken als een mix van vergeten tracks van postpunkbands uit de eerste helft van de jaren tachtig en de sound van Editors van een paar jaar geleden. Bovendien zou zanger Kristof Uittebroek moeiteloos (en nagenoeg ongemerkt) de plaats van Paul Banks in Interpol in kunnen nemen, want de gelijkenis qua stem is op zijn zachts gezegd opvallend. Dit viertal uit Leuven zal sowieso weinig originaliteitprijzen gaan behalen, aangezien we hier en daar flarden (zeg maar gerust geluidskopieën) horen van Gang Of 4 (de gitaar van I Love A Man In A Uniform) in een nummer dat aan The Architect van dEUS doet denken. Verder moeten we gedurende de twaalf tracks ook nog regelmatig denken aan de sfeer en sound van The Sound (de toetsen), Theatre Of Hate, The Cure, House Of Love, Joy Division en ga zo nog maar even door. Het album kent compositorisch nog wel wat hiaten, maar desondanks zou het zomaar kunnen dat Customs, mede dankzij die weergaloos pakkende singles (Justine en Rex scoorden niet voor niets in hun thuisland), internationaal gaat scoren. Gewoon omdat de aanwezige potentie erg groot is. En knap lenen blijft ook een kunst. (WJ/OOR)
 

CD TIP: KNOBSTICKER –FOREST FRUIT (live in De Waterput op 9 januari!!)
De mythe wil dat het duo Abmip en Cellid begon als houthakkers in de donkere bossen van Rekçitsbonk. Ze maakten echter liever dansmuziek en zeulden sindsdien liever een drumstel en een hoop synthesizers het podium op. Na een ontmoeting in het Oostblok met een paar Hollandse muziekfreaks verhuisden ze naar Utrecht om er een supervet album op te nemen. Dat debuut Forest Fruit staat garant voor funk, electrotunes en disco en wordt verspreid door het gerenommeerde Dox Records, bekend van Wouter Hamel, New Cool Collective, Benny Sings en Zuco 103. De gastbijdragen zijn van Charlene, Steye, Benny Sings, Dean Tippet en Master Surreal en het geheel klinkt als een jonge Prince in het sprookje Alice in Wonderland. Veel beats, orgels en synthesizers uit de jaren tachtig en liedjes die temperatuurverhogend werken. Bestaat er zoiets als ‘Drum ’n Disco’? Jawel, het wordt gemaakt door Knobsticker! (WJ/ BN/De Stem)
 

CD TIP:Fuck Buttons - Tarot Sport
Dit duo uit Bristol maakt op de valreep nog een van de meest bijzondere albums van het jaar. Samen met de cd Merriweather Post Pavilion van Animal Collective bewijst Tarot Sport dat experimenteren met computers, durf, drugs(?) en herrie wel degelijk relevante nieuwe muziek op kan leveren. Of dit de Ummagumma’s  van de 21ste eeuw zijn, dat zal over 30 jaar blijken, nu levert deze cursus ‘creatief met elektronica, noise, gevoel en in trance raken’ alvast hele spannende dingen (moderne psychedelica met beats) op. Dat het duo voor de productie van hun tweede cd bij Andrew Weatherall aanklopten, blijkt een gouden greep. Weatherall (lid van The Sabres Of Paradise) werkte met The Orb, New Order, My Bloody Valentine en was ook de man achter de mijlpaal Screamadelica van Primal Scream. Vijf van de zeven tracks op Tarot Sport houden u rond de tien minuten volledig in de greep. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: EL PINO & THE VOLUNTEERS - The Long-Lost Art Of Being Invisible
Voorheen zagen we zanger/songschrijver David Pino vooral met een cowboyhoed op. Ook mede dankzij het instrumentarium, waarin een dobro, banjo en lapsteel opdoken, leek de muziek van deze Rotterdammer op de EP Cougar (2005) en het albumdebuut Molten City (2006) geïnspireerd op onder meer Calexico, Wilco en good old Buck Owens. Drie jaar later is het tijd voor een nieuwe ronde met nieuwe kansen, want de band is veranderd. Qua samenstelling deels, maar ook qua muzikale uitgangspunten. Alt.country en Americana maken plaats voor pure popliedjes, gespeeld door een prima indierockbandje dat geen hekel aan het geluid van de jaren zestig heeft. Zou dat met hun vorige toer in het voorprogramma van Johan te maken hebben of zat er altijd al een onbekend neefje van Jacco de Greeuw in David verscholen? Dust And Doubts is slechts een van de vele prima voorbeelden van een fraai melancholiek, meerstemmig popliedje over liefde, hoop en veranderingen (het kinderkoor past precies) dat ‘helemaal Excelsior’ klinkt. Met het onlangs inlijven van drummer Jeroen Kleijn (Daryll-Ann, Johan, Spinvis) lijkt de metamorfose compleet. Het zal ze met dit lekkere frisse plaatje niet meevallen onopgemerkt te blijven. (WJ/OOR)
 

CD TIP: The xx - XX
Journalisten hebben de naam elkaar allemaal na te praten. Overal lees je momenteel een positief stukje over XX, het dromerige debuut van de jonge band The xx. Deze twee jongens en twee meiden uit het zuidwesten van Londen van net twintig die nu eens niet uit de band springen, maar heerlijk relaxt het ene na het andere sfeervolle liedje opnamen. De cd klinkt alsof die ook in 1983 opgenomen had kunnen zijn. Alles klinkt simpel, doeltreffend en is prettig van sfeer. Het zijn vaak mooie duetten die niet alleen opwinden vanwege de seksuele lading, maar vooral vanwege de klankkleur zoals we die van Young Marble Giants uit 1979 kennen, met het gitaargeluid van The Cure uit 1981 en met een beetje ouderwetse elektronica waar de meeste whizzkids anno 2009 de neus voor ophalen. De liedjes (hoe zachter hoe beter!) intrigeren en lijken tijdloos. Ja, ik ben het eens met al mijn collega’s! (WJ /BN/De Stem)

CD TIP: C-MON & KYPSKI – WE ARE SQUARE
Simon Akkermans (C-Mon) en Thomas Elders (Kypski) zijn in 2001 vanuit de hiphop dansmuziek gaan maken. De draaitafel werd op het podium meer en meer vervangen door levende muzikanten en ook in de studio blijft deze hechte band grenzen verleggen. Hun vierde cd We Are Square begint vrolijk met funky spel, frisse geluidjes, speciale effecten en door een vocoder vervormde vocalen. De tracks More Is Less en Burning Hot (waanzin die zich kan meten met die van de Japanse samplepionier Cornelius) bevatten de leukste en meeste swingende stukjes knip- en plakwerk ooit in Nederland vervaardigd. Ook laat dit album horen dat er steeds betere melodielijnen in hun avonturen verwerkt worden. Als de band met een schuin oog naar de Balkan of Spanje loert, is dit soms ook letterlijk wereldmuziek. Geen wonder dat de gasten Benjamin Herman en Kyteman zich hier als een vis in het water voelen! (WJ / BN/DE STEM)
 

CD TIP: MUMFORD & SONS – SIGH NO MORE
Sinds Fleet Foxes is er ook bij een groter publiek opnieuw veel aandacht voor eerlijke songs van gepassioneerde songschrijvers die niet vies zijn van folk, Crosby, Stills & Nash en een beetje bluegrass. Mumford & Sons klinken alsof ze liever met hun paard en wagen door Ierland en Schotland trekken dan per trein. Wat een prachtige songs schrijft die Marcus Mumford. Ook zijn machtige stem, waarin hij vol overtuiging zijn ziel uitstort, is er een die de zeldzame combinatie van schoonheid, gevoel en kracht in zich draagt. Deze Londenaren stonden vorig jaar nog in de kleine zaal van Paradiso. Na dit debuut gaat dat allemaal snel veranderen. Omdat hun folk kracht en passie bezit en omdat de zware bassdrum genoeg aanleiding geeft om regelmatig massaal in te haken en mee te stampen. De band is alleen veel minder traditioneel dan The Pogues, de stem van Mumford bezit nagenoeg evenveel passie als die van Caleb Followill (Kings Of Leon), de songs hebben een Frames-achtige diepgang en emotie en de muziek bezit bijna evenveel kracht, dynamiek en bombast als die van Arcade Fire ten tijde van Neon Bible. Heel vreemd is dat laatste niet; Marcus Dravis produceerde ook dat album. Dit wordt een grote band. (WJ/OOR)
 

CD TIP: THE FEELIES - CRAZY RHYTHMS + THE GOOD EARTH
Eindelijk. Veel wordt er heruitgegeven, maar waar bleef één van de meest essentiële albums uit de jaren tachtig toch? Het is geen toeval dat juist het label Domino zich over Crazy Rhythms ontfermde. Dat is een absolute klassieker en een schoolvoorbeeld voor veel hedendaagse indiepop-bandjes die graag teruggrijpen op de combi van postpunk, new wave, folk, Amerikaanse underground en die gekke ritmes van dit bandje uit New Jersey. Waar zouden ze nu zijn, The Dodos, Vampire Weekend, maar ook Franz Ferdinand enzovoorts, zonder de muziek van Glen Mercer en Bill Million uit 1980? Natuurlijk ook The Feelies hadden op hun beurt goed naar The Velvet Underground geluisterd, maar hun percussierijke sound op dat debuut is mede dankzij die geniale drummer Anton Fier (The Lounge Lizards, Pere Ubu, Golden Palominos) zo speciaal, dat het zeer toepasselijk getitelde debuut nooit meer overtroffen is. De band werd destijds vaak vergeleken met Television en Talking Heads, maar bezat feitelijk zo’n eigen karakter en dat debuut een zo grote hoeveelheid originele liedjes, dat eigenlijk iedere vergelijking mank gaat. Ruim 29 jaar later blijken nagenoeg alle songs de tand des tijd te hebben doorstaan en opnieuw voor Raised Eyebrows te kunnen zorgen. Een tikje gestoord en heerlijk rammelend blijven ze soms wel. Ze inspireerden in ieder geval de band Weezer om de hoes van hun debuut op die van The Feelies te baseren. Gelijktijdig met de heruitgave van Crazy Rhythms verschijnt nu de destijds zes jaar na dat debuut verschenen opvolger The Good Earth. Dat album werd mede geproduceerd door Peter Buck (REM) en laat een minder opgejaagd geluid horen, mede omdat Fier dan al lang en breed weg is. Goede, meer folky aandoende liedjes, daar niet van, maar de enige echte klassieker heet toch echt Crazy Rhythms. Wie besluit naast zijn grijs gedraaide vinylversies deze cd’s aan te schaffen, die ontvangt een kaart met een code om van het net een aantal bonustracks te downloaden. Dat zijn bij de eerste cd een singleversie van Fa Cé-La, zoals die in 1979 bij Rough Trade verscheen, een paar demoversies en twee live-tracks, afkomstig van het reünieconcert dat de band op 14 maart dit jaar in Washington D.C. gaf. Bij de opvolger zijn dat twee tracks van een eerder verschenen EP (waaronder de cover She Said She Said van The Beatles) en een live-track van hetzelfde reünieconcert. Gelukkig zijn de reguliere albums precies zo gebleven als ze waren. Zo hoort dat ook. Omdat die al helemaal af waren! (WJ/OOR)
 

CD TIP: DEZ MONA – HILFE KOMMT
Dez Mona begon in 2003 als een duo. Een combinatie van contrabas en Goddelijke zang, in spirituele liederen nog wel. Dez Mona werd een band die ondanks het excentrieke gehalte en de hoge dosis drama veel mensen wist te bereiken met het twee jaar geleden verschenen tweede album Moments of Dejection and Despondency. Niet in de laatste plaats door de zalvende uithalen van Gregory Frateur, de nu 30-jarige zanger met dat machtige bereik. Op Hilfe Kommt keert Dez Mona qua gevoel een klein beetje terug naar hun roots. Producer Paul Webb (ooit bassist in Talk Talk en als ‘Rustin Man’ producer van het soloalbum van Beth Gibbons van Portishead) mixte de contrabas van Nicolas Rombouts als dragend instrument weer helemaal naar voren en herstelde de unieke klik met die stem van Frateur in songs met theatrale teksten over die verwarrende wereld die liefde of vriendschap heet. Het album begint met dreigend basspel en dito woorden in de machtige opener Beyond Redemption. De song komt later dankzij de inzet van strijkers, een orgel en koortjes uiteindelijk tot volle wasdom. Dat zeldzaam hoge niveau houdt de band zowaar ruim driekwartier vast. Er is van prachtig jazzy drumwerk te genieten, de piano en accordeon verrichten hier en daar wat wonderen onderweg en als de song het echt kan verdragen, zijn er blazers, nog meer strijkers of toch die climax. Heel bombastisch wordt het echter nergens en geheel over de top gaat de band nooit. Ook voor de meest extreme kantjes in de uithalen van Frateur is er dit keer geen plaats. Dat én de aanwezigheid van een aantal opvallend toegankelijke parels van popsongs (Get Out Of Here, Carry On) maken van Hilfe Kommt precies dat album dat de band nodig had om een nog breder publiek voor zich te winnen. Het blijft kunst met een grote K, maar muzikaal is de groep iets meer van Virgin Prunes richting Zita Swoon opgeschoven en had dat Engels van Frateur evengoed Frans kunnen zijn als hij een enkele keer zowaar klinkt als een kruising tussen Edith Piaf en Grace Jones. Verder zit er zowel iets van Antony Hegarty als van Nina Simone in het lichaam en geest van deze blanke Vlaming verscholen. Dez Mona blijft daardoor een bijzonder geval in de categorie extra ordinaire. (WJ/ OOR)


CD TIP: MONSTERS OF FOLK - IDEM
In de hardrock kwam je ze nog wel eens tegen, supergroepen, bestaande uit grootheden uit andere bands die elkaar gevonden hadden voor een nieuw avontuur. Nu is er zo’n formatie opererend in de Americana, alternative country en rootsrock. Het resultaat van de samenwerking tussen Jim James (My Morning Jacket), Conor Oberst (Bright Eyes), M. Ward (van zichzelf en She & Him) en Mike Mogis (van het label Saddle Creek en naast vierde bandlid tevens producer) is hier zowaar echt meer dan de som der delen. Al staan er netjes alle vier de namen onder de 15 composities, je hoort aan de leadzang en het type song wie van de heren als hoofdverantwoordelijke van zoveel prachtigs aangewezen kan worden. Het kwartet haalt blijkbaar het allerbeste in de individuele leden boven. Dit is een monsterverbond met grootse gevolgen: de nieuwe norm in de rootsrock heet voortaan Monsters Of Folk! (WJ / BN/DE STEM)
 

CD TIP: MOSS – NEVER BE SCARED/DON’T BE A HERO
Marien Dorleijn is een van Neêrlands beste songschrijvers. Hij won ooit de finale van de Grote Prijs van Nederland als singer-songwriter en rijpte als muzikant bij Caesar. Met zijn band Moss maakte hij in 2007 een schaamteloos mooi debuutalbum, maar de popliedjes bleken te soft voor zijn tijd of gewoon even niet hip genoeg. Hoe anders is dat anno 2009. Dorleijn schrijft nog altijd geweldige popliedjes. Ze zijn alleen een tikje donkerder en harder deze keer en ze worden door hemzelf en zijn prima band heel anders ingekleurd. Soms lijkt het wel hedendaagse psychedelica, met die inzet van moderne elektronica en effectpedalen. De mannen achter de mengtafel (good old Frans Hagenaars met de heren van Moss zelf) zijn niet bang het experiment aan te gaan en bezitten gevoel voor sfeer. Moss klinkt op de eerste helft van de cd bij vlagen heerlijk Brits en van alle tijden, omdat er op verschillende momenten onder meer XTC en hun alter ego’s The Dukes Of Stratosphear, maar ook Razorlight en The Stone Roses (zonder de dansritmes) in terug te horen zijn. Als John en Paul nu in hun twenties verkeerden, zou The White Album wel eens precies zo kunnen hebben geklonken. Dat zijn grote namen en gewaagde voorbeelden, want we hebben het hier over een ietwat schuchter, maar uiterst talentvol Amsterdamse bandje met een songschrijver vol Zeeuwse nuchterheid die niet graag de held uithangt, maar gewoon op zoek is naar een beetje liefde. Eentje die, gelet op het tweede deel van het album, thuis ook hoorbaar geniet van de Amerikanen van My Morning Jacket en Fleet Foxes of wel eens een oud plaatje met grappige geluidjes uit een keyboard van Grandaddy opzet. Zou Dorleijn beseffen wat hij overhoop gaat halen met de release van deze parel van de hedendaagse Nederpop? Want ik kan me niet voorstellen dat hier (en ver buiten de landsgrenzen) nog veel betere popplaten gemaakt gaan worden in 2009. (WJ/OOR)
 

CD TIP: Masters Of Reality – Pine/Cross Dover
De bandnaam is geleend van een elpee van Black Sabbath en voorman Chris Goss is nog steeds een groot liefhebber van het geluid uit de tijden van Cream, Led Zeppelin en Grateful Dead. Hij wordt de peetvader van de stonerrock genoemd, maar dat is dan meer te danken aan zijn producties voor Kyuss dan aan zijn eigen band. Die maakt op de in twee delen opgesplitste cd Pine / Cross Dover ouderwets lekkere rock in afwijkende maatsoorten, met veel bezwerende riffs, een paar instrumentale stukken waarin Goss met jazzrock lijkt te experimenteren en een paar lange jams die meer aan John McLaughlin en zijn Mahavishnu Orchestra dan aan een gierende rockband doen denken. Goss en zijn gasten (zijn vaste drummer John Leamy en UNKLE bijvoorbeeld) zijn meer in de weer met koortjes en groovy jams dan met woestijnzand. Dat is goed, want daar loopt de motor maar van vast. (WJ/ BN/De Stem)
 

CD TIP: Muse – The Resistance
Vanaf het debuut in 1999 is dit trio van zanger/gitarist/pianist Matthew Bellamy immens populair. In hun megashows worden grote gebaren en bombast niet geschuwd. De groep is ook gewoon erg goed in het maken van prettig klinkende, eigenwijs rockende popsongs die het prima op een radio doen. Uprising op het zevende album Resistance is daar wederom een perfect bewijs van. Dat is voor Bellamy, die vaak gezien werd als de missing link tussen Radiohead en Jeff Buckley, al lang niet meer genoeg. De man pakt graag uit met koortjes (in United States Of Eurasia lijkt zijn band soms op Queen) en met zwaar aangezette, klassiek aandoende symfonieën, wat het drieluik Exogenesis op het einde van de cd bewijst. Je kunt zeggen dat Muse paden durft te bewandelen waar anderen niet eens bij in de buurt durven te komen. Met het zelfde gemak kun je die ook als vér over de top kwalificeren. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: MOKE – THE LONG AND DANGEROUS SEA
De best geklede band van Nederland heeft een opvolger van het zeer succesvolle debuut Shorland klaar. Gestoken in een door Anton Corbijn geschoten hoes laat de Amsterdamse band (Moke is een verbastering van Mokum en de naam van een oom van de Noord-Ierse zanger Felix Maginn) op opvolger The Long And Dangerous Sea niets aan het toeval over. Bovendien pakt Moke, dat zich ook hier erg duidelijk door Echo & The Bunnymen heeft laten beïnvloeden, het dit keer allemaal nog grotesker aan. De band schuwt het grote gebaar niet, pakt uit met orkestbakken vol strijkers op zijn tijd, gitaren die nog luider afgesteld staan of juist met slechts een overgevoelige piano om de woorden van Maginn bij te staan. Zijn songs handelen over zowel de strijd in het huidige Palestina als die in het Ierland van de 19e eeuw. Het ‘Katholieke’ Moke maakt nog wel degelijk pop, maar dan wel op arenaformaat. (releasedatum 11 september) (WJ / BN/DE STEM)
 

CD TIP:  THE LOW ANTHEM – OH MY GOD, CHARLIE DARWIN
Soms hebben plaatjes even tijd nodig. Oh My God, Charlie Darwin is er zo een. Het evolutieproces na iedere keer draaien is enorm. De hoog gezongen openingstrack over de jonge Darwin is een groeidiamant van een Fleet Foxes-achtige schoonheid. De song is deels meerstemmig, bevat een mooie melodielijn en een zachte mondharp om het af te maken. Het merendeel van de liedjes is zo. Ze bevatten raaklijnen met folk, country en werk van de betere singer-songwriters. Contrasterend daarmee zijn de paar uptempo nummers, met deels elektrische gitaren en gezongen door een rauwe whiskystem. Home I’ll Never Be klinkt als een verwilderde Tom Waits op een boerenerf, maar er zijn ook moerasachtige fluisterliedjes met een fijn orgeltje of intermezzo’s met natuurgeluiden. En als er al gerockt wordt, dan lijkt de band op een kruising van Wilco met Jason & The Scorchers. The Low Anthem is een ontdekking! (WJ / BN/DE STEM)
 

CD TIP:  ARCTIC MONKEYS - HUMBUG
Kleine snotapen worden groot. In 2006 kon je nog denken te maken te hebben met de zoveelste Britse hype, al snel had iedereen door dat dit blijvertjes waren, ondanks dat punky geluid en de nodige bij hun leeftijd passende bravoure en onverschilligheid. Voor zanger/componist Alex Turner (23) is Humbug alweer zijn vierde cd (vorig jaar schreef hij nog een album van The Last Shadow Puppets vol) en het volwassen worden gaat in ras tempo. De cd-titel (uit A Christmas Carol van Charles Dickens) staat voor alles wat staat voor walging. Weg is de ADHD-pop van het debuut, weg is de luidruchtigheid en waanzin van het tweede album. Wat resteert zijn rocksongs in een lager tempo, met nog scherpzinnigere teksten en meer nadruk op andere instrumenten dan de gitaar. Dit klinkt ook niet als een cd die Josh Homme (Queens Of The Stone Age) produceerde. Even wennen, meer draaien en niet te snel opgeven! (WJ / BN/De Stem)


CD TIP: WILCO – WILCO (THE LBUM)
Al jaren denk ik dat Wilco net zo groot zou kunnen worden als R.E.M. Omdat de in 1994 door leden van Uncle Tupelo vreselijk goede liedjes schrijft en die stem van voorman Jeff Tweedy prachtig is. Het genre waarin de groep opereert houdt het midden tussen een soort alternative country en tijdloze pop en rock met een hang naar de 60’s. Er zit minstens evenveel Beatles als Jayhawks in de band en evenveel vrolijkheid als onderhuids sluimerende kommer en kwel. Het duet You And I met Feist is prachtig, maar het leukste nummer op Wilco (The Album) is You Never Know, dat ook zo maar van The Traveling Wilburys (met George Harrison) had kunnen stammen. Harrison wordt ook stiekem nog even geëerd met een uit My Sweet Lord geleend riffje. Deze tiende cd is niet beter dan een paar andere hoogtepunten uit hun oeuvre, maar als die voor u als startpunt zou fungeren, hoor je mij niet klagen. Wereldband! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: Vive La Fête
De Belgische band van bassist/zanger Danny Mommens en zijn kirrende vriendin/zangeres Els Pynoo bestaat al weer ruim 10 jaar. Dat is opvallend lang voor een bandje dat ‘bewust onnozel’ doet en teksten zingt in sensueel Frans terwijl het duo eigenlijk geen Frans kan. De combinatie van synthesizers uit de new wave en de electropop, baslijnen van The Cure en stoute Franse chansons werkt echter al jaren erg goed in poptempels, op modeshows en tijdens 80’s party’s. Het tiende album Disque D’Or bevat iets meer gitaren, een beetje meer rock en één ultrakort nummertje met evenveel punkenergie als Ça Plane Pour Moi destijds. Ook is er hier een Engelstalige tekst, met gelukkig een net zo stompzinnige boodschap: ‘Everybody hates me cause I’m rock & roll. So let’s get high tonight!’. Van die dingen. Maar leuk en aanstekelijk is het wel. Dit is zowaar een van hun beste cd’s tot nu toe! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: Grizzly Bear - Veckatimist
Vorig jaar staken we hier de loftrompet over de cd van Fleet Foxes, een groep die oude waarden combineerde met frisse ingevingen en wonderbaarlijke meerstemmigheid. Als referentiepunten werden zowel Crosby, Stills, Nash & Young als The Beach Boys genoemd. Beide groepen worden ook vaak genoemd in recensies van Grizzly Bear, een geheel ongevaarlijk kwartet uit Brooklyn, New York, dat muzikaal vele malen verder gaat dan Fleet Foxes. Hun vierde album Veckatimest is niet eenvoudig te doorgronden en echt genieten wordt het pas als je de cd vele malen aandachtig beluistert, alle melodielijnen zich in de hersenpan nestelen en de gelaagde composities steeds meer de vorm van een klassieke popsong beginnen te krijgen. Alles blijkt uiteindelijk in dienst te staan van dat liedje, zoals de afgemeten arrangementen en de inzet van strijkers en een meisjeskoor. Dit is een bedwelmend mooi album voor wie er de moeite voor neemt. (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: FEVER RAY – FEVER RAYever Ray – Fever Ray
De Zweedse groep The Knife combineerde de laatste jaren op een originele manier pop met dance. Het elektronische decor van Olaf Dreijer werd bovendien van schitterende vocalen voorzien door zuslief Karin Dreijer Andersson, die in de verte soms aan Björk doet denken. Karin komt nu als Fever Ray met een gelijknamig solodebuut waarmee ze de hoge kwaliteit van haar groep moeiteloos handhaaft. Dat doet ze met zeer gevarieerde tracks die het geheel in het begin wat grillig maken. Maar dat is gewenning. De ene keer klinkt de muziek sfeervol of zelfs griezelig, dan weer zou je er rustig op kunnen dansen. Er zijn tribal ritmes, oude synthesizers en vreemde stemvervormers. Bij een aantal songs zou je eerder verwachten dat ze uit Japan kwam. Na een paar keer raak je verslaafd aan wat we gerust elektronische voodoomuziek zouden kunnen noemen. Hoewel? Ze zingt ook gewoon over afwastabletten! (WJ / BN/De Stem)

 

CD TIP: YUSUF - ROADSINGER
Hij werd als Stephen Demetre Georgiou geboren, maar scoorde tussen 1966 en 1976 als Cat Stevens prachtige hits als Matthew & Son, Lady d'Arbanville en Morning Has Broken. In 1978 werd hij Moslim en heette voortaan Yusuf Islam. Vanaf 2006 maakt hij weer cd’s en zijn nieuwe, Roadsinger, klinkt als een prima album van…Cat Stevens. Zoals Tea For The Tillerman zal hij ze wel nooit meer maken, maar zijn zachtaardige stem en fraaie timbre zijn schitterend geconserveerd gebleven. Tel daarbij op dat er een paar prachtig zachtaardige composities op Roadsinger staan en niemand zou zich door de keuze van zijn geloof (Yusuf zingt hier ‘gewoon’ over ‘God’) geremd mogen voelen. Hij heeft nog altijd de woorden Peace Train achter op zijn Volkswagenbusje geschilderd staan. In 2004 ontving hij trouwens de vredesprijs Man For Peace voor zijn toewijding om de vrede te bevorderen, mensen te verzoenen en terrorisme te veroordelen. (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: Jesse Dee – Bittersweet Batch
Blanke soul uit Boston maakt indruk de laatste tijd. Was er vorig jaar al die lekkere plaat van Eli ‘Paperboy’ Reed, nu gaat daar het debuut van diens producer vocaal nog eens dik overheen. Wederom klinkt dit album alsof het een vergeten klassieker uit de jaren zestig (of soms nog eerder) betreft. Dee blijkt een prima componist, die niet alleen indruk maakt als hij gevoelig in de voetsporen van Sam Cooke en Otis Redding wil treden, hij laat ook graag de blazerssectie uitbundig schallen. Hij laat horen dat soul niet alleen warm en gevoelig kan zijn, hij bewijst tevens dat ouderwets rechttoe rechtaan gebrachte rhythm & blues anno 2009 nog altijd even opwindend kan klinken dan in de hoogtijdagen van de revues in de vorige eeuw. Dat deze moderne singer-songwriter tevens met gemak dweept met jazz of een flard country maakt zijn veelzijdigheid compleet. Nu al de soulsensatie van het jaar?

CD TIP: DE ANALE FASE - UITTOCHT
‘Ingewijden omschrijven het duo als de Hans & Grietje van het Belgisch-surrealistische lied.’
Dat staat te lezen in het tekstboekje. Ik sluit me daar bij aan. Zelden hoorde ik in de eigen taal zulke bijzondere liedjes, gedichten, teksten om koud van te worden. Je moet er soms even om glimlachen, tot de ware betekenis tot je doordringt. De woorden van Anna Vercamman (zang, trompet, xylofoon) en Joeri Cnapelinckx (zang, piano, sampler) zijn heel bijzonder. Luguber soms zelfs, maar ook uiterst menselijk, sierlijk, sprookjesachtig, hard en vol kinderlijke onschuld en logica. ‘Vingers stopt ge in uw oren. Duimen stopt ge in uw mond. Kindjes stopt ge onder de dekens, mama’s onder de grond. Alle dingen van waarde stopt ge onder de aarde’, om maar eens wat te noemen. Er gaan wat mensen dood in de liedjes en alleen al de bijzondere wijze waarop de door kindermishandeling om het leven gebrachte Lucy bezongen wordt, dwingt diep respect af, ook al maken de woorden me kotsmisselijk. De naam van het duo verwijst naar de periode dat een peuter de kringspieren leert beheersen. De peuter kan de ontlasting vastgehouden of laten gaan, waardoor volgens de psychologie een beleving van wil ontstaat en - als het goed gaat - een gevoel van autonomie. De Anale Fase blijkt nu plotsklaps ook de passende benaming voor een geweldig Vlaamse duo dat muzikale verwantschap vertoont met CocoRosie, en samen met Spinvis en Roosbeef de meest bijzondere Nederlandstalige liedjes van deze eeuw tot nu toe op hun naam hebben staan. Magnifiek debuut! (WJ/OOR)

CD TIP JOHAN - 4
Op 4 mei verschijnt 4, het vierde album van de Nederlandse popgroep Johan. Nog tien cd’s en we zijn aanbeland bij het rugnummer van de voetballer waarnaar de groep zich via een omweg (eerst heette de band Visions Of Johanna, naar een song van Bob Dylan) 12,5 jaar geleden noemde. De cd begint stevig, elektrisch, rockend. Meteen is daar ook een nieuwe gouden melodie. Er ontspint zich een album dat zowel rockt en swingt, maar tevens rustig zuigt, ontroert en soms zelfs een beetje bevreemd en beklemt, als zanger Jacco de Greeuw weer even Alone Again is. Verder kan iedere fan van de betere popliedjes van Beatles tot R.E.M. blind vertrouwen op deze hechte vriendenclub. De mooiste tracks (Comes A Time en Together Now) zijn logisch opgebouwd en lijken een logisch vervolg op al die andere typische Johan-liedjes die je meteen kon meefluiten. Juist in die schijnbare eenvoud schuilt de uitzonderlijke klasse. (WJ / BN/De Stem) PS: Vrijdag 8 mei kunt u dat alles live checken; vanaf 19.30 uur speelt de band live tussen de platenbakken in De Waterput!

CD TIP  CREATURE WITH THE ATOM BRAIN – TRANSYLVANIA Millionaire lijkt op een zijspoor gerangeerd, Transylvania is het bewijs dat een tijdelijk gelegenheidsproject uit kan groeien tot een band met internationale potentie. Waar Creature With The Atom Brain – zanger/gitarist Aldo Struyf, drummer Dave Schroyen (beiden afkomstig uit Millionaire), bassist Jan Wygers (Mauro & The Grooms) en Michiel van Cleuvenbergen (Dead Stop) – op het divers ingekleurde debuut I Am The Golden Gate Bridge (2007) nog wel eens het effect boven het liedje verkoos, staat Transylvania bol van de echte liedjes. Minder trippen en minder psychedelische gekte à la Butthole Surfers, de deur wordt wijd opengezet voor melodie, begaanbare songstructuren en zware woorden over de donkere kanten van het leven. De titelsong bevat het lekkerste ritme en de meeste groove, Spinnin’ The Black Hole bezit muzikaal het hoogste Hare Krishna-gevoel en ook bij een paar andere songs snap je waarom ze met de in Antwerpen opgenomen tracks in een vliegtuig richting de woestijn van eindmixer Chris Goss (Masters Of Reality) stapten om het geluid precies dat juiste rockgevoel uit de jaren zestig en zeventig mee te geven. Natuurlijk is het prachtig dat Goss en opnieuw Mark Lanegan (amper herkenbaar, gestopt met roken!) een vocaal robbertje meevechten, maar de echte winst zit in de metamorfose van de liedjes van Struyf. Millionaire in coma of op sterven na dood? Geen nood. Lange leve CWTAB! (WJ/OOR) PS: Zaterdag 9 mei laat de band de winkel opnieuw op zijn grondvesten trillen! Vanaf 15.30 uur speelt CWTAB live in de winkel!

CD TIP: THE VEILS – SUN GANGS
Het derde album bewijst opnieuw dat we te maken hebben met een uitzonderlijke zanger/songschrijver. Toen ik de nu 25-jarige Finn Andrews ruim 5 jaar geleden zag optreden bezat hij een stel zielige, waterige hondenogen. Zo klinkt hij vaak ook. Te jong veel te zwaar op de hand. Tien prachtige songs levert dat nu weer wel op. Op Sun Gangs klinkt Andrews beurtelings broeierig als een mannelijke PJ Harvey, rauw en vol pathos als een kruising tussen Nick Cave en David Eugene Edwards (16 Horsepower) of stevig als een soort jonge David Bowie op een Britse schroothoop. Anders dan op de veel zwaardere vorige cd toont de zoon van Barry Andrews (in de jaren zeventig actief als toetsenist bij onder meer XTC, David Bowie en Iggy Pop) ook zijn zachtere melodieuze kant. Het puurst is de titelsong waarin hij heel zacht zingt en de dramatiek van binnen zit. Om koud van te worden. (WJ / BN/DE STEM)


CD TIP: GHINZU - MIRROR MIRROR (PIAS)
Van de vorige cd verkochten ze er ruim 100.000 en waarschijnlijk is die luxe een van de redenen waarom het vijf jaar duurde voor Mirror Mirror eindelijk uitkomt. Deze Franstalige Brusselaars zijn genoemd naar een Japans merk messen die naar het schijnt beter snijden naarmate ze vaker gebruikt worden. Beetje vreemd voor een groep die er zo lang over doet voor die überhaupt opnieuw is gaan snijden, knippen, plakken en editen. Hoe sterk en scherp de meeste tracks van dit derde album inderdaad opnieuw zijn, van veel ontwikkeling sinds Blow (2004) is geen sprake. Naadloos passen alle songs achter en door elkaar en resoluut het mes zetten in hun dynamische, soms zelfs wat bombastisch kitscherige stijl durft de band duidelijk niet. Ze komen er mee weg omdat zanger/toetsenist/componist John Israel (aka Stargasm) uiterst gevarieerde groeibriljanten van het zwaarste kaliber (zowel in de wat softere pophoek als de origineel hard rockende sector, en dat is knap) schrijft en de Franse producer Dimitri Tikovoi (Placebo, Sophie Ellis-Bextor) en Britse mixer Nick Terry (Klaxons, Libertines) hun vak verstaan. Ghinzu blijft daardoor een van de grootste Belgische bands die het in zich heeft wereldwijd te gaan scoren. WJ/OOR

CD TIP: CREATURE WITH THE ATOM BRAIN - Transylvania (SACRED LOVE/MUNICH)
Millionaire lijkt op een zijspoor gerangeerd, Transylvania is het bewijs dat een tijdelijk gelegenheidsproject uit kan groeien tot een band met internationale potentie. Waar Creature With The Atom Brain – zanger/gitarist Aldo Struyf, drummer Dave Schroyen (beiden afkomstig uit Millionaire), bassist Jan Wygers (Mauro & The Grooms) en Michiel van Cleuvenbergen (Dead Stop) – op het divers ingekleurde debuut I Am The Golden Gate Bridge (2007) nog wel eens het effect boven het liedje verkoos, staat Transylvania bol van de echte liedjes. Minder trippen en minder psychedelische gekte à la Butthole Surfers, de deur wordt wijd opengezet voor melodie, begaanbare songstructuren en zware woorden over de donkere kanten van het leven. De titelsong bevat het lekkerste ritme en de meeste groove, Spinnin’ The Black Hole bezit muzikaal het hoogste Hare Krishna-gevoel en ook bij een paar andere songs snap je waarom ze met de in Antwerpen opgenomen tracks in een vliegtuig richting de woestijn van eindmixer Chris Goss (Masters Of Reality) stapten om het geluid precies dat juiste rockgevoel uit de jaren zestig en zeventig mee te geven. Natuurlijk is het prachtig dat Goss en opnieuw Mark Lanegan (amper herkenbaar, gestopt met roken!) een vocaal robbertje meevechten, maar de echte winst zit in de metamorfose van de liedjes van Struyf. Millionaire in coma of op sterven na dood? Geen nood. Lange leve CWTAB! (WJ/OOR)
 

CD TIP: Buddy & Julie Miller – Written in Chalk
Dit is het tweede gezamenlijke album van het getalenteerde echtpaar in 20 jaar. Vooral Buddy heeft het razend druk met produceren, toeren met Alison Kraus en Emmylou Harris of soloplaten maken. Op Written In Chalk blijken de twee opnieuw meesters in het vertolken van folk, countryrock en een halve gospel. Het geluid varieert van oertraditioneel, opvallend rauw tot minimalistisch puur en ingetogen. Hartenpijn met piano’s, lapsteels, mandolines, gitaren en machtige stemmen. Het gezamenlijke hoogtepunt heet Gasoline And Matches en is niet alleen vanwege de titel gevaarlijk aanstekelijk. Het duo duelleert vocaal ook veelvuldig met anderen. Zo is er een vioolrijke sleper met Robert Plant en vallen er hartverscheurende duetten met Patti Griffin en Emmylou Harris te noteren. Andere hoogtepunten vormen het breekbare solostuk June van Julie en het lange (ware) relaas van Memphis Jane, dat lekker elektrisch doordendert. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Drive Like Maria - Elmwood
Het lijkt erop dat 2009 een prima rockjaar wordt voor Nederland. Na de groep De Staat klopt er nu een voor een deel ook Belgisch rocktrio hard op de poort richting erkenning. Ook hier bedient de groep van zanger/drummer Bjorn Awouters en de uitstekende 22-jarige gitariste Nitzan Hoffman zich van Amerikaanse rock met een gruizig Queens Of The Stone Age-randje. De songs van het door John Congleton (Black Mountain) geproduceerde debuut Elmwood verraden echter heel veel eigen talent en een hang naar de seventies. Daar paste wel een mooie damesstem van toen bij, zo moet de groep gedacht hebben. In twee duetten is niemand minder dan Janis Ian als gastzangeres op komen draven. Maar let vooral ook op de power en de geweldige dynamiek van het trio zelf. En zet dat intro van Born Of The 4th Of July (met het beste drumwerk sinds Dave Grohl in QOTSA) maar op repeat! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: Dan Auerbach – Keep It Hid
Hij heeft een baard en maakte tot een paar jaar geleden ongemeen rauwe garagerock en bluestrash in duo-opstelling. Sinds de laatste cd Attack & Release van zijn band The Black Keys heeft hij het licht gezien, de soul herontdekt en schrijft hij echte liedjes. Dat had volgens Auerbach meer met zijn leeftijd (nu nog maar 29 jaar) dan met de samenwerking met producer Danger Mouse (Gnarls Barkley e.a.) te maken. Dit wederom erg sterke eerste soloalbum Keep It Hid, waarop hij zowat als zelf doet, bewijst opnieuw dat er in de man veel meer schuilt dan een gitarist die kan scheuren en naar motorolie stinken. Hij noemt ook dit album een mix van wat er voorheen ook al in zijn muziek aanwezig was: garagerock, country, psychedelica en soul. Blanke soul soms, zoals die van zijn favoriete soulzanger Eddie Hinton, die stiekem toch ook verdomd zwart klinkt. Maar ook lekker rauw. Sterke plaat! (WJ / BN/De Stem)


CD TIP: VENUS IN FLAMES - INTIMACY
Jan De Campenaere stelde zich ooit ten doel een tijdloos nummer als Perfect Day van Lou Reed te schrijven. Dat is een fraaie hoge lat, die ook snel naar beneden komt als je je er aan probeert op te trekken. Op Intimacy keert deze 32-jarige Vlaming terug naar de basis van waaruit alles ooit begon: liedjes vervaardigd met een akoestische gitaar (of piano) die heel dicht bij hem zelf blijven. Samen met muzikanten die we kennen uit de formaties van Admiral Freebee, Gabriel Rios, Novastar, Arid en Flat Earth Society, én de prachtige stem van Ilse Goovaerts (Neeka), lukt het De Ceulenaere voorbeeldig om zich als singer-songwriter in het land dat met Milow en Novastar (hoewel eigenlijk Hollander) succesvol te profileren. Vooral als er ware liefde in het spel is, zoals in het prachtige You Could Be The One, of als hij uiterst melancholiek de juiste woorden vindt, verdient Intimacy uw intieme aandacht. Nee, Lou Reed wordt niet benaderd, maar ik hoor al wel twee stukken die te vergelijken zijn met een jonge Stephen Stills en Grant Lee Buffalo. Ook niet gek. (WJ/OOR)
 

CD TIP: U2 – No Line On The Horizon
U2 viel tot op heden zelden in herhalingen. Ook No Line On The Horizon laat een aantal verrassend frisse, in Marokko opgedane ideeën en avontuurlijke geluiden horen. De titelsong is dynamisch, de single kent momenten die aan de stonerrock van Masters Of Reality en zelfs het oude Queen doen denken en soms is er ook gewoon een opvallend catchy popliedje. De productie van Brian Eno en Daniel Lanois kent fraaie sfeerlagen en de nodige ouderwetse rootselementen. Het lange Moment Of Surrender is van One-achtige kwaliteit en had met meer groove ook zo maar van Massive Attack kunnen zijn. U2 flikt het weer!

CD TIP: The Sedan Vault - Vanguard
Weer zo’n Belgische band waarvan de podiumreputatie de (in dit geval) tweede cd vooruit kwam snellen. De band deed al diverse prachtige festivals aan (Pukkelpop, Dour) en mocht het podium delen met acts als Coheed And Cambria en The Mars Volta. Vooral dat laatste snijdt hout. Hoewel dit viertal uit Leuven heel eigengereid opereert en hun muziek op Vanguard werkelijk alle kanten op stuitert, is een vergelijking qua energie, diversiteit en speelse complexiteit met juist The Mars Volta wel degelijk op zijn plaats. Zeker de hoge vocalen, de rode draad in de teksten en de geraffineerde arrangementen (waarin ook plaats is voor elektronica, blazers, strijkers en zowaar spoken word van rockicoon Arno Hintjens) verdienen minstens evenveel respect als die vaak nog een tikje ingewikkelder in elkaar stekende partijen van die Amerikanen. Vanguard blijkt een prima kruisbestuiving tussen indierock, punk, emo en progrock en het geheel laat zich beluisteren als een conceptplaat over de misdaadplannen van een terroristische organisatie. ‘We spread communism by the gallon of gasoline.’ Hoe dan ook, The Sedan Vault is wederom een Belgische band van internationale allure. Of had u dat op Eurosonic ook al ontdekt? (WJ/OOR)

CD TIP:  DIVERSE ARTIESTEN - DARK WAS THE NIGHT (BEGGARS BANQUET/V2)
Na eerdere edities onder de naam Red Hot & Blue, Red Hot & Rio en zo meer is Dark Was The Night na 20 jaar de zoveelste bijzonder interessante verzamelaar waarmee de Red Hot anti Aids organisatie aandacht vraagt voor- en financieel bijdraagt aan het bestrijden van HIV- besmetting. Los van dat doel bestaan er in dit gevoel nagenoeg 31 goede redenen om deze verzamelaar aan te schaffen, want de lijst met meewerkende artiesten is ronduit sensationeel sterk. Alle hedendaagse nieuwlichters die er echt iets toe doen, leveren hier een bijdrage met een exclusief nieuw nummer, een originele cover of een onverwacht samenwerkingsverband. Om met dat laatste te beginnen, wat dacht je van Feist met Ben Gibbard, Antony met Bryce Dessner, Blonde Redhead met Devastations, The Books met Jose Gonzalez, The Dirty Projectors met David Byrne, Conor Oberst met Gillian Welch en Buck 65 Remix feat. Sufjan Stevens en Serengeti? Daarnaast leveren, dit keer op uitnodiging van Aaron en Bryce Descher van The National, de volgende grootheden meer dan geslaagde bijdragen: Bon Iver, Yeasayer, My Brightest Diamond, My Morning Jacket, Arcade Fire, Beirut, Sharon Jones & The Dap Kings, Cat Power, The National zelf en vele anderen. Bijna alle 31 songs klinken bijzonder geïnspireerd, vreemd genoeg ook nog redelijk samenhangend of anders toch wel gewoon als een fijne collector voor de fan die dat ene nummer lekker nergens anders kan vinden. Zoals die speciale cover With A Girl Like You, ooit een typische sixtieshit van The Troggs, maar nu helemaal 2009 door Dave Sitek (TV On The Radio). Verplichte aanschaf! En niet alleen omdat er vele mindere manieren denkbaar zijn om uw geld aan een goed doel te schenken. (WJ/OOR) (Release 13 februari)

CD TIP: THE DEATH LETTERS - THE DEATH LETTERS (COOL BUZZ/BERTUS)
Typisch geval van een bandje waarvan de podiumreputatie het debuutalbum vooruitgesneld kwam. En dat terwijl Victor Brandt (drums) en Jordi ‘Duende’ Ariza Lora (zang/gitaar) nu nog maar slechts 16 en 17 jaar jong zijn. Het live in de White Stripes-opstelling spelende duo uit Dordrecht blaast alle voordelen dat blues leeftijdgebonden is van tafel. Dat proberen ze nu ook in uw huiskamer te bewerkstelligen, maar dat blijkt toch een iets moeilijker verhaal. Er worstelen meer heel energieke podiumacts met het probleem hoe die energie te bundelen, de liedjes heel te houden en liefst toch ook die smerige solo’s zo volvet mogelijk vanuit een cd-speler over te laten komen. Producer Remko Schouten (vooral bekend als live engineer van onder meer Caesar, Pavement en And You Know Us By The Trail Of Dead en eerder als geluidstechnicus betrokken bij cd’s van Coparck, Cuban Heels en Claw Boys Claw) lijkt hier bewust weinig meer gedaan te hebben dan helder registreren. Tevens heeft hij de jongens ervan overtuigd dat het effect groter is als ze zich in enkele nummers eerst ook even iets weten in te houden. Knallen doet het duo nog wel degelijk als er echt iets te knallen valt. Play It Like You Mean It was het motto van hun eerder in eigen beheer verschenen EP. Dat gaat ook hier nog wel op, maar er is duidelijk winst geboekt omdat er hier zowaar ook een paar echte liedjes op staan. De normaliter als een tijdbom opererende Duende speelt dan de rol van gevoelige zanger, zonder de gitaarerupties, maar wel met de levenswijsheden van een puber die ontdekt heeft dat houden van begint bij leren vergeten. Nee, The White Stripes of de in dezelfde opstelling spelende Belgische evenknie (en bijna leeftijdsgenoten) The Black Box Revelation zijn ze nog lang niet. Maar hun Crazy Mind Blues staat wel en bij songs als An Ache In My Brain en Schizophrenic staat iedere club in Nederland dit jaar volledig in vuur en vlam. Zeker weten! (WJ / OOR, RELEASE VRIJDAG 6 FEBRUARI)
 

CD TIP: Franz Ferdinand - Tonight
Het lijkt een onmogelijke opgave om ooit dat monumentale debuut dat de rockwereld in 2004 op zijn kop zette te evenaren. Daarop stonden elf ongeëvenaarde, geometrisch swingende popliedjes met invloeden uit de jaren tachtig. De opvolger viel bar tegen, maar voor de derde cd namen de Schotten verstandig genoeg de tijd en zocht het nieuwe invalshoeken. Tonight: Franz Ferdinand bevat inderdaad een andere sound en wederom een aantal prima popsongs. Daarmee gaan ze niet zo veel potten breken als in 2004, maar er kan wel op gedanst worden! Zeker als de band met elektronica in de weer gaat of opnieuw een gouden melodielijn uit de mouw schudt. Alleen de opbouw van de cd is wat vreemd. Die lijkt met een paar rustige songs zelfs als een nachtkaars uit te gaan. Daarom moet u ook de versie met een tweede cd aanschaffen. Daarop dubversies die beter smaken naarmate het origineel onherkenbaarder is. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Antony & The Johnsons - The Crying Light
Zijn tweede album I Am A Bird Now werd wereldwijd binnengehaald als een van de meest bijzondere van deze eeuw. “Om van Antony te genieten moet je elke vorm van cynisme afleggen”, aldus mijn college Tom Engelshoven in OOR. Dat klopt precies. Zelden heb ik een eerlijker album gehoord dan dit. Het vibrerende stemgeluid van deze in het verkeerde lichaam geboren zanger raakt je tot diep in de ziel. Het mooiste op The Crying Light zijn de liedjes met summiere pianobegeleiding en Antony die met bibberende falset het leed van de wereld op zijn schouders neemt of die wereld eigenlijk nog liever inruilt: ‘I Need Another World, This One’s Nearly Gone.’ Alles aan Antony is uniek, en iemand die zich daar niet voor open kan stellen, mist veel in zijn leven. Die persoon is zoveel pure, oprechte schoonheid ook niet waard. De rest kan beter een dikke trui aan doen: kippenvel! (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Amadou & Mariam - Welcome To Mali
Dit blinde echtpaar uit Mali is al sinds 1977 muzikaal actief in- en vanuit een blindeninstituut aldaar. Met de vorige, door Manu Chao geproduceerde cd brak het duo door en won het live de harten van de Lowlandsganger. Op Welcome To Mali werken ze op twee tracks samen met de van Blur en The Gorillaz bekende Damon Alborn. Allemaal leuk en wel, dat aansluiting zoeken bij het muzikale westen, Amadou & Mariam bewijzen met de overige dertien tracks vooral waarom muziek uit West-Afrika zo ongemeen boeiend kan zijn. De typische gitaarlijntjes, warme orgelpartijen en heerlijke ritmes onder de verrassend mooie zanglijnen van het duo zijn een verademing in tijden dat de radio overspoeld wordt door gebakken muzikale lucht. Wilt u een echt warme culturele kerstgedachte onder uw boom? Schaf Welcome To Mali aan en wees trots op een multiculturele wereld in plaats van alleen Nederland. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: DE STAAT - WAIT FOR EVOLUTION (EXCELSIOR/V2)
Het gebeurt niet vaak, maar ik heb nu al het idee een van de albums van 2009 in handen te hebben. Van Nederlandse makelij nog wel. Wait For Evolution van De Staat schijnt als een soloproject van zanger/gitarist/producer Torre Florim ontstaan te zijn. Torre wie zei u? Eh, een jongeman uit Nijmegen die volgens MySpace houdt van Dessert Sessions, Tom Waits, Masters Of Reality, Stuurbaard Bakkebaard en nog zo een paar helden. En verdomd, dat is allemaal nog goed terug te horen ook op dit magnifieke debuut dat hij samen zong en inspeelde met muzikanten van onder meer The Bloody Honkies en Fuck The Writer. Inmiddels is De Staat met weer wat anderen ook een hechte podiumband die zowaar al met dEUS door Engeland mocht toeren. Gaat het niet te hard met De Staat? Nee hoor, dit is rijp, vet, speels en helemaal af! Queens Of The Stone Age mag jaloers zijn op een song als The Fantistic Journey Of The Underground Man, omdat in dat nummer (en een paar anderen) de oude voorliefde voor riffs van Homme nog duidelijk hoorbaar is, maar dit gaat mijlenver dan stonerrock spelen in eender welke dessert. Ik heb zelden een album gehoord dat zo rijk was aan ideeën, originele invalshoeken en vooral speelse accenten, ritmes, koebellen, koortjes en rijpe Amerikaanse rootsmuziek uit de Hollandse polder. We’re Gonna Die als dit niet gaat scoren. (WJ/OOR)
 

CD TIP: Grace Jones - Hurricane
Vergane glorie? Deze zomer was de excentrieke dame uit Jamaica terug op de podia. Ze bleek uitermate goed geconserveerd. Ook Hurricane blijkt na bijna 20 jaar een prima nieuw visitekaartje van deze kruising tussen zangeres en levend kunstwerk. De cd waarop soul, pop, funk, gospell en vooral ook veel reggae fuseren, klinkt zwoel, groovy en heerlijk swingend. Wat wil je met een band waarin Sly Dunbar en Robbie Shakespeare als ritmetandem fungeren en waarop verder grootheden als Brian Eno en Tricky te horen zijn? Toch verdient Jones, die alles schreef, met die karakteristieke stem inzong en de productie in de gaten hield, alle credits. Temeer omdat songs als Corporate Cannibal , This Is en de titelsong kunnen wedijveren met oude hits als Pull It To The Bumper en Slave To The Rhythm. Ritmisch gezien is dit pure hoge school en 'Amazing Grace' verdient een glorieuze terugkeer in de hitparade. (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: ROOSBEEF - Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten (EXCELSIOR/V2)
De naam van Roos Rebergen gonst al een paar jaar positief rond in de pop- en kunstwereld. Omdat deze opvallende verschijning met het rode piekhaar vanuit haar - met sloop bedreigde - boerderij in Duiven al op zeer jonge leeftijd als een heerlijk brutaaltje originele liedjes op de wereld losliet. Begin 2007 stond in onze rubriek Ondergrond te lezen dat Roos op haar EP in de eigen taal puur, eerlijk en ontwapenend klinkt, maar dat dat alles helaas wel als een kaartenhuis in elkaar stort als ze zich van de Engelse taal bedient. Dit albumdebuut is volledig in het Nederlands en lost alle hoge verwachtingen groots in.

Ze mag zich nu met recht labelgenoot van Spinvis noemen en ontpopt zich qua timbre als een jonge vrouwelijke versie van André Manuel in Krang. Daarbij heeft ze een minstens even eigenwijze kijk op de hedendaagse wereld als Manuel, al houdt Roos het bewust veel kleiner en persoonlijker in haar werkelijk geniale teksten.

Ze weet altijd precies de juiste woorden te vinden voor het omschrijven van haar gevoelens of een situatie waarmee ze stoeit, lacht, huilt of die ze gewoon niet snapt. Ja, dat is een bijzondere gave. Ontroerend is het relaas over haar bouwval van een boerderij, die uiteindelijk een spuitje krijgt, zonder verdoving. Ook aangrijpend is het relaas van het uiteenvallen van de droom van een jonge soldaat als die wordt uitgezonden naar Afghanistan en de remake van het persoonlijke Alleen, dat in een andere vorm onder de titel Foto ook op haar EP te horen was. De potentiële single én hit Te Heet Gewassen had zomaar van Spinvis kunnen zijn en ook dat is als een compliment bedoeld. Roos noemt dit een album over verlangens en het 'echte' leven. Nou, Roos is echt, de mensen en de dingen waarover ze zingt zijn echt en de muzikale bijdragen en steun van producer Tom Pintens (voorheen Zita Swoon) en Tjeerd Bomhof van Voicst zijn echt sterk. Roosbeef is een heerlijk bandje van een zeer oorspronkelijk talent van bij ons. En ze moet ook maar lang gewoon hier blijven; dat buitenland is niks voor haar. (WJ/OOR)
 

CD TIP: GUNS 'N ROSES - CHINESE DEMOCRAZY
Dit is de langverwachte opvolger van de succesalbums uit de eerste helft van de jaren negentig. Vergane glorie? Niets van dat alles. De titelsong Chinese Democracy is een van de sterkste tracks die de band van Axl Rose zelfs ooit opnam. Rose is na al die jaren wel de enige constante factor gebleken want de hele rest van de band is vervangen. Toch vliegt ook dit gezelschap soms in lichterlaaie, en zorgt Buckethead voor ijzersterk gitaarwerk. Ook staan er weer een aantal typische 'slepers' op de cd die van soft naar bombastisch aanzwellen.
 

CD TIP: SOLO - BEFORE WE PART (EXCELSIOR/V2)
Ook u vond het vreemd dat Solo voorheen uit twee mensen bestond? Welnu, Solo is vanaf nu een eenmansactie van singer-songwriter Michiel Flamman (eerder ook actief als J. Perkin). Toetsenist Simon Gitsels heeft dus na twee Solo-albums Flamman losgelaten, wat niet wil zeggen dat daarmee de rol van hem en de piano op het toepasselijk getitelde Before We Part is uitgespeeld. In het overgrote deel van dit in de Tiny Telephone studio in San Francisco afgewerkte album (de basis werd mét zijn vaste band, inclusief Gitsels, in de Utrechtse Mailmen studio van Martijn Groeneveld gelegd) speelt de piano zowaar een hoofdrol. Bezat de vorige cd Solopeople nog een openingssong genaamd Satie, hier waart de geest van pianist Erik Satie nog overduidelijk rond in het sober vormgegeven, maar bloedmooie Drunken Bed, een van de vele warme, trage en gevoelige hoogtepunten van deze alleen op het eerste gehoor wat brave verzameling songs van een optimistische songschrijver in de bloei van zijn muzikale leven. Flamman verkoos Tiny Telephone vanwege het geluid van de daar opgenomen cd's van Death Cab For Cutie, The Decemberists en The Mountain Goats en leende en passent meteen maar hun producer en mixer/engineer Scott Solter en Aaron Prellwitz en een aantal daar actieve blazers. Flamman had vooraf een organisch album in gedachten, met liedjes over the love of his life, hoop en vertrouwen. Dat werd het ook. Toch speelt ook afscheid nemen weer een rol, maar zelfs dat voelt, zoals in Started Out As Friends, goed en vreedzaam. Dat kan ook gezegd kan worden over de allesbehalve vrolijke boodschap in de majestueuze, maar innemende ballade Haven't You Heard The News, het absolute pronkstuk van de cd. U vindt 10 liedjes van net nog géén 4-minutensongs wat aan de korte kant? In de lente van 2009 staat de opvolger alweer op stapel. (WJ / OOR)

CD TIP: David Byrne & Brian Eno
My Life In The Bush Of Ghosts van de Londense Brian Eno (voorheen Roxy Music) en David Byrne (Talking Heads) uit New York zorgde 27 jaar geleden voor een aardverschuiving in het poplandschap. Het duo werkte met samples en integreerden elementen uit de wereldmuziek op een album met tot op dat moment ongehoord eclectische popmuziek. Nu staan de namen in de andere volgorde op de hoes en lijkt de muziek, met invloeden uit de folk, country en gospel, eigenlijk nog het meest op een nieuw album van Talking Heads. Door die karakteristiek hoge stem vooral, maar ook door het type songs. Eno, die op afstand voor de muziek tekende, daagde Byrne wel uit om anders te moeten zingen en schrijven, het geheel is echter wat minder wereldschokkend als destijds. Maar wedden dat dit prettig klinkende Everything That Happens Will Happen Today u ook weer naar een ander lekker album van Talking Heads doet terug verlangen? (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: AC/DC - Black Ice
De fans hebben er lang op moeten wachten. De vijftiende cd van de in 1973 door de broertjes Young opgerichte Australische hardrockband is echter vele malen beter dan die paar van de laatste vijftien jaar. Alle vijftien tracks op Black Ice behoren tot de beste die de band ooit opnam. Alles wat AC/DC (gelijkstroom/wisselstroom, maar ook straattaal voor biseksualiteit) kenmerkt is weer rijkelijk aanwezig: hoekig spel, knallende gitaren, pompende ritmes en dat schuurpapieren stemgeluid. Moeilijk wordt er nergens gedaan, in vier nummers zit gewoon rock 'n roll in de titel en één nummer heeft weer een bluesy karakter. Vernieuwing komt niet in hun woordenboek voor, recht vooruit rocken des te meer. Iedere andere band zou er op afgerekend worden, zoniet de groep van deze overigens in Nederland woonachtige gitarist in dat schoolpakje met korte broek. Alle nieuwe variaties op Highway To Hell worden terecht juichend binnengehaald. Onmisbare kost voor ieder rockfeestje! (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Snow Patrol - A Hundred Million Suns
'De popwereld heeft een groot tekort aan megasterren', zo luidt al jaren de noodkreet van de muziekindustrie. En nu ze er dan stiekem toch weer één hebben, zanger Gary Lightbody van Snow Patrol, dan valt hij in een willekeurige Aldi niet eens op tijdens het boodschappen doen. Zelden verkocht een dusdanig onopvallende band zoveel cd's. Van de vorige van Snow Patrol gingen er 5 miljoen over de toonbank, en iedereen op de wereld met een radio heeft minstens één keer Chasing Cars mee geneuried. De langverwachte opvolger A Hundred Million Suns klinkt op het eerste gehoor iets minder pakkend, maar pas op! Na iedere draaironde nestelt zich weer een ander liedje bovenin uw hersenpan. Ook bespeuren we positieve boodschappen, lichte strijdvaardigheid en zowaar wat elektronica. De gelijkgestemde fans van bijvoorbeeld Coldplay hoeven echter niet te wanhopen; de popliedjes met lieve gitaren winnen weer ruimschoots.

(WJ / BN/De Stem)

CD TIP: ANDERSON - IT RUNS IN THE FAMILY (VOLKOREN/MUNICH)
De eerste oplage van de tweede cd van het Nederlandse indiepopduo, bestaande uit Bas van Nienes en Jeroen van der Werken, is prachtig vormgegeven. Het idee achter het album is dat tien personen uit één familie her en der verspreid over de wereld een compleet ander leven leiden, maar elkaar wel af en toe een kaart opsturen. Die tien kaarten zijn bijgesloten en iedere song verwijst er naar één. Leuk concept, al kun je de cd ook beluisteren als een plaat van twee prima singer-songwriters die graag met elektronica én akoestische instrumenten in de weer zijn en heel verschillende liedjes over heel verschillende onderwerpen maken. Die songs handelen over zaken als liefde, leed, ziekte, eenzaamheid, science fiction of de dansvloer, want in de bandleden huizen niet alleen een paar fans van hun Amerikaanse evenknie The Postal Service, ook de jaren tachtig van glitter, glamour, groove en The Pet Shop Boys lijken niet ongemerkt aan de heren voorbij te zijn getrokken. Toch zijn de beats nergens te heavy, blijft de sfeer vaak heerlijk intiem en zijn de stemmen (inclusief die van Lydia van Maurik-Wever van labelgenoot Brown Feather Sparrow) warm en prachtig in balans met de muziek. WJ/OOR CD

TIP: Kaiser Chiefs - Off With Their Heads
Eerlijk gezegd gaf ik geen cent meer voor het vervolg van de carrière van deze Engelse band die in 2005 met hun debuut Employment een van de meest frisse debuutplaten ooit afleverde. Aan dat debuut klopte alles: de energie, de frisheid, de melodietjes, de koortjes én het moment van uitkomen. Daarna volgde een soort overkill op radio en podia en de keuze om óf geforceerd leuk te willen blijven óf eindelijk eens volwassen te moeten worden. Off With Their Heads is al het derde album en het valt mee. Omdat de band razend knappe popliedjes in elkaar blijft steken die tekstueel dieper graven dan ze in eerste instantie doen vermoeden. Het vijftal heeft een geheel eigen, uit duizenden herkenbaar geluid weten te creëren. Ja, da's knap, en nee, ze proberen niet geforceerd te uitbundig vrolijk te doen. Toch is het op de fiets meefluiten van de liedjes terecht nog steeds niet verboden. WJ / BN/De Stem
 

CD TIP:  Bloc Party - Intimacy
De vaandeldrager van de Britse popmuziek (Radiohead uitgezonderd) luistert niet naar de naam Oasis, Franz Ferdinand, Kaizer Chiefs, of een van de wagonlading aan leuke nieuwe bandjes dat ieder jaar London Calling overspoelt. Bloc Party opereert met Zwitserse precisie, strak en in een ongemeen hoog werktempo aan wat een mengvorm van rock, dansmuziek, geëngageerdheid, gevoel en opwinding genoemd mag worden. Dat de zwarte zanger Kele Okereke in de met elektronica en beats opgesierde hit Mercury klinkt als een nazaat van de blanke Johnny Lydon ten tijde van PIL nemen we graag voor lief. Evenals het feit dat sommige tracks onderling licht inwisselbaar zijn. De gitaarpartijen en het swinggehalte zijn meesterlijk. Luister naar Talons, de zoveelste sterke single van de groep. Dat nummer ontbrak op Intimacy, zoals het al een maandje te downloaden is, maar staat samen met andere knallers wel op de vanaf 24 oktober normaal te koop zijnde cd in de winkels. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: TV On The Radio - Dear Science
Deze New Yorkers met die vreemde naam maakten voorheen ook vreemde muziek. Experimenteren met stijlen stond hoog in hun vaandal. Toch verkochten de twee eerdere cd's vanwege te moeilijk en te avant-garde toch maar mondjesmaat. Dear Science gaat daar in één klap korte metten mee maken, omdat alles aan dit album minstens net zo sterk en inventief is dan voorheen, maar de sound nu wel publieksvriendelijk is. De meeste songs zijn zelfs pakkend genoeg om op de radio te draaien. Dit is een ongelooflijk rijke plaat. Niet alleen wordt de kwaliteit van vroeger gewaarborgd, de huidige muziekwereld wordt ook van een forse (en niet zelden superswingende) injectie voorzien. Muzikant/producer Dave Sitek blijkt tevens een meesterarrangeur. Nooit geweten dat soul, funk, wave, rock, jazz en toch ook nog een beetje noise zo dicht bij elkaar lagen. Minder maf, wel zo lekker. Wereldplaat! (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Kings Of Leon - Only By The Night
Dit is het vierde album van drie broers en een neef met dezelfde achternaam uit Tennessee, geroemd vanwege hun sound die zowel kenmerken uit de garagerock uit de jaren zestig als uit de postgrunge bevatte. Weinigen hadden geloofd dat de groep van deze drie zonen van een reizende predikant van de Pinkstergemeente anno 2008 een van de grootste rockbands op aarde zou zijn en dat ze wederom met een monument van een rockplaat af zouden komen. Na de groeidiamant Because Of The Times is Only By The Night weer een schoolvoorbeeld hoe modern en sterk op tradities gebaseerde muziek kan klinken. Want elke riff, klap of uithaal is raak. En dan die is er ook nog die prachtig hees overslaande stem van zanger/songschrijver Caleb Followill; een twintiger als toonbeeld van passie en betrokkenheid. Mooi, menselijk en emotioneel. Betere rock wordt er dit jaar niet gemaakt, volgend jaar al groter dan Pearl Jam! (WJ / BN/De Stem)
 

CD TIP: GOMER PYLE - IDIOTS SAVANTS (SPACE JAM/SUBURBAN)
Om nu te stellen dat de band erg productief is gaat wat ver. Toch gaat het plots snel met deze Brabanders die met Idiots Savants slechts het tweede album in ruim 15 jaar afleveren. Maar wat voor een album! Zeven tracks passeren er in een uur waarin je wordt meegezogen in een in eerste instantie soms eindeloos lijkende maalstroom van groovy beats, bassen en bezwerend gitaarspel. Geef je maar gerust over, want er is geen ontkomen aan zoveel geweld uit buizenversterkers. Gomer Pyle gaat daar verder waar de psychedelische soundscapes van Pink Floyd destijds ophielden te boeien (in de jaren zeventig) en transformeert ze naar een periode waarin grunge en stonerrock lijken te fuseren. Dat doet de band zo strak en met zoveel elan dat je er onherroepelijk van in trance kunt geraken. Niet van deze tijd? Laat me niet lachen. Het gezelschap onderging twee jaar geleden een creatieve metamorfose door de komst van drummer Sander Evers (ex-35007) en de vorig jaar verschenen naamloze - en in OOR's Ondergrond besproken - EP beloofde al veel. Toch overtreft het huidige niveau van het kwartet, dat hier tevens dankbaar gebruik maakt van de spacesounds uit de koker van producer Danny Gras, de stoutste verwachtingen. Rockmuziek klonk in Nederland nog niet eerder zo hallucinerend lekker. Ook als ze een track beneden de tien minuten afronden door de diesel iets sneller op gang te brengen, staat het geluid als een huis en is dit gezelschap met zanger Mark Brouwer niets minder dan de missing link tussen Pearl Jam en Kyuss. Gomer Pyle in deze vorm schreeuwt om een prominente plaats op het affiche van Roadburn 2009. (WJ/OOR)
Interview met de band op: http://www.bndestem.nl/algemeen/cultuur/3756392/Gomer-Pyle-psychedelisch-rocken.ece
 

CD TIP: Gotye - Like Drawing Blood
Achter de naam Gotye schuilt de Australiër van Belgische komaf Wouter De Backer. Down under is deze sampleartiest al bedolven onder de Australian Music Price Awards, voor onder meer het grootste talent en het beste indiealbum. Met zijn tweede cd zet Gotye (spreek uit: Gaultier, het equivalent van Wouter in het Frans) terecht de aanval op Europa in. In tegenstelling tot de weinig frisse titel en de bijbehorende hoes (vreselijk artwork van De Backer zelf) klinkt zijn werk fris, swingend, vet en/of heerlijk laiback. De singles Hearts A Mess (mooi gezongen overgevoelige ballad) en Learnalilgivanlovin (uptempo, funky en supertoegankelijk) zijn al fikse radiohits in België, maar ook het lome reggaedeuntje Seven Hours With A Backseat Driver (met melodica en een hoog Gorillaz-gehalte) en nog een paar geheel afwijkende andere tracks bezitten veel potentie. Gotye kijkt niet op een stijltje meer of minder. Dat krijg je als een muzikant inspiratie put uit zowel Phil Collins, Beck, Herb Alpert als DJ Shadow. (WJ/OOR)

CD TIP: A BALLADEER - WHERE ARE YOU, BAMBI WOODS? (EMI)
Marinus de Goederen kan beschouwd worden als een van de meest getalenteerde jonge songschrijvers die Nederland rijk is. Dat bewees hij met een aantal ontroerend mooie songs op de EP Rumor Had It en het albumdebuut Panama uit 2006. De nieuwe cd kunnen we met recht zowaar een conceptalbum noemen. De Goederen studeerde ooit een tijd in de Verenigde Staten en deze 12 tracks is zijn beschrijving van het land van film, vrijheid, preutsheid, diep geworteld geloof en die grote Amerikaanse droom. Niets gebeurt daar volgens De Goederen halfslachtig. Hij ontpopt zich als een verhalenverteller annex beschrijver van formaat. Niet alleen daarom is het geluid van zijn band (met een enkele keer Bas Kennis en Peter Slager van Bløf op accordeon en contrabas als gasten) een stukje in de richting van zijn Belgische evenknie Milow opgeschoven. In de stevigere songs doet het trio soms ook aan The Counting Crows denken en lijkt het woordje bombast niet meer compleet uit den boze in a balladeer nieuwe stijl. De band is daarmee iets minder breekbaar, teer, puur en uniek, maar kan met dit bredere geluid wellicht wel een groter publiek voor zich winnen. Hopelijk pakt dat publiek dan meteen een flard mee van de prachtige woorden over kanker en het accepteren daarvan in Jesus Doesn't Love Me, begrijpt het iets van de ingestorte American Dream in Superman Can't Move His Legs en voelt het iets hoopvols bij het beluisteren van het mysterie in de titeltrack, handelend over de van de aardbol verdwenen hoofdrolspeelster Bambi Woods uit de cult pornofilm Debbie Does Dallas uit 1978. Tel daarbij op een aantal fraaie persoonlijke teksten, intrigerende levensverhalen en een productie die klinkt als een klok en u begrijpt dat een algehele doorbraak onvermijdelijk lijkt. (WJ/OOR)

CD TIP: DE KIFT - HOOFDKAAS (V2)
Hoofdkaas. Typische titel voor een album van De Kift. Hoofdkaas wordt bereid uit varkensvlees van de kop, staart en oren. Oorspronkelijk gemaakt om vooral maar niets verloren te laten gaan van het varken. Zult, noemen wij dat in Brabant. Dat had misschien nog wel een mooiere titel geweest. Maar niet als je in dit gastronomische muziekgezelschap in het Zaans zingt over eten, drinken en het leven. Hoofdkaas is een voor Kift-begrippen muzikaal lekker toegankelijk album met prachtige liedjes, leuke passages, intrigerende teksten en een paar hele sterke instrumentale gedeelten, waarin de groep zich als een heerlijk Zaans Balkanorkestje openbaart. De literaire basis voor de songs stamt op een stuk van William Shakespeare na, volledig uit de vorige eeuw. Zanger Ferry Heyne bewerkte een aantal opvallend goed bij elkaar passende teksten van onder meer Lucebert, Samuel Beckett, Louis Lantz, Giza Ritschl en Venedict Jerofejev. 'Het leven is een zegen, ook al is alles vreemd gegaan' verklaart hij in De Rivier, een van de meest indringende nummers, met een tekst van de Engelse dichter W.H. Auden, uit het Engels vertaald door Willem Wilmink. Dat je je van eten en drinken ook beroerd kunt gaan voelen, merken we in Sherry. De Kift houdt het op dit opnieuw magnifiek uitgewerkte conceptalbum allemaal lekker herkenbaar deze keer. De cd verschijnt in twee versies: een sobere veloursvariant voor de liefhebber die vanwege zijn beurs meestal naar de Febo gaat, en een luxueuze, Bourgondische versie voor de fijnproever. Daarin krijgen oude kookboeken een nieuw leven toebedeeld. De Kift blijft een unieke band waar muzikaal nog erg veel rek in zit en die met dat unieke geluid terecht ook voet aan de grond in Frankrijk begint te krijgen. (WJ/OOR)

CD TIP: PORT O'BRIEN - ALL WE COULD DO WAS SING (COOP/V2)
Wat komt er toch veel leuke nieuwe muziek vanuit Amerika de Oceaan overgestoken dit jaar. Nu is er plots weer Port O'Brien, een bandje gevormd rond het in 2005 gevormde folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin uit de Bay Area in California. Hij vangt 's zomers normaliter zalm op de vissersboot van pa in Alaska, zij bakt brood op onmogelijke werktijden. Eenmaal terug aan land zoekt Van zijn vriendin op, leggen ze hun afzonderlijke ideeën en teksten naast elkaar en daar rollen dan uiteindelijk erg sterke liedjes uit. In uitgeklede vorm waren er al een paar te horen op het vorige zomer independent verschenen minidebuut The Wind and The Swell, maar met het echte albumdebuut All We Could Do Was Sing gaat het inmiddels tot een heuse band uitgegroeide Port O'Brien dankzij de distributie van V2 pas echt de wereld veroveren. Het geluid is duidelijk breder, de persoonlijke emoties in de teksten en het volkse potten- en pannengevoel in de muziek zijn gebleven. De in een andere vorm ook op de mini aanwezige opener I Woke Up Today kan gerust als het nieuwe lijflied van een nieuwe generatie pophelden tegen wil en dank gekroond worden. Wat een simpel maar aanstekelijk liedje. De ingrediënten: een akoestische gitaar, een meestamp ritme en een luidkeels in koorvorm meegezongen uitbundig refrein. Wie hier niet vrolijk van wordt, heeft een serieus probleem. Het nummer is niet representatief voor de rest van het album. Daarop hoor je vervolgens mooie ingetogen liedjes waarop een viool mee sombert, een kruising tussen Bonnie 'Prince' Billy en The Tellers met nog meer fraaie strijkers, liedjes met een nog triestere ondertoon, een kaal intimistisch popliedje met een gouden melodie, een wat stevigere rocksong vol noisy elektrische gitaren en een lekker up-tempo popnummertje dat ook van The Pixies (of wéér The Tellers) had kunnen zijn. Gelet op een aantal prachtige teksten (waaronder de frustraties in het overduidelijk zeer persoonlijke Fisherman's Son) houdt het duo de onderwerpen terecht lekker dicht bij huis. Zelden heb ik het 'Shut The Fuck Up-gevoel' beter horen verwoorden. Het album is tijdens twee sessies met twee verschillende producers in San Francisco opgenomen. Aaron Prellwitz (Sun Kil Moon, The Mountain Goats en Death Cab For Cutie) was verantwoordelijk voor de wat rustigere stukken, Jason Quever (van de band The Papercuts) nam de songs met meer ballen stevig onder handen. Beide kanten van dit bandje bevallen prima. Laten ze na de volgende zalmvangst nu maar eens op een wat grotere boot richting Europa vertrekken. (WJ/OOR)

CD TIP: Dan Le Sac Vs Scroobius Pip - Angles
Ze zien eruit als jut en jul, als een slecht gecaste Kuifje en Kapitein Haddock of als een paar zwaar alternatieve Amerikanen die blues met een baard spelen. De eerste (Dan Le Sac) knipt en plakt beats en samples aan elkaar, de andere (Scroobius Pip) stort daar intelligente teksten overheen uit. Rappen kun je het eigenlijk niet noemen, die gesproken woorden met dat zware Engelse (Essex) accent, maar uiterst origineel en bijzonder apart, vermakelijk en knap relativerend is deze poëet op dit meesterlijke debuut Angles wel. Zoals ook de muziek (met zelfs een sample van Radiohead), dat grappige hoesje en dat onhippe imago dat zijn. 'Led Zeppelin, Nirvana, Oasis, The Pixies en Bloc Party, het zijn maar gewoon bandjes' verklaart Scoorbius Pip relativerend, terwijl hij elders wel de kracht van komiek Tommy Cooper ontleedt. Noem dit niet het zoveelste elektronicaduo, want deze heren zijn buitengewoon!

(WJ / BN/De Stem)
 

Lees ook het live-verslag van het fantastische optreden van Dan Le Sac Vs Scroobius Pip afgelopen weekend op Pukkelpop:
http://www.oor.nl/deruit_concertverslagen_details.asp?id=860

CD TIP: The Hold Steady - Stay Positive
Ze worden wel eens de liefdesbaby genoemd van Springsteens E Street Band en The Replacements, deze in New York neergestreken rockers uit Minneapolis. Dit vierde album handelt over ouder worden, drank, seks en religie, kortom het bewogen leven van deze dertigers zelf. Dat pakt een aantal keren minder pakkend uit dan op eerdere cd's, de band onderscheidt zich nog altijd vanwege hun grootse songschrijverkwaliteiten, juist in dat wat afgekloven genre vol typische Amerikaanse rock. Er zijn echter ook momenten dat je aan de Engelse Elvis Costello mag denken en tevens is er een ode aan Joe Strummer van The Clash. De kracht zit in de overtuiging waarmee praatzanger Craig Finn zijn frustraties eruit gooit en hoe sterk hij die stiekem verwoordt: 'We were kids in the crowd, now we're dogs in this war'. Stay Positive is een sterk album dat gewoon iets meer tijd nodig heeft. (WJ / BN/De Stem)

CD TIP: Fleet Foxes - Fleet Foxes
Stop met zoeken. De meest verrassende muziek van 2008 staat op Fleet Foxes, het gelijknamige album van deze twintigers uit Seattle. Het bevat de meest vernieuwende mix van oude en nieuwe invloeden én een groot gedeelte van de mooiste liedjes die er dit jaar zullen verschijnen. Tijdloze stemmen wagen zich aan gospel, folk, soul en country en geven daar ook nog eens een eigen draai aan. De wonderbaarlijk fraaie meerstemmigheid laat de tijden van zowel Crosby, Stills, Nash & Young als van The Beach Boys herleven. Maar dan wel met liedjes die van The Byrds, Fairport Convention of My Morning Jacket hadden kunnen zijn. Ja, de beste nieuwe muziek klinkt heerlijk oud en vertrouwd, laat ongetwijfeld ook uw adem stokken en zet de tijd bijna 40 minuten lang stil. Dit is een groeibriljant om nog lang van na te genieten. Volgend jaar op Rock Werchter. Wedden?
 (WJ / BN/De Stem)
 

BECK - MODERN GUILT (XL/V2)
"Hoezeer geprezen zijn latere platen ook zijn, het liefst horen we Beck toch op Odelay uit 1996." Dat schreef collega Jan van der Plas naar aanleiding van de heruitgave van dat meesterwerk in een zogenaamde Deluxe Edition. Hij doet het Amerikaanse whizzkid met gitaar en mondharp dat in 1993 de wereld verbaasde door moeiteloos van folk en blues naar noise en hiphop over te schakelen wellicht iets te kort, maar begrijpen doen we zijn opmerking wel. Beck was met zijn van de hak-op-de-tak-hop, sfeer en gekte een artiest die niet in hokjes dacht en een stijl ontwikkelde waarin alles briljant in elkaar stak, paste of vloeide. Zijn laatste cd's én shows bewezen nog altijd dat veel eclectische volgelingen de schoenen van Beck niet eens mogen poetsten, omdat 's mans vakmanschap als componist én performer van buitencategorie is. Maar hoe divers en sterk ook, toonaangevend of trendsettend waren die albums al lang niet meer. Het bewijs dat een Beck die zich herhaalt nog wel degelijk leuk, fris en ontwapenend kan klinken heet Modern Guilt. De oorzaak: Brian Burton aka Danger Mouse. Verschafte deze producer eerder The Black Keys een geweldige metamorfose, nu brengt hij de herboren Beck (op een nieuw label) terug op aarde met 10 uiteraard weer zeer gevarieerde songs, die samen maar net iets meer dan een half uur klokken. Er gebeurt van alles, maar niet eerder hoorden we Beck ook zo psychedelisch. Ze zijn er nog wel, de klassieke popsongs met folk, wereldse arrangementen en hiphopbeats, er wordt vooral weer heerlijk geëxperimenteerd, terwijl het totaalgeluid toch redelijk back to basic blijft. Meer uit minder, en met Cat Power in een gastrolletje. Deze lekkere aanpak doet zijn songs waarin zowel sociale betrokkenheid als humor spreekt bijzonder goed. Waar zit die replay knop? (WJ/OOR)

DVD TIP
MOTORPSYCHO - HAIRCUTS (STICKMAN/KONKURRENT)
Bevat: Twee propvolle schijven met clips, documentaires, een optreden in Paradiso en allerlei extra's uit de periode 1991-2002 .
Speelduur: Heeft u even vijfenhalf uur?
Wat is er te zien en te horen? DVD 1 bevat 21 clips waarover de band in het goed gedocumenteerde inlegboekje verklaart dat de uit het Noorse Trondheim afkomstige band terugkijkend moest constateren dat er in sommige van hun collega-muzikanten prima acteurs schuilen, maar dat de kracht van Motorpsycho duidelijk elders lag. De rij soms redelijk kunstzinnige clips toont wel prima de geweldige ontwikkeling die de naar een film van Russ Meyer genoemde band doormaakte van luid, agressief en wreed hard rockend tot extreem experimenteel, subtiel akoestisch, bijzonder melodieus én licht psychedelisch. In de Noorse documentaire This Is Motorpsycho uit 1995 zien we 'onze' Annette Plinck (ze had ooit een eigen fotorubriek in OOR) als eerste officiële Motorpsycho-groupie, beelden on the road vol verveling, onzekerheid over de eigen prestaties en rauw geschoten live materiaal, waaronder een take van het waanzinnige Demon Box. Noorse Helden is een uitmuntende documentaire gemaakt voor het VPRO-programma Lola de Musica in 2000, toen de band hun magnum opus Let Them Eat Cake maakte en de transformatie van de band compleet was en er ook folk, country, jazz en veel invloeden uit de 60's in hun (pop)muziek sloop. De conclusie van de band in het interview met Gijsbert Kamer is mooi: 'We lazen onlangs een recensie van een band die muziek maakte die klonk als Motorpsycho. Vroeger werden wij overal mee vergeleken. Nu hebben we het al geschopt tot referentiekader.' DVD 2 is een niet eens volledig concert van de band (met toetsenist dit keer) in Paradiso in 2002, met 8 tracks in 80 minuten. Hoewel zeker niet hun sterkste show ooit, is het wel een toonbeeld van hoe jammen op een podium hoort te geschieden. De technisch uitmuntende bandleden kennen elkaar door en door, kijken en luisteren voorbeeldig naar elkaar en tillen elkaar (en soms het publiek in Amsterdam én u thuis) op naar hoogten die ze alleen nooit zouden kunnen bereiken. Het afsluitende STG en de toegift Neverland vormen de absolute hoogtepunten.
Extra's: Op de schijf met de clips kunnen de beelden via een apart menu van commentaar worden voorzien door de bandleden zelf, die de opnamen vaak voor eerst sinds lange tijd weer terugzagen ('Wow, wat hadden we toen veel haar') of door de regisseurs die uitleggen hoe de clip tot stand kwam of wat er achter zat. Op de tweede schijf staan nog wat extra live tracks en de ietwat overbodige oerversie van de Noorse documentaire van de andere schijf.
Oordeel: De hoogtijdagen van Motorpsycho eindigden voorlopig met het vertrek van drummer Gebhardt uit deze heilige Noorse drie-eenheid in 2005. Hoewel de band nog steeds bestaat én met een nieuwe drummer onlangs weer eens een paar 'ouderwets' sterke shows verzorgde, lijkt Haircuts de ultieme DVD waarop deze extreem avontuurlijke groep in haar droombezetting voorbeeldig is vastgelegd voor het nageslacht. (WJ/OOR)
 

N.E.R.D. - Seeing Sounds
'Time for some action.' Zo komen de heren van N.E.R.D. (je mag nerd zeggen, maar dat zijn het zeker niet!) binnenvallen op hun derde album Seeing Sounds. Wie dacht dat N.E.R.D. (afkorting voor No-one Ever Really Dies) een soort hobbyclubje voor The Neptunes was, komt bedrogen uit. Deze sterproducers (van Mary J. Blige, Britney Spears, Beyoncé, Snoop Dogg en vele anderen) hebben wel degelijk een paar geweldige eigen songs. De fantastische single Everybody Nose ('All the Girls Standing in the Line for the Bathroom') is hilarisch. De groep combineert daarin hiphop (beats en samples die aan de hoogtijdagen van Public Enemy doen denken), funk en pop. Ook het compleet andere nummer Sooner Or Later is van buitencategorie. Omdat het trio (met tal van gasten) ook heel goed weet wat rock, soul en r&b is en hoe dat moet klinken. Wat een meesterlijke productie!
(WJ / BN/De Stem)

Uriah Heep - Wake The Sleeper
'Ouwe lullen moeten weg.' Dat zongen Van Kooten en De Bie 25 jaar geleden al. Tenzij ze nog relevante muziek maken, zou ik daar aan toe willen voegen. Dat laatste doet Uriah Heep (opgericht in 1969) nog altijd voorbeeldig. Natuurlijk maken ze 'ouwelullenmuziek', speciaal voor mensen die ook in de hardrock blijven hangen zijn. Daar zijn er nog hele volksstammen van, en volkomen terecht, als je Wake The Sleeper (het 21e album!) muzikaal analyseert. De band van gitarist Mick Box heeft zelden steviger, strakker en feller geklonken. Ook de symfonische kant wordt dankzij knap orgelspel van Phil Lanzon prima belicht. Bovendien beschikt Bernie Shaw over een paar 'typische' hardrockstembanden en bezitten de 11 songs een sterke boodschap. 'Heep klinkt meer als Deep Purple dan Deep Purple' kopte een gerenommeerd Brits magazine. Ik deel hun conclusie: Heep is helemaal terug (van eigenlijk nooit weggeweest)! (WJ / BN/De Stem)
 

Coldplay - Viva La Vida (EMI)
De muziekwereld had een chronisch tekort aan supersterren, want er lag volgens kenners een te groot gat achter U2. Dus werd tegen wil en dank Coldplay na anderhalve goede cd als megaband binnengehaald en Chris Martin tot nieuwe verlosser gekroond. Op de derde cd loste het Britse kwartet de verwachtingen niet in. Op het toetsenrijke Viva La Vida herpakt de band zich echter voorbeeldig. Door met producer Brian Eno (die de grootste successen van U2 vorm gaf) en mixers als Andy Wallace (die Nevermind van Nirvana deed) te werken, maar ook door de songs - ondanks een beetje bombast op zijn tijd - niet al te groot op te blazen. Misschien is het geheel wel zo sterk omdat er geen bovenuittorende wereldsongs op staan, maar er wel weer een frisse band te horen is die er zin in heeft en iets te melden heeft, zonder zich (hopelijk) te realiseren daar miljoenen huishoudens mee te bereiken. WJ / BN/De Stem

MY MORNING JACKET - EVIL URGES
In het dagelijkse leven bezorgde Jim James jaren lang koffie en sandwiches, terwijl hij zich thuis met zijn gitaar de popster waande en stiekem parels van liedjes schreef. Sinds 1999 komen die songs ook echt naar buiten, in allerlei soorten en maten en met wisselend succes. Jim James van My Morning Jacket is een van die veelzijdige Amerikaanse talenten die zowel plaatjes van Bob Dylan, Marvin Gaye als Tommy James & The Shondells kocht en daar ook van alles van mee kreeg. Dankzij zijn stem klonk de nu 30-jarige James voorheen vaak als de zoon van Neil Young. Op het vijfde studioalbum valt opnieuw een rijke mix te horen van indie rock, country, soul, en pop met een licht psychedelisch randje.

Voor de mooiste momenten zorgen de meest ingetogen stukken. In Two Halves klinkt James zelfs als Percy Sledge met steelgitaren. Ook het smerig (southern) rockende Remnants en het bijna met Beastie Boys-gitaren opgesierde refrein van Highly Suspicious maken indruk. Het grootste verschil met de voorafgaande albums is het feit dat alles minder lo-fi klinkt. Daarnaast zijn sommige tracks zo pakkend, zo prachtig hoog gezongen en zo schitterend helder geproduceerd dat My Morning Jacket er nu wel een héél breed publiek mee moet kunnen bereiken. Wellicht helpt ook de uitverkiezing om deze zomer op Rock Werchter te mogen optreden daar een stapje bij, want deze stem en deze songs vol hemelse melodieën verdienen dat. Evil Urges is eindelijk de van alle kanten schitterende parel die James al jaren in zich had. (WJ / OOR)

JOAN AS POLICE WOMAN - TO SURVIVE (release 6 juni)
Haar debuut Real Life (2006) werd vooral in Europa terecht overladen met superlatieven. 'Beauty is the new punk rock' luidde toen de aanbeveling voor het album waarop zanger Antony Hegarty een fraaie gastrol vervulde. Vóór Joan Wasser solo ging, speelde ze bij een indrukwekkende reeks bands en muzikanten, waartoe Antony & The Johnsons, Sparklehorse, Lou Reed en Rufus Wainwright behoren. Die laatste is dit maal te gast op To Survive, naast een overigens nagenoeg onhoorbare David Sylvian (in opener Honor Wishes). Maar het is toch Joan Wasser die hier alle aandacht opeist met hartverscheurende songs, die nog uitgekleder klinken dan die op haar debuut. Dit is het album van een sterke vrouw met haar onderling botsende emoties, haar piano en haar stem.

Tijdens het schrijven en opnemen van de cd overleed haar moeder aan kanker. Tegelijkertijd ziet ze haar geliefde Amerika aftakelen door politiek wanbeleid en worstelt ze met het dubbele gevoel dat liefde heet. Dat verwerkt ze in liedjes waarin zoal soul, folk, jazz als een flard klassieke muziek zitten opgesloten. Slechts een paar keer gaat het tempo nog omhoog of laat ze zich boos gaan. Maar er is vooral verbazing, bitterheid, hoop, genot, verdriet en angst. To Survive is haar manier om het hoofd overeind te houden, want opgeven, dat kent ze niet. De titelsong is gebaseerd op een slaapliedje dat haar moeder vroeger voor haar song. Hoeveel persoonlijker wilt u het hebben? De ex van de betreurde Jeff Buckley smacht naar liefde. Iedereen die haar schaamteloos eerlijke songs beluistert, is bereid haar die te bieden: 'I'm so happy to be loved / throw me down and light me there / cause I'm an awful mess, I haven't a care / we're eternity.' To Survive is een prachtig album van een bijzonder mens. WJ / OOR

Jamie Lidell - Jim
In 2003 stond deze zanger met zijn elastieken stembanden in een bijna lege Mezz in Breda. Jamie Lidell, daarvoor vooral bekend van extreme producties als onderdeel van het duo Super-Collider, bracht toen een mix van freaky techno, reggae en soul. De laatste jaren heeft hij zich meer toegelegd op dat laatste genre. Het verstand komt met de jaren, zo lijkt het, want dat deze Canadees geweldig kan zingen weet de wereld sinds zijn hit Multiply (ook bekend van Alain Clark). Op de cd Jim (met de hit Another Day) heeft deze prettig gestoorde mafkees zijn stijl weer iets verder opgeschoven richting de Atlantic Soul, met tevens uitstapjes richting jazz en funk. Vocaal lijkt hij zich hebben laten inspireren door Stevie Wonder en Smokey Robinson, al bevalt gelukkig ook zijn eigen rare smoel een steeds groter publiek. Wat een wereldster! Veel te groot voor Mezz inmiddels.
(WJ / BN/De Stem)

BONNIE 'PRINCE' BILLY - LIE DOWN IN THE LIGHT (DOMINO/MUNICH)
En plots is daar onverwacht een negende album van Bonnie 'Prince' Billy, het meest belangrijke alter ego van Will Oldham, uit Louisville, Kentucky. Billy staat niet bekend om zijn vrolijke noten, maar zie hier, het tij lijkt te keren, de kleur is lichter. De titel verraadt het eigenlijk al en ook in zijn teksten hoorden we hem zelden zo, eh, tevreden en opgewekt, want vrolijk blijft (voorlopig?) een iets te groot woord in het vocabulaire van deze ronduit meesterlijke songschrijver. Toch komen de woorden aan het slot van opener Easy Does It voor zijn doen erg dicht in de buurt: 'There's a path / There's a beach / There's a horseshoe crab / There's my brothers, my girlfriends / My mom, and my dad / & there's me / And that's all there needs to be.'

Zelfs in het trage Missing One, toch het meest trieste nummer qua toon, zit voor de goede verstaander een beetje hoop verborgen. Samen met zijn kleine band, waarin opnieuw broer Paul (bas) Emmett Kelly (gitaar en zang) aanwezig zijn, een aantal gastmuzikanten en producer Mark Nevers (Lambchop) heeft de prins van de alternatieve country een voor zijn doen erg lichtvoetige plaat gemaakt vol prachtige melodieën, momenten van samenzang en subtiele solo's (hoor de klarinet in For Every Field There's A Mole). Toch rekent de nu 37-jarige zanger meteen af met het vooroordeel en cliché dat iemands liedjes kwalitatief minder worden naarmate de auteur gelukkiger is. So Everyone is van het kaliber dat het voor de reeks American Recordings van Johnny Cash - mits nog geleefd - geselecteerd had kunnen worden.

Er spreekt een prachtig soort logica én een opgeheven hoofd uit: 'I know my way around the world / It's a circle & it starts & ends / Now I want the world to see / Everybody look at me / I'm a good person & free / And she loves me.' Het moet niet veel gekker worden, maar het is hem gegund. Dit album kan nu eens zonder bijbehorend touw worden geleverd en is twaalf songs (elf van Billy, één van Shannon Stephens getiteld I'll Be Glad!) lang zeer genietbaar. Sterker nog, ik durf na slechts een paar luisterbeurten al te stellen: dit is de mooiste van Will Oldham tot nu toe! (WJ / OOR)

JAMES HUNTER - THE HARD WAY
Een op onverklaarbare wijze vermist geraakte schat uit het begin van de jaren zestig? Dit album klinkt alsof het uit een vergeten soort soularchief moet zijn opgedoken. Wat klinkt dit album bijzonder warm, relaxed en effectief. En dan die stem. Ik wist niet dat Sam Cooke een blanke tweelingbroer bezat. Wat een gevoel, wat een timbre, wat een timing. Zanger, gitarist en songschrijver James Hunter is een ontdekking van Van Morrison. Deze man zorgt voor heerlijk soulvol tegengewicht aan de verder door dames als Amy, Duffy en Adele gedragen soulrevival.

The Last Shadow Puppets - The Age Of The Understatement
Sommige jongens hebben het nu eenmaal. Helemaal. Neem Alex Turner, zanger, componist en frontman van die onvolprezen snotapen The Arctic Monkeys. Twee jaar achtereen werd hun album door de verenigde popcritici uitgeroepen tot het beste van het jaar. Nog geen jaar na dat tweede album vol luidruchtige, maar tevens o zo vernuftige braniepopsongs, brengt hij opnieuw een compleet nieuwe cd uit, met een compleet ander geluid. Op The Age Of The Understatement werkt de inmiddels 22-jarige Turner samen met de even oude Miles Kane, normaliter voorman van de jonge rockband The Rascals en klinkt hij als een blanke souljongen. Met songs waarin plaats is voor orkestrale arrangementen en die aanleunen tegen oud werk van Scott Walker en Burt Bacharach. Is dat schrikken? Nee, dat is geweldig. Wat een songschrijver, lefgozer en talent! Ook op dit gebied. Waar moet dat heen als hij echt levenservaring heeft?
 (WJ / BN/De Stem)

The Kooks - Konk
De laatste jaren heeft de Britse popmuziek een enorme sprong voorwaarts gemaakt en al het verloren terrein op Amerika teruggewonnen. Vooral met nieuwe (blanke) soulkoninginnen en jonge bandjes. Een van de meest frisse bandjes was wel The Kooks, dat weliswaar in de alternatieve rockhoek opereerde, maar daar toch hele volksstammen (maar vooral veel meisjes) mee voor zich wist te winnen. Blijft dat langer dan één album lang leuk? Het antwoord luidt ja, omdat de liedjes ook op opvolger Konk ongemeen sterk zijn. Liedjes over de liefde (uiteraard), seks, de zon, die jongen die er met zijn meisje vandoor is en zwaar weer. Soms zijn die liedjes een tikje ruiger (denk aan oude Kinks, beetje Stones), maar meestal is ook dat akoestische gitaartje niet ver weg. Het kwartet uit Brighton heeft gewoon een heel lekker tweede plaatje gemaakt en mag eigenlijk op geen enkel zomerfestival ontbreken. (WJ / BN/De Stem)

dEUS - Vantage Point
De belangrijkste band van België heeft sneller dan verwacht een nieuw album. De reden is simpel; dEUS lijkt haar definitieve bezetting gevonden te hebben. Er is geen ruzie meer en voorman/brein Tom Barman mag nu samen met de niet te onderschatten meestergitarist Mauro Pawlowski (ex-Evil Superstars) de lakens uitdelen. Vantage Point bevat elf op het eerste gehoor niet eens zo spectaculaire rocksongs met een lekkere, vaak dansbare drive. Vergis u niet, het duurt dit keer een paar luisterbeurten meer, maar dan openbaart zich de ware gedaante van een aantal verslavend sterke songs, die de ene keer hard rocken (Oh Your God), dan weer ontroeren (Eternal Woman met Lies Lorquet van Mintzkov) of apart swingen (The Architect en Slow). Op de cd vervullen ook de vocalisten van The Knife en Elbow een rol. Toch is het vooral dEUS zelf die bewijst dat ze met dit werk volkomen terecht Rock Werchter mag afsluiten. (WJ / BN/De Stem)

MADRUGADA - MADRUGADA
‘I will stay with you till I die’ zingt gitarist Robert Burås in de afsluitende song Our Time Won’t Live That Long. Het verhaal wil dat de andere bandleden hem hebben moeten overtuigen dit akoestische nummer in te zingen voor dit vorig jaar in New York opgenomen album. Kort daarna werd Burås dood in zijn Noorse appartement gevonden. Met de gitaar in zijn handen. Dit titelloze vijfde studioalbum van de band zal het laatste zijn van de band. De titel Madrugada hebben ze naar het schijnt ook bewust bewaard voor het definitieve album van de band. Eerlijk is eerlijk, de zwanenzang klinkt vaak indrukwekkend, in de hardere rocksongs al, maar zeker in de ballades die je als een warm bad ervaart. Het was verstandig dat de groep hier weer met John Agnello werkte. Hij verzorgde ook de productie van het nog altijd onvolprezen debuut Industrial Silence uit 1999. Het voorheen vaak als retroband versleten Madrugada klinkt opnieuw erg broeierig en sentimenteel, vooral dankzij die fraaie bariton van zanger Sivert Høyem. Wel heeft Madrugada door de jaren heen een meer eigen geluid ontwikkeld en dwalen de gedachten wat minder vaak af richting The Doors of Joy Division. Er zullen vele moeilijke momenten gepasseerd zijn toen de overgebleven bandleden het album met bijdragen van onder meer zangeres Ana Brun en Burås’ gitaarheld Kid Kongo Powers (The Gun Club, The Bad Seeds) op slidegitaar afmaakten. Mooi moment ook om te stoppen. WJ/OOR
 

The Kills - Midnight Boom
Man/vrouw, rock/roll. Hij komt uit Engeland, zij is Amerikaans en nee, ze zijn geen koppel. Hitsige garagebluespunk met een ritmebox en de onechte zus van PJ Harvey als zangeres. Vaak rauw, qua geluid een beetje simplistisch, maar niet zelden opwindend en puur. Recht voor zijn/haar raap. Wie dacht dat het trucje na twee cd’s zou zijn uitgewerkt, komt bedrogen uit. Omdat bijna alle liedjes op de nieuwe cd Midnight Boom allemaal beter zijn dan alles wat vooraf ging. Het swingt, grooved en rockt, zij zingt beter dan ooit, de ritmebox is in bloedvorm en zijn mitrailleursalvo’s op gitaar zijn weergaloos. Toch werd de cd zonder budget in een seizoen vol wervelstormen in Mexico opgenomen toen het duo fysiek, mentaal en financieel aan de grond zat. Een enkele keer leidt dat tot anderhalve minuut lo-fi raggen. De rest van dit half uur klinkt echter zinderend goed. Op repeat dus, tot de zon doorbreekt. (WJ / BN/De Stem)

Hercules And Love Affair - idem
Andy Butler is de grote man achter dit nieuwe gezelschap uit New York. Hij werd geboren in het jaar dat Saterday Night Fever de wereld veroverde en disco algemeen geaccepteerd werd. Dit debuut is voor oudere jongeren één grote flirt met de tijd van Yazoo, O.M.D., Patrick Hernandez, Divine, Bronski Beat, Inner City en housepionier Frankie Knuckles. Jonge dansliefhebbers kunnen ook hun hart ophalen omdat de cd uitgekomen is op het label DFA van LCD Soundsystem en in de paar tragere songs soms ook als zodanig klinkt. De grootste troef op de cd is de single Blind, een erg opzwepend en groovy elektronisch vormgegeven dansnummer met de weergaloze stem van gastzanger Antony Hegarty, bekend van Antony & The Johnsons. Daar blijft het niet bij. Antony zingt vier songs, en ook de andere gastvocalisten (uit de kunstwereld rond CocoRosie) maken van dit album een ware hit. Syntibeats, new wave en homodisco gaan prima samen! (WJ/ BN/De Stem)

GORKI - VOOR RIJPERE JEUGD (LIPSTICK NOTES/PIAS)
‘We zitten volop in onze fase van rijpere jeugd, we voelen ons nog altijd die gezonde blozende tieners van toen en hopen nooit volwassen te worden.’ Dat is de verklaring die Luc De Vos geeft waar hij de energie vandaan blijft halen voor nu een tiende album met Gorki. Wederom slaagt hij er in 11 liedjes lang te blijven boeien. Niet omdat ze zo veel verschillen met die van de albums die vooraf gingen, maar wel omdat zijn stijl zo karakteristiek en teksten zo fantastisch zijn. Gorki blijft balanceren tussen stevige rocksongs met harde gitaren (en U2-achtige gitaarlijnen), meer toetsenrijke sfeertracks vol melancholieke woorden en een paar gewaagdere experimenten. In die categorie valt het opvallende United Kashmir dit keer: powerrock vermengd met een lekker ouderwets aandoend stuk electronic body music.

Naar Gorki luisteren, blijft ook nu vooral extra genieten van die altijd bijzondere woorden van De Vos.

Op dit album roept hij onder meer alle stotteraars en twijfelaars aller lande op om zich te verenigen. Omdat het tijd wordt dat ze iets gaan doen, zo voor de zondvloed, want een donker randje blijft er altijd wel in zijn werk aanwezig. Naast een licht geëngageerde opstandigheid (met als mooi thema hippies vs. brave burgers dit keer) en die nog altijd ontembare liefde van de niet meer zo jonge God De Vos voor jonge meisjes van zeventien (‘Ik ben naaktgeboren / Ik hoef mij niet te schamen / En ik wil bij hen zijn’). Heel opvallend zijn ook de innerlijke spanning van het nummer Geluk In Het Spel (een van de beste songs die hij ooit schreef) en de woorden in het lied over zijn droommeisje van het strand, die vooral bij Nederlanders erg bekend in de oren zullen klinken: ‘Veronica komt naar je toe / Ze komt naar je toe deze zomer / Ze geeft je wat je wilt / Want jij bent jong en je wil eens wat.’ WJ / OOR

Duffy - Rockferry
Opnieuw staat iedereen op zijn achterste benen in platenland. Alsof er iedere week een nieuwe sensatie de kop op steekt. Wederom betreft het een Britse jongedame die zich na Josse Stone, Amy Winehouse, Kate Nash en onlangs nog Adele vol overgave op de soul stort. Is Duffy al die heisa waard? De 23-jarige blondine uit Wales lijkt vooral in de softere balladekant een aanwinst. Met een pak zoete strijkers erachter en die lichte snik in haar prettig klinkende ongeschoolde, naturelle stem heeft Duffy zowel iets van het net niet te brutale buurmeisje van om de hoek als van de wellicht beste souldiva die Groot-Brittannië ooit rijk was, Dusty Springfield. Soms klinkt ze voor zo’n leuke jonge meid zelfs iets te Serious. De pakkende single Mercy die het debuut Rockferry vooraf ging, is haar leukste nummertje. De wereld zal weldra massaal aan haar voeten liggen. WJ / BN/De Stem

Adele - 19
Haar cd heet 19, en dat is inderdaad dat is de leeftijd van de Londense zangeres Adele Adkins die een grootste carrière in de muziekwereld voorspeld wordt. Dat zou zo maar kunnen, want wat weet deze jongedame regelmatig schitterend uit te halen. Naast haar vocale capaciteiten (bereik, timing en timbre) wekt wellicht de repertoirekeuze (een mengvorm van soul, jazz en storyteller, met op die magnifieke cover van Bob Dylan na louter eigen songs) de meeste verbazing. Meestal laat ze zich amper of heel sober begeleiden, al pakt ze ook een paar keer lekker orkestraal (zoals in de hit Chasing Pavements) uit. Muzikaal zijn er raaklijnen te trekken met Amy Winehouse, al is de muziek van Adele een stuk zoeter en gedraagt ze zich (voorlopig?) een stuk verstandiger. Je zou bijna bang worden om van haar een wereldster te maken. Dan moet ze maar slechtere cd’s gaan maken… (WJ / BN/De Stem)

NICK CAVE & THE BAD SEEDS - Dig!!! Lazarus Dig!!! (EMI) Commercieel gezien was de vorig jaar verschenen titelloze cd van Grinderman (Cave met een uitgeklede versie van The Bad Seeds), vol vuige rock, geen groot succes. Net als Abattoir Blues/The Lyre Of Orpheus (2004) was het album echter wel een van de bewijzen dat de van oorsprong Australische zanger (vijftig inmiddels) zich in artistiek opzicht in een uiterst vruchtbare periode bevindt. Voor Dig!!! Lazarus Dig!!! heeft Cave de ruige hangsnor wat ingekort en bijgepunt. In vergelijking met Grinderman zijn ook de nu weer wel met de volledige Bad Seeds opgenomen nieuwe songs van de scherpste kartelrandjes ontdaan. De oude fans zijn opnieuw welkom, zonder dat Cave een knieval naar hen doet, want opnieuw is ‘s mans experimenteerzucht en strijdbaarheid prijzenswaardig. In een aantal frisse rocksongs klinkt Cave opnieuw erg rauw, stevig, vitaal en uitgelaten.

Waar hij zijn vorige cd nog een geweldig excuus noemde ‘to head down to the basement and shout,’ zoekt hij ditmaal het experiment meer in de breedte van het materiaal en een afwijkende benadering van de songs, door zijn Bad Seeds anders in te zetten. Want erg veel compleet vernieuwende composities telt dit album per saldo nu ook weer niet. Zo is Albert Goes West een vrij ordinair rocknummer (waarin de overbekende Henry weer eens voorbijkomt), had de pianoballade Jesus Of The Moon prima na bijvoorbeeld The Ship Song op een van zijn albums uit de jaren negentig gepast en is Lie Down Here (And Be My Girl) spectaculairder qua titel dan qua koorrijke invulling.

Kortom, als de regelmatig weer naar het Nieuwe Testament grijpende Cave zich herhaalt, is het resultaat zeker niet altijd beter dan wat eraan vooraf ging. Wel zijn ’s mans teksten, die zowel poëzie, spiritualisme, rockfabels, decadentie als humor bevatten, een verademing. De andere meerwaarde van Dig!!! Lazarus Dig!!! zit duidelijk in het afwijkende geluid van The Bad Seeds en in Cave zelf, als hij in het machtig gearrangeerde prijsnummer We Call Upon The Author zijn Bijbel even vergeet en er als opgefokte jerk een aantal fuckers tegenaan gooit, in Night Of The Lotus Eaters als een semi-nieuwlichter (én zonder Blixa Bargeld) een soort van Neubauten-sfeertje creëert en er in de titelsong als uitgelaten praatzanger vol in gaat.

Dat het refrein erg veel gelijkenissen vertoont met dat van Hold Your Head Up van Argent uit 1972 wordt dan van ondergeschikt belang. Laat je vooral ook niet van de wijs brengen door de titel van de lekker cynische afsluiter More News From Nowhere. De nagenoeg zonder enige concurrentie opererende Cave bewijst mede dankzij zijn geweldige band (met een weergaloze Warren Ellis) ook anno 2008 nog altijd bijzonder relevant te zijn voor de popmuziek. (WJ/OOR)

British Sea Power - Do You Like Rock Music?
Een paar jaar geleden toerde deze Britse rockband door Europa met Interpol. Prima optredens overigens, maar dat de groep ooit nog een cd zou maken als deze? Do You Like Rock Music? luidt de wat retorische vraag aan de (aspirant) koper van dit kleinood. De groep lijkt de op hun eerdere albums nog aanwezige invloeden van Joy Division definitief overboord gekieperd en de band is in een aantal meer bombastische tracks duidelijk richting het geluid van de Canadese formatie Arcade Fire opgeschoven. Het vlaggenschip van dit album heet Waving Flags en die van u kan gerust van de zolder gehaald worden en in top gehesen worden. Sinds Editors is er niet meer zo’n fantastische single de Noordzee overgestoken. Alles aan de song klopt. Vanaf het koorrijke intro, de ingehouden gezongen coupletten, het gepaste marstempo als ritme tot aan de glorieuze refreinen en finale. British power indeed!

Vampire Weekend - Vampire Weekend
Het kan soms hard gaan met nieuwe bandjes. In het geval van Vampire Weekend uit New York is dat volkomen terecht. Dit zijn de wereldsterren van morgen, omdat ze vandaag al geweldige liedjes bezitten die weliswaar anders maar ook meteen vertrouwd klinken. Het rammelt een beetje, maar het is ook fris, speels en erg leuk! Alsof The Arctic Monkeys zich op de muziek van Talking Heads, West-Afrika en Paul Simon hebben gestort. Het resultaat is ontwapenend. Omdat de teksten leuk, de Kongolese gitaarlijntjes geniaal en de melodietjes niet uit je hoofd te branden zijn. Zo hoort een multiculturele samenleving in een grote stad te klinken! Omdat deze schoffies hun talenten uitmuntend benutten en naast invloeden van hun voorouders ook putten uit pop, reggae, latin, rock en wat er nog meer op hun iPod voorbij komt. ‘This feels so unnatural Peter Gabriel too’. Ja, dit is een heuse sensatie! WJ / BN/De Stem

Claw Boys Claw - Pajama Day
Naadloos sluit de cd Pajama Day aan bij het vorige album van deze Amsterdammers. Dat is een prestatie, omdat die cd in 1997 verscheen. Maar Claw Boys Claw is eindelijk terug! Ze hielden zelfs niet op te bestaan, het heeft alleen wat langer geduurd. Dat is wellicht het beste nieuws voor de Nederlandse podia. Want hoe aardig deze nieuwe prachtige melodieuze parels en die paar moerasrockers ook nu weer zijn, de ware kracht van de band ligt toch echt in de energie op het podium, de grollen van zanger Peter te Bos (57 jaar jong inmiddels) en de mix van heupwieg nieuw met knallend oud. Garagepunkbeesten zijn het al lang niet meer. Thuis mag u gewoon de pyjama en pantoffels aantrekken. Om warm te genieten van schitterende liedjes als Flower, Rock Me Girl, I Am Sea, een van Mama Cash bekende cover en nog meer fraais met knappe teksten, een relaxte groove, een tikje blues en een pietsje rock. Het is goed dat ze er weer zijn.
(WJ / BN/De Stem)

BLACK MOUNTAIN - IN THE FUTURE (JAGJAGUWAR/KONKURRENT) Er is de laatste jaren erg veel goede popmuziek uit Canada over komen steken en als mijn oren mij niet bedriegen dient zich hier de zoveelste sensatie aan: Black Mountain. De band stond na het naamloze debuut uit 2005 al eens op het festival Metropolis en ook in Vera, Groningen lusten ze er wel pap van. Black Mountain werd in 2004 in Vancouver opgericht en bestaat uit een aantal kunstenaars en muzikanten uit een bijzonder actief collectief. Een aantal bandleden zijn tevens terug te vinden in The Pink Mountaintops, Blood Meridian, Jerk With A Bomb en Sinoia Caves en Orphan. Maar nergens klinken ze zo retro als in Black Mountain, want lef en/of humor heb je natuurlijk wel als je een cd maakt waarop je nagenoeg alleen maar (en met succes!) terugblikt op de rock, folk en psychedelica van de late 60’s en de early 70’s en dat je die dan In The Future doopt. Het geluid is bijzonder divers en erg veelzijdig. Dat is niet alleen te danken aan het feit dat de opnamen uit verschillende sessies in drie verschillende studio’s stammen. Naast de productie van negen songs door de band zelf, staat er ook nog een mix van John Congleton (Explosions In The Sky, The Polyphonic Spree) en een door Dave Sardy opgenomen track (het van de soundtrack van Spiderman III bekende Stay Free) op de cd. Hoe dat uiteindelijk allemaal klinkt? Er zijn een aantal lijntjes te trekken naar Wolfmother, Led Zeppelin, Black Sabbath, Pink Floyd, Buffalo Springfield en, als het vrouwelijke bandlid Amber Webber in Queens Will Play achter de microfoon plaatsneemt, Jefferson Airplane. Op dit album staan ook twee uiterst gewaagde ultralange tracks. Zo zou je met een beetje fantasie het huzarenstukje Tyrants hun eigen soort Bohemian Rhapsody/Stairway To Heaven/Child In Time kunnen noemen. Vanwege de lengte en de opbouw in diverse, dynamisch erg uiteenlopende delen uiteraard. Nog straffer is het zeer lang uitgesponnen Bright Lights dat bijna 17 minuten lang diverse climaxen en lange psychedelische passages vol toetsen of luide gitaren telt. Monster Magnet meets Deep Purple, Gong, Fairport Convention en Colosseum? Ach, wat doet het er ook toe, al die hokjes? Black Mountain is een tikje vreemd, maar tevens bij vlagen erg subtiel en bijzonder sfeervol. Bij deze doop ik deze Canadezen tot de eerste retro rockers van 2008 die er met In The Future de komende jaren echt toe gaan doen. WJ / OOR

CAT POWER - JUKEBOX (MATADOR/V2)
Acht jaar geleden verscheen The Covers Record, het vijfde studioalbum van zangers Chan Marshall aka Cat Power en haar eerste vol interpretaties van anderen. In een naakte muzikale setting werkte ze zich daarop door songs van onder meer Bob Dylan, Nina Simone, Smog en The Rolling Stones. Ze liet het tempo drastisch zakken en ontdeed de liedjes van alle overbodigheden. Wat restte was warm en liefdevol. Het was vooral de vocale pracht die de songs terugbracht tot wat Cat Power veronderstelde dat de essentie ervan was. Op Jukebox is dat laatste niet anders, alleen is Marshall inmiddels een gevestigde naam, die met ronduit fantastische muzikanten kan en mag werken. Met The Dirty Delta Blues en producer Stuart Sikes (waarmee ze ook haar succesvolle vorige cd The Greatest maakte) nam ze in de loop van 2007 in New York, Miami en Dallas een twaalftal prachtsongs op. Op haar typische eigen(wijze) manier, maar duidelijk minder naakt en breekbaar dan de vorige keer. Onverwacht blijven sommige interpretaties en arrangementen echter wel. New York (bekend van Frank Sinatra) is naar een traag, groovy bluesnummer getransformeerd, mede dankzij het fabelachtige spel van de band en van Chan op haar piano. Ramblin (Wo)man van Hank Williams is vrouwelijk gemaakt dankzij haar ijle stem en fraai ruimtelijke gitaarspel, de rhythm & blues-parel Lost Someone (James Brown) krijgt door de sobere aanpak een andere lading zonder dat de kracht en directheid verloren gaan en I Believe In You van de hier dus terugkerende Dylan krijgt juist een voor Cat Power-begrippen opvallend stevige benadering. Daar zit dus het grote verschil met vroeger. Als een song van George Jackson in de ogen van Cat Power om een soulvolle benadering met vet orgelspel schreeuwt, dan krijgt de song die ook. Net als dat de gospel Lord, Help The Poor And Needy van Jessie Mae Hemphill een meer down to earth-bluesbenadering ondergaat, Don’t Explain van Billie Holiday ouderwets kaal wordt uitgekleed en ook de songs van Janis Joplin en Joni Mitchell van deze op een totaal andere manier minstens even krachtige vrouw de transformatie ontvangen die ze verdienen. Hoe sterk Cat Power zich momenteel moet voelen, blijkt uit het feit dat ze het deze keer aandurfde twee eigen songs (waarvan één remake van een track van Moon Pix uit 1998) in haar tijdloze Jukebox te stoppen. Gelijk heeft ze, ze passen perfect tussen deze tijdloze klassiekers. (WJ/OOR)

Voicst - A Tale Of Two Devils
Dit Amsterdamse trio werd ten tijde van hun debuut 11-11 terecht beschreven als de belichaming van een indierockband anno 2004: stoer, fris, brutaal, divers, grappig en stiekem toch heel getalenteerd. Ze klonken alsof ze ADHD hadden. Dat laatste gaat nog maar ten dele op voor de ook weer in Amerika (met de producer van Interpol en The National) opgenomen opvolger A Tale Of Two Devils. Ja, het is even wennen aan de nieuwe sound. Maar niet lang. Want wat is dit wederom een zeldzaam knappe popplaat boordevol goede ideeën, frisse invalshoeken, volwassen (of grappige) teksten en sterke samenwerkingen met C-Mon (van Kypski), Perquisite (van Pete Philly), Rutger Hoedemakers (About), de blazers van Beyoncé en de pianist van Simon & Garfunkel. Toch blijft Voicst volledig in charge en de verbazingwekkend originele refreintjes, riffs, koortjes, bruggetjes en ritmes vliegen spontaan rond je oren. Kan hier een andere Nederlandse band in 2008 nog wel overheen? WJ / BN/De Stem

Sharon Jones & The Dap-Kings - 100 Days, 100 Nights
Soul is helemaal terug. Mede dankzij de blanke Amy Winehouse, die, drankprobleem of niet, geweldig werk heeft verricht met haar Back To Black. Zin in meer van die geweldige soul in de sfeer en stijl van de jaren zestig? Ook bij het derde album 100 Days, 100 Nights van de dit keer wel zwarte zangeres Sharon Jones (51-jaar jong, maar binnenkort eindelijk een ster) herleven de tijden van Stax en Motown. Niets doet vermoeden dat de cd ná 1967 opgenomen zou kunnen zijn. Dat The Dap-Kings tevens de band van Winehouse is, bewijst de unieke klasse van deze ‘huisband’ van het prachtige label Daptone uit New York. Sluit ook de gratis bij dit album gevoegde cd GhettoFunkPowerHour (een soort radioshow met louter tracks uit de catalogus van Daptone) in de armen, want die is minstens even lekker dan het hoofdgerecht. (WJ / BN/De Stem)

RUFUS WAINWRIGHT - RUFUS DOES JUDY AT CARNEGIE HALL (GEFFEN/UNIVERSAL)
Judy Garland (1922 –
1969) was een van de grootste Amerikaanse actrices en zangeressen van net vóór en een hele poos na de tweede wereldoorlog. Het optreden dat ze als zangeres in 1961 in de Carnegie Hall in New York gaf, werd destijds beschouwd ‘the greatest night in show business history’ en de dubbelelpee ervan hield het 73 weken uit in de Billboard charts, waarvan 13 op nr. 1. Garland ontving er vier Grammy Awards voor. Oma en opa Martha & Loudon Wainwright II waren er daadwerkelijk bij in 1961, zo bewijst een foto in deze uitgave. Rufus Wainwright (34) was toen nog lang niet geboren. Toch wilde hij van kinds af aan Dorothy (Judy’s rol in The Wizard Of Oz) spelen. Of heks zijn.

Het zal er al vroeg in, zijn geaardheid. En muziek werd de zeer getalenteerde Rufus met de paplepel ingegoten. Hij is de zoon van folkzangeres Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III. Pa heeft er alleen wat meer moeite mee dat zoonlief zich op zijn albums vaak posteert als ‘Gay Messiah’. De complete remake van het optreden van Judy Garland in Carnegie Hall, met een 36-koppig orkest en exact dezelfde setlist is waarschijnlijk een jarenlange onrealistische droom geweest van de zanger die onlangs Nederland nog betoverde met zijn optreden bij Paul de Leeuw. Het idee was eigenlijk even belachelijk als leuk. En als je dan uiteindelijk besluit die droom ook daadwerkelijk te realiseren, dan kun je dat beter helemaal goed doen en exact zoals vroeger.

En zo geschiedde in juni 2006. Pas na drie songs horen we Wainwright pas praten, omdat Judy dat daar ook pas doet, van die dingen. Gelukkig wordt Rufus daarna losser, steeds meer zichzelf en maakt hij zich het repertoire eigen. Dat bestaat voornamelijk uit film- en musicalklassiekers, van grote songschrijvers als Gershwin, Berlin, Fisher en Rodgers en met overbekende songs als When You’re Smiling, That’s Entertainment, Puttin’On The Ritz en uiteraard Over The Rainbow. Slechts een paar songs zingt hij (en met moeite) in de originele toonhoogte, de rest moest ietsje lager. Zijn overgave 115 minuten lang vergoedt echter alles.

Ook maakt hij er uiteindelijk een familiefeestje van als zus Martha Stormy Weather mee mag komen zingen en Mama Kate (die ook de lieve inleidende woorden in het cd-boekje schreef) tijdens Over The Rainbow met haar banjo op mag draven en verklaart dat ze zich die dag Celine Dion voelt. Natuurlijk zou je een aantal dingen anno nu op het randje van tussen kunst en kitsch kunnen ervaren. Ook zal het effect nu niet het effect van toen sorteren. Maar moedig, oprecht en schattig blijft het wel.

‘I’ll sing them all! I’ll stay all night!’, staat er te lezen in het schilderij van Tabboo! in het hoesje. Zo is het maar net. Rufus (die niet terugdeinst het hele orkest opnieuw te laten beginnen als het volgens hem ietsje anders moet) en producer Phil Ramone hebben er iets heel moois van gemaakt. En bovenal een waardig eerbetoon aan het klassieke Amerikaanse songboek van Garland. Mijn vader zou ervan hebben genoten. (WJ/OOR)

THE KILLERS - SAWDUST (EMI)
De band komt uit Las Vegas, maar zou qua sound zomaar uit het Engeland van die nieuwe Britpopsensaties kunnen komen. Na twee prima albums (met erg sterke songs, de ene keer mét, de andere keer zonder veel bombast) is er nu al een cd vol restmateriaal. Dat laatste klinkt echter veel te onaardig voor zoveel fraais (17 tracks in 72 minuten). Live spelen The Killers inmiddels al die Britse bands van het podium, dit Sawdust bevat ook een groot aantal proeven van bekwaamheid. Naast remixen (door Jaques Lu Cont, bekend van Madonna), radio-opnamen en b-sides zijn dat leuke, onverwachte covers (Ruby, Don’t Take Your Love To Town van Kenny Rogers, Romeo & Juliet van Dire Straits en Shadowland van Joy Division, gemaakt voor de film van Anton Corbijn) en vette nieuwe songs. Het beste is de opener Tranquilize, een duet met niemand minder dan Lou Reed. Gouden greep, dit restmateriaal! (WJ / BN/DE STEM)

LCD Soundsystem - 45:33 (EMI)

Eerder dit jaar verscheen van deze band uit New York wellicht wel het beste (dans)album van 2007. De nu verschenen cd 45:33 is niet de logische opvolger van dat geweldige Sound Of Silver (waarvan één track hier instrumentaal), het is eigenlijk een tussendoortje genoemd naar het 45:33 minuten durende, door James Murphy (het brein achter LCD) vervaardigde werkstuk in 6 delen voor de firma Nike. Dit knappe staaltje crossover tussen seventies disco, wave, electro, funk, pop, ambient, postpunk en krautrock was eerder alleen via iTunes leverbaar, maar is nu met een aantal knappe bonustracks opgekrikt tot albumlengte. Niet alles is even swingend, maar juist dan weet Murphy wat sfeer inhoudt en speelt hij de kracht van de herhaling nog beter uit. Minimalistisch soms, verwant aan Kraftwerk een beetje, met mooie dubeffecten, zowaar een Afro-ritme en een paar ultravette baslijnen, verrast dit Soundsystem opnieuw zeer positief.

(WJ / BN/De Stem)

(HIJ WAS HET NAPROGRAMMA VAN SPINVIS IN DE WATERPUT) CHRIS CHAMELEON - EK VIR JOU (EXCELSIOR/V2) Met zijn vorige band Boo! toerde hij (in jurk en met lipstick) tientallen jaren en met veel succes door het Nederlandse clubcircuit. Maar het solorepertoire van deze nu als singer-songwriter opererende Zuid-Afrikaan is van een geheel andere orde. In het Zuid-Afrikaans laat Chris Chameleon horen waarom hij in zijn thuisland als soloartiest al meer cd’s verkocht als tijdens zijn hele carrière met ‘monki’ punkband Boo! en daarvoor met Blue Chameleon. Ek Vir Jou werd aldaar binnen een maand goud (20.000 exemplaren) en het Nederlandse label Excelsior was zo onder de indruk van zijn soms onnavolgbare vocale capriolen langs 4 octaven dat ze het album hier uitbrengt. Net als bij het verder niet te vergelijken werk van Gert Vlok Nel is het even wennen aan dat speciale taaltje dat weliswaar erg dicht bij het Nederlands ligt, maar dankzij een aantal specifieke uitdrukkingen toch speciaal klinkt. Chameleon (kitaar, baskitaar en stemme) raakt het verste binnen als hij, zoals in de titelsong en het prachtige Ek Dink Ek Hou Nog Van Jou, akoestisch spelend zacht, ingetogen, ja bijna stil zijn liefde uit. De man kan echt geweldig zingen, heeft een fantastisch bereik, maar speelt dat gelukkig niet overal uit. Leuk zijn echter ook de up-tempo liedjes vol subtiele percussie en klapjes waarin Chameleon met leuke teksten, koortjes en een knap in dienst van het liedje spelende band laat horen niet alleen maar een overgevoelige jongen te zijn, maar dat er ook best met hem gelachen mag worden. Dit is een bijzonder talent. (WJ / OOR)

The Madd - Ongeneeslijk Beat

Afgelopen zomer stond The Madd live op het Festival Blommenbeat in Roosendaal. Daar stond het Rotterdamse kwartet precies op zijn plaats. Alles aan de groep én hun ongelooflijk leuke debuutalbum Ongeneeslijk Beat ademt jaren zestig. Het haar, de pakken, maar zeker ook de elf geweldige liedjes die het midden houden tussen heerlijk rammelende garagerock, songs met lichte psychedelische trekjes (dankzij dat karakteristiek klinkende orgeltje en de gitaareffecten) en The Beatles in de met geweldige koortjes doorvlochten, nu al klassieke popsong Sad Boy. Natuurlijk liggen de inspiratiebronnen van toen voor het oprapen. Dat mag de pret echter niet drukken. Deze band heeft eigenlijk alles wat de jaren zestig zo opwindend maakte. En voor het geval je er na het horen van deze inderdaad ongeneeslijke beatmuziek ook nog als hen eruit wil zien, staat er een speciale cursus stropdasknopen op de hoes! (WJ / BN/De Stem)

DIVERSE ARTIESTEN - THE BIG STIFF BOX SET (SALVO/PIAS) Stiff Records wordt vaak geassocieerd met pubrock of punk. Dat is niet helemaal terecht. Het in 1976 in Londen opgerichte label bezat wel een eigen soort punkgedachte: ‘Have idea, write song, record song, press it up, release it.’ En dat alles in een tijdsbestek van een paar dagen in plaats van maanden of jaren. De oprichters, Dave Robinson en Andrew Jakeman (beter bekend als Jake Riviera), vonden het belangrijk dat de artiest live uit de voeten kon en zo ook op het vinyl klonk.

Het duo had niet alleen een goede neus voor talent, het label voorzag ook in een behoefte. Juist in die periode durfden velen uit hun schulp te kruipen om te laten horen dat er meer gaande was in de popwereld dan het maken van dure producties. Daarnaast waren de labelbazen absoluut niet eenkennig of kleurenblind.

De rij namen die hun eerste plaatjes voor Stiff maakten is indrukwekkend. Van Nick Lowe, The Damned, Motörhead, Elvis Costello, Ian Dury, The Pogues, Yello, Devo tot Madness, allemaal gebruikten ze Stiff als opstap voor meer en groter. Wat dit grootse overzicht (98 tracks op 4 cd’s plus een door Ian Peel geschreven boekwerk) zo leuk maakt, zijn juist ook de toenmalige sterren die op een prachtige manier de tijdgeest van toen wisten te vangen, maar nu (nagenoeg) volledig anoniem door het leven gaan.

Wreckless Eric leverde met Reconnez Cherie een klassieker af, evenals Billy Bremner met Loud Music In Cars. Jona Lewie schreef zelfs twee van die giganten: You’ll Always Find Me In The Kitchen At Parties en Stop The Cavalry. Prachtig zijn ook de bijdragen van Any Trouble, Department S, Theater Of Hate, Kirsty MacColl, Lene Lovich en Desmond Dekker, controversieel was die van The Plasmatics. Opvallend is tevens dat het tot 1985 opererende label niet vies was van een commerciële hit op zijn tijd.

Of hoe moeten we de songs van Tracy Ullman, Dave Stewart & Colin Blunstone, Alvin Stardust en Tempole Tudor anders kwalificeren? Rachel Sweet kan met een beetje fantasie de Lily Allen van haar tijd genoemd worden en The Go-Go’s en The Belle Stars een soort vroege Sugababes. Dat alles neemt niet weg dat dit een feest der herkenning is voor veertigers met een beetje smaak en een geweldig stuk Britse pophistorie voor hen die te laat werden geboren. (WJ/OOR)

SOULWAX - MOST OF THE REMIXES… (PARLOPHONE/EMI) Nee, dit is weer geen ‘normale’ nieuwe cd van Soulwax. Verwachten we dat überhaupt nog wel eens? Dit keer plaatsten ze 14 knappe remixen op cd 1 braaf achter elkaar en smeedden ze diezelfde tracks (met nog een paar anderen) naadloos en avontuurlijk als altijd aaneen op een tweede cd . Compleet is dit overzicht zoals de titel al aangeeft - zeker niet. De uitleg van de broertjes Dewaele is plausibel. Ze gebruikten slechts de mixen die goed genoeg klonken of niet kwijt gesukkeld waren, zoals die ene die ze ooit voor Einstürzende Neubauten maakten.

Die had ook totaal niet binnen dit concept gepast. Deze louter in opdracht van anderen óf in eerste instantie stiekem uit fanatisme voor de eigen DJ-sets vervaardigde remixen vormen samen ook veel meer een nieuw soort 2ManyDJs-ding dan een nieuwe cd van Soulwax. Hun fans zijn inmiddels wel wat gewend en het zullen slechts de hele fanatieke zijn die het merendeel van deze inderdaad vaak magnifieke remixen - al dan niet legaal verkregen - reeds in huis hadden. Van sommige mixen was dat niet eens mogelijk. Van Ready For The Floor van Hot Chip verscheen nog niet eens de oorspronkelijke versie, maar hier is nu dus al wel de dub-versie. Nu heb je natuurlijk remixen en remixen.

David en Stephen Dewaele zijn op hun best als ze elementen samenbrengen die alleen in hun hoofden aan elkaar gelinkt worden. Stond het wereldwijd 400.000 keer verkochte As Heard On Radio Soulwax Pt 2 bol van dit soort zogenaamde mash-up mixen, hier blijven de broers redelijk trouw aan het oorspronkelijke idee. Zeker in de aan de Nite Versions verwante tracks waarin techno en electro de boventoon voeren en de geremixte artiesten Justice, Daft Punk, Tiga, Felix Da Housecat en Human Resource heten.

Opvallend is wel weer dat de fucking Dewaeles hier zonder schroom nieuwe Britse alternatieve bands als The Gossip, Klaxons en Gorillaz samen brengen met mega-acts als Kylie Minoque, Sugababes en Robbie Williams. Rangen en standen vallen weg als de broertjes in de buurt zijn, alleen het resultaat telt. Dat horen uiteraard ook die allergrootsten, en natuurlijk is het dan juist een uitdaging om Can’t Get You Out Of My Head een zogenaamde Kyluss Mix (met een knipoog naar de stonerrockgitaren van Kyuss) mee te geven.

Bijna alle mixen zijn stukken beter dan het origineel. Alleen aan die van LCD Soundsystem en Muse verpakken de heren zich enigszins. De mash-up van Six Days van DJ Shadow pakt daarentegen geweldig uit. Alleen het idee al om voor dat nummer een geraamte te gebruiken van 52 Girls van The B-52’s is even verrassend als geniaal. De zanglijn van Six Days past daar naadloos in en de gitaarpartijen accentueren de kracht ervan alleen nog maar. Dat zijn de altijd verrassende Soulwax-broertjes ten voeten uit. Hun volgende kunstje is er trouwens een op het witte doek.

De prettige chaos rond de tour van het fenomeen Radio Soulwax (met de live-versie van Nite Versions, wervelende sets van 2ManyDJs en veel gastoptredens) is vastgelegd in een langspeelfilm: Part Of The Weekend Never Dies. WJ / OOR

Underworld - Oblivion With Bells

Net als veel andere oudgedienden in de dansmuziek had ook Underworld het de laatste jaren moeilijk om te blijven boeien en/of zich te blijven vernieuwen. Op dit zevende album lijken de terug als duo opererende Karl Hyde en Rick Smith zich met dat laatste te hebben verzoend. Underworld blikt op Oblivion With Bells muzikaal terug op Dubnobasswithmyheadman uit 1994 (tot aan het hoesontwerp aan toe), maar laat dat nu toevallig voor mij hun beste album zijn. De eerste paar heerlijk swingende tracks bezitten niet eens van die heel dwingende beats, maar wel veel groove, warmte, gevoel en melodie. De groep mixt housegrooves met songstructuren, pop, trance, acid, dub en spacy geluidseffecten. Helaas zakt ook dit album naar het einde toe iets in als ze iets te kunstzinnig of ruimtelijk willen klinken. Jammer en onnodig, want dat onweerstaanbare eerste kunstje beheersen ze als geen ander. (WJ / BN/De Stem)

FIXKES - FIXKES (EXCELSIOR/V2)

Het zal je maar gebeuren. Je hebt al een paar jaar een bandje, schrijft eerlijke liedjes over het lief en leed van een nostalgische dertiger, je vindt in Nederland een begrijpend oor die jouw plaatjes uit wil brengen en de eerste single staat in no time op nr. 1 van de hitparade om daar zestien weken (een absoluut record in België) te blijven staan. Nee, we hebben hier niet te maken met een bij elkaar gezochte boyband vol jonge studs, maar over een serieuze groep die opereert in Vlaams dialect en muzikale verwantschap vertoont met G. Love en Jack Johnson.

De liedjes zijn nagenoeg allemaal (semi-)akoestisch (op die hele leuke hiphopcover na waarin de band als de Vlaamse Beastie Boys klinken) en een stuk beter te volgen voor de doorsnee Hollander dan die van Flip Kowlier. Met die Oost-Vlaming deelt zanger/tekstschrijver Sam Valkenborgh uit Stabroek (gelegen net onder de Nederlandse grens, nog boven Antwerpen) de gave om oog te hebben voor doodnormale dagelijkse zaken en daar eerlijke, spitsvondige, bijna poëtische teksten van te kunnen maken. ‘Dokter wa is er mis met mij? Ik loop nen helen dag zo geil as een konijn’, zingt hij in Dertigers.be dat handelt over het gevoel dat dertigers nergens meer bij horen. ‘Ik zwem rondjes ergens tussen wal en schip en van muziek ken ik helemaal niks meer. Ik zen dertig en cultureel gepensioneerd.’ Valkenborgh is niet de meest geschoolde Vlaamse zanger.

Toch weet hij in iedere song steeds wel precies de juiste toon aan te slaan plus snaar én luisteraar te raken. Dat is een kunst op zich. In een lied over zijn ex zingt hij gewoon precies wat veel mensen denken, maar nooit zeggen: ‘Ik hoop da ze mij wa mist en da z’een heel klein bitje ongelukkig is.’ Sam Valkenborgh wordt op die manier ongewild een soort spreekbuis van een beetje vergeten generatie. Vooral omdat hij in die weergaloze debuutsingle Kvraagetaan zo mooi nostalgisch is over de tijd dat Urbanus nog een held was, haten nog géén nationale sport, The Reflex (fl-fl-fl-flex) van Duran Duran een hit en hij zijn eerste blote tetjes (borsten) in een film zag: die van Tatjana Simic in Flodder. (WJ / OOR)

BEIRUT - THE FLYING CLUB CUP (4AD/V2)

Vorig jaar verscheen het debuut van de Amerikaanse groep Beirut en dat sloeg in als…, nee doe maar dat sloeg aan. Terecht, want de onverwacht exotisch klinkende cd van de ten tijde van de opnamen pas 19-jarige zanger/componist Zach Condon, afkomstig uit Albuquerke, New Mexico, stond bol van de wereldse ritmepatronen en melodielijnen vormgegeven met een voor westerse popbegrippen vaak minder alledaags instrumentarium. Samen met leden uit onder meer Neutral Milk Hotel en A Hawk And A Hacksaw richtte hij zich muzikaal op het oosten van Europa en niet zelden klonk zijn muziek als een mengeling een zigeunerorkest uit De Balkan, een lo-fi Calexico en Talking Heads dat zonder gitaren verhuisd was naar Slowakije.

De opvolger is iets minder speels, maar niet minder intrigerend. Het iets tragere album is duidelijk wat meer uitgebalanceerd. Ook heeft het nu nog maar 21-jarige broekie zijn niet altijd direct aanwijsbare inspiratiebronnen meer in Frankrijk en de muziek van Françoise Hardy, Charles Aznavour en Jacques Brel gezocht. Zo horen we een song gebaseerd op een riedeltje uit een draaiorgel, wordt er door de nog wel regelmatig als een zigeunerorkest klinkende 8-mansformatie een Europees walsje ingezet en vormen de songs samen een fraai eerbetoon aan de Franse cultuur, mode, historie en muziek.

De titel The Flying Club Cup verwijst naar een tijdens de opnamesessies opgehangen foto uit 1910 met daarop een naast de Eifeltoren opstijgende luchtballon. Condon is een opvallend vroegrijp talent dat er steeds opnieuw in slaagt culturele bakens te verzetten en heel traditionele muziek met precies waar nodig een Turkse vioollijn, een Franse accordeon, een klassieke piano en die opnieuw erg fraai gearrangeerde toeters en bellen altijd fris en smaakvol te laten klinken. Hij is ook veel beter gaan zingen. Er schuilt dan wel geen Antony in hem, hij waagt het wel om zijn stem in sierlijke lijnen te laten dansen. Hoewel iets minder spectaculair of verrassend is dit tweede, deels thuis in The States en deels in de kerk van Arcade Fire opgenomen album toch een geweldige stap voorwaarts in de eigenlijk nu al schitterende carrière van een jonge, momenteel wel tijdelijk in Parijs residerende Amerikaan. (WJ / OOR)

JOSH RITTER - THE HISTORICAL CONQUESTS OF JOSH RITTER (V2)
Deze Amerikaanse singer-songwriter is immens populair in Ierland. Drie van zijn vier vorige albums werden er goud en als hij er optreedt, begroet het publiek de man uit Idaho als een teruggekeerde verloren zoon. De ingetogen kant van zijn muziek sloot ook prima aan bij die van The Frames en Damien Rice. Zijn nieuwe cd belicht een heel andere kant van Ritter. Ten eerste bezit hij een bijzonder goede band en zet die hier onder leiding van producer/toetsenist Sam Kassirer en mixer Jacquire King (Tom Waits, Kings Of Leon, Archie Bronson Outfit) een dijk van een geluid neer. Ritter zingt harder, is feller en het geluid is steviger. Tevens is er dat typische jaren zestig gevoel (Bob Dylan & The Band meets The Beatles) en had Ritter daarnaast het album Ram van Paul McCartney uit 1971 nog ergens in zijn achterhoofd als standaardnorm verborgen zitten. De meeste songs schreef hij dit keer vanachter een piano. Toch zijn er nog wel een paar van die geweldige vertelparels, zoals The Temptation Of Adam, waarin hij bewijst met alleen de juiste woorden en een paar akkoorden op een eenzame akoestische gitaar de wereld veel te bieden te hebben. Dat er nu extra veel pop, soul, up-tempo punkfolk, toeters en bellen op de cd terecht gekomen zijn, bewijst dat die aardige Ritter ook songs met pit kan maken en in een band met ballen rendeert. Geloof maar dat ze lol hadden daar in die boerderij waar de cd bij twintig graden onder nul in januari is opgenomen. ‘My orchestra is gigantic / This thing could sink the Titanic.’ WJ/OOR

José González - In Our Nature

Succes blijft iets onvoorspelbaars. Neem de cd Veneer van de Zweedse singer-songwriter José González (met Zuid-Amerikaans bloed). Dankzij die prachtige reclame van Sony, waarbij tienduizenden gekleurde balletjes door de straten van San Francisco stuiterden, was het bijhorende liedje Heartbeats van de met een fluwelen stem gezegende González (eigenlijk een cover van The Knife) plots een megahit. In Our Nature bevat wederom een aantal bijzonder ingetogen gitaarliedjes. Die kun je beter niet in een al te trieste bui opzetten, want opvrolijken doen ze je zeker niet. Mooi is het akoestische gitaarspel tijdens deze duik naar zijn trieste binnenste wel. Het beste liedje is echter wederom een cover: Teardrop van Massive Attack. Ook zonder beats en de stem van Liz Frazer (ooit Cocteau Twins) blijft het lied in een versie die je ook van Jack Johnson zou kunnen verwachten, fier overeind. (WJ / BN/De Stem)

PATRICK WATSON - CLOSE TO PARADISE (SECRET CITY RECORDS/V2)
Het intro van openingstrack Close To Paradise heeft wel iets van Pink Floyd ten tijde van Dark Side Of The Moon. Alleen lijkt het nummer gezongen te worden door de tot op heden geheim gehouden broer van Jeff Buckley. In een aantal andere weergaloos mooie, totaal anders klinkende tracks van dit rijk gevulde album gebruikt hij dan weer prachtige klassieke arrangementen. Op zijn allernaaktst (The Great Escape) klinkt Watson zelfs als die geweldige Antony, ja die van The Johnsons. Hebben we hier te maken met een buitensporig talent? Ik denk het wel.

Dit vorig jaar in zijn thuisland Canada verschenen (en met prijzen overladen) album heeft na een jaar uiteindelijk toch Europa gehaald en gaat ook hier ongetwijfeld vele potten breken. Omdat er geen slecht nummer op dit toch niet al te gemakkelijk weghappende tweede album (zijn debuut stamt uit 2001) terug te vinden is, de stem van deze 27-jarige inwoner van Quebec ronduit wonderschoon is (zeker als hij jazzy trekjes vertoont) en de songs een aantal keren rijke, aan Van Dyke Parks verwante, arrangementen bezitten. Toch staat vaak dat klassiek aandoende liedje centraal, hoe breed Watson, zelf opererend vanachter de piano, zijn band soms met veel toeters en bellen laat uitpakken.

De meeste indruk maakt Watson echter in het ingetogen gebrachte The Storm (met zowaar countrytrekjes), dat ondanks de licht vervormde stem en andere productionele trucjes toch ontroert en door weet te dringen tot de ziel. Ook als hij zijn pianospel in Mr. Tom in een modern decor van samples en elektronica plaatst of hij vrij kaal, maar warm door blazers begeleid, Man Under The Sea zingt, gaat hij niet kopje onder. Watson is het type mens dat precies zo zingt en zich gedraagt zoals ik me dat als atheïst in Het Paradijs voorstel, mocht dat bestaan. Hij komt er met dit wonderschone album in ieder geval erg dicht bij in de buurt. (WJ /OOR)

Manu Chao - La Radiolina (EMI)

De Franse zanger (van Spaanse herkomst) was eind jaren tachtig voorman van de licht explosieve, naar een Anarchistische groepering vernoemde cross-over rockband Mano Negra. Solo klinkt de nu 46-jarige Parijzenaar in het door hem ontwikkelde muziekgenre Mestizo als een soort ‘Mano Negra Light’. Hoewel minder heftig, ook heel lekker en beter voor uw lijn aangezien er nog beter op te dansen valt. Vooral op het podium is Chao een swingend fenomeen. La Radiolina verbreekt een iets te lange radiostilte. Dat doet hij met band, samples, ritmes uit alle windstreken en rockinvloeden in lekker veel korte nummertjes (21 stuks binnen 51 minuten). Met zomerse passages gekoppeld aan statements van formaat. ‘De politiek heeft leugens nodig’, zingt hij nog altijd strijdbaar. Maar verder is dit is de ultieme zomerplaat van 2007 die eigenlijk een paar maanden te laat verschijnt.

FLIP KOWLIER - DE MAN VAN 31 (PETROL/EMI)

 De cd had eigenlijk De Man Van 30 moeten heten. Maar dat haalde hij niet. Dat is niet erg, het is beter zo. Flip Kowlier zag 30 als een magische grens. Hij is er doorheen nu, ouder, wijzer, beter en haal alle andere clichés maar boven. Want Flip doet op dit album precies dat waar hij vóór zijn dertigste ook al heel goed in was: prachtige liedjes componeren en daar eerlijke teksten, met soms een vette knipoog, in zijn eigen taaltje bij schrijven. De derde cd in plat Izzegems (of zit er ook wat meer Gents in verweven omdat hij daar al een tijd woont?) zal voor veel ‘Ollanders’ weer uren puzzelplezier opleveren. Begin alvast maar te genieten van de muziek, de songs, die gevoeliger en mooier zijn dan ooit. Neem Elikopter. ‘Elikopter / Kom mie redden / Hjil min uoft is krom’, zingt hij in een van de trage persoonlijke hoogtepunten, waarin je overigens ook zijn band kunt horen schitteren zonder te willen of hoeven scoren. Flip heeft een bijzondere kijk op het leven.

De Caravan in de gelijknamige song staat symbool voor simpel gaan leven. In zijn eigen luilekkerland, met zomers een barbecue. Verder zingt hij over normale onderwerpen, kleine zaken die het leven kleuren, een Meiske (sinds vorige zomer zijn vrouw) waar hij mee wil seksen al vergeet hij even later in het wel degelijk lekker swingende El Mundo Kapotio (mede dankzij het karakteristieke gitaarspel van vriend Gabriel Rios, de blazers en ’t koor) niet te concluderen dat de wereld wel mooi naar de klote is geholpen. De cd biedt zeker niet alleen maar trieste liedjes. Het is een bovenal zelfs een positieve plaat waar een ouder wordende artiest dichter en dichter bij zijn eigen blues en country uitkomt. En zijn band speelt groots. Het mooiste moment is echter heel intimistisch. Als Flip tijdens zijn eeuwige zoektocht diep in zijn gevoelige binnenste naar zichzelf en zijn kleine zonden kijkt, zoals in de afsluitende titelsong, dan hoor je een prachtige naakte mens.

Dan blijkt ook dat het machtig mooie De Man Van 31 eigenlijk niet veel eerder geschreven had kunnen worden. (WJ/OOR)

SPINVIS - GOOCHELAARS & GEESTEN (EXCELSIOR/V2)

 Erik de Jong is bijzonder productief. Het ene mooie project is nog niet afgerond of de volgende opdracht ploft weer op zijn deurmat. Spinvis doet de laatste tijd vooral veel en van alles. Voor zijn theatertoer Op Een Avond In Het Heelal selecteerde hij een aantal liedjes die hij voor verschillende gelegenheden maakte. Hij herschikte die en kwam uit bij een geweldige liedjesavond. Volgens dat principe ‘vond’ hij ook dit album. Dat klinkt alleen maar in eerste instantie als een samengeraapt zootje omdat je weet dat hij deze stukken niet voor één nieuwe cd in een kortere periode schreef. Want zeg nou eerlijk, door de wijze van componeren en zijn al dan niet met de cut-up techniek vervaardigde teksten vielen zaken ook op zijn ‘reguliere’ albums wel eens toevallig op zijn plaats en kregen ze juist door die andere context toch ook een nieuwe lading, een diepere betekenis, een andere waarde?

Daarom is Goochelaars & Geesten vol liedjes met prachtige zinnetjes over kwetsbare mensen met onaangepast gedrag gewoon een echt ‘typisch Spinvis’ album en stiekem eigenlijk gewoon zijn leukste tot nu toe. Om de simpele reden dat er ongelooflijk veel geweldige liedjes op staan, zoals het prachtige, in opdracht van een psychiatrische instelling in Vlaanderen geschreven Wespen Op De Appeltaart, het al jaren live gespeelde Kindje Van God en de heerlijke nieuwe single Dag 1 (nooit hoorde je Spinvis vrolijker) bijvoorbeeld. Heel speciaal zijn ook de voor een kunst- en literatuur manifestatie ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad Breda vervaardigde tracks Een Nagemaakte Gek en Aap!, met (gesamplede) teksten van Abraham de Winter (1841-1920), het door zoon Gideon gezongen kinderliedje Alles In De Wind en de trage cover van Poupée De Cire Poupée De Son van France Gall.

En er is nog meer, veel meer. Vul die reeks heerlijke liedjes aan met prachtige filmmuziek (uit onder meer Medea van Theo Van Gogh en het hoorspel Ferdinand Cheval) en je hebt een cd met 17 tracks om van te watertanden. De snelle beslisser krijgt er gratis de door Spinvis gecomponeerde soundtrack van de nieuwe Belgische tragikomedie Man Zkt Vrouw (met Jan Decleir) bij. Ik ken slechtere redenen voor een feestje. ‘Ik hoop maar dat er roze koeken zijn.’ (WJ/OOR)

Devotchka - How It Ends

Hieronder géén cd-recensie maar de indruk die de band op dag 2 van Pukkelpop héél vroeg in de middag maakte.

12.30 uur. DEVOTCHKA. Het is bijzonder prettig wakker worden bij deze Amerikaanse band uit Denver met mix van Amerikaanse roots en oude Europese waarden, waaronder de polka en zigeunermuziek uit de Balkan. De band bezit een rijk instrumentarium van viool, accordeon, gitaar, mandoline, een shaker in de vorm van een banaan, een akoestische bas en een bastuba. De op de cd wel aanwezige Mexicaanse mariachi-trompetten hebben ze zelfs thuis gelaten. Het kan de pret niet drukken. De muziek is opwindend, het publiek haakt bij de punkpolka gelijk in en de cover van The Velvet Underground klinkt als een mengeling van 16 Horsepower, Calexico en Gogol Bordello. De houdbaarheidsdatum van Devotchka lijkt me zelfs stukken langer dan die van laatstgenoemde. (WJ/OOR)

DuvelDuvel - Puur Kultuur

De tweede ‘echte’ cd Puur Kultuur van DuvelDuvel (de eerste vijf verschenen op internet) is een doorslaand succes. De speciale verpakking (een duurdere oplage met de cd gestoken in een schilderij) en de goed ontvangen vorige cd Aap-O-Theek (2004) zorgden voor een kleine run. Verdient de inhoud dat ook? Gedeeltelijk. De stuwende factor binnen de groep, Duvel aka Mr. Donderpreek, rapt op de manier zoals we dat vooral van Extince gewend zijn. Zijn Rotterdamse humor is alleen net wat minder grappig, de boodschap over liefde, de straat, verveling en seks vooral groffer. ‘Kut met zachte peertjes’ komt er ergens voorbij. Tja, wat wil je met een cd met Schijt Is De Norm als vetste nummer? Verder werd er een bandlid buitenboord gekieperd en werden de volle beats en synthesizers vervangen door zwoelere ritmes, meer cultureel verantwoorde jazzinvloeden en andere softere zaken uit een sampler. WJ (BN/De Stem)

The Smashing Pumpkins - Zeitgeist

Een reünie van een ter ziele gegane popgroep. Vaak gebeurt het alleen voor de centen. Meestal levert het weinig nieuws op en zelden komt een band terug op het oude niveau, laat staan dat het dat ontstijgt. De uitzondering op de regel vormt deze terugkeer aan het front. Het optreden op Pinkpop beloofde al veel goeds, de cd Zeitgeist kan zich qua intensiteit meten met de nooit meer overtroffen eerste drie albums van de band. Vanaf 1995 ging het bergafwaarts. Ook de solo- en zijprojecten van zanger/gitarist Billy Gorgan (met meer elektronica in plaats van melodieus scheurende gitaarlijnen) waren vaak een regelrechte ramp. Wie herinnert nog Zwan? Zeitgeist overtreft de stoutste verwachtingen, omdat het één bonk drift is, het gitaarspel van Corgan weergaloos scherp, smerig en vet klinkt en ook de composities weer staan als een huis. In deze vorm is de band een zegen voor de indierock! (WJ / BN/De Stem)

Shellac - Excellent Italian Greyhound

Hoeveel cd’s zouden er nog her en der besproken worden als de recensent al die schijven zelf moest betalen? Zou het oordeel over die cd’s anders zijn, en zouden er uiteindelijk evenveel albums verkocht worden of toch stukken minder? Of bepaalt de consument dat uiteindelijk toch al niet helemaal zelf? Enfin, voor de nieuwe cd van Shellac moest uw recensent gewoon naar de winkel en achttien euro neertellen. Omdat meneer Albini niet aan promotie doet. Hij wantrouwt de hele business. Daar zal hij vast zijn redenen voor hebben. Zoals ook wij die hebben als we een van zijn laatste productieklussen (het album van The Stooges) als verschrikkelijk omschrijven. U proeft hier enige rancune?

Nee hoor, als oerfan van de zanger/gitarist Albini vind ik slechts een gedeelte van zijn producties (hij werkte met o.a. Nirvana, Pixies, Low en Joanna Newsom) geslaagd. Maar die van wijlen Big Black (zijn eerste band) en Shellac meestal wel. Omdat die altijd heel elementair, dynamisch, duidelijk, hard en recht voor zijn raap zijn. Omdat dat ook precies bij zijn songs past.

 Zeven jaar zat er tussen voorganger 1000 Hurts en dit werkelijk schitterend verpakte Excellent Italian Greyhound. Het trio is ouderwets in vorm. Zoals vaker begint de band met misschien wel het minst toegankelijke (achteneenhalve minuut durende) nummer pontificaal vooraan: The End Of Radio. Albini’s hoogst persoonlijke aanklacht. Mooi monotoon traag baswerk van Bob Weston, aangevuld met vurige uitspattingen vol cynisme van Albini zelf. Heel opvallend is verder het drumwerk van Todd Trainer. In dat nummer lijkt het alsof hij nog meer dan anders op zijn eigen eiland in een compleet eigen wereld bezig is. Het geniale aan deze drie-eenheid is dat alles ondanks die soms onmogelijke breaks en haperende gitaarpartijen toch op zijn plaats valt. De muziek van Shellac zal altijd iets onvoorspelbaars houden, al moet gezegd dat er hier ook een paar keer lekker vet en redelijk recht vooruit gerockt wordt. Excellent Italian Greyhoud kan zich zowaar meten met At Action Park, het absolute hoogtepunt van deze nog altijd uniek klinkende band uit 1994, en is daarom zijn geld meer dan waard. Slimmeriken kopen het nog mooiere vinyl, waarbij de cd (handiger in de auto) ingesloten zit. (WJ/OOR)

The White Stripes - Icky Thump

Het duo uit Detroit slaat opnieuw toe. Met wreed sterk elektrisch gitaarspel van Jack en met charmant rammelende drumpartijen van Meg, ooit een koppel, nu al weer jaren ‘broer en zus’. Na een amper gewaardeerd rustiger album, valt er op de zesde cd Icky Thump vooral weer van rauwe garagerock, hysterische blues en swingende folkpop te genieten. Vergeet ook niet dat het duo erg mooie melodielijnen en prachtige popliedjes kan bedenken. Ook vergrijpt het duo zich aan een licht verdwaalde, hilarische Mexicaanse cover die van clichés aan elkaar hangt. Jack & Meg combineren oude waarden (denk aan riffs van Led Zeppelin, AC/DC en het spel van oude bluesknakkers) met de hectiek van alle dag, thema’s van alle tijden en toch ook weer een paar maf botsende erupties. Al met al een heerlijk dynamisch plaatje voor de Lowlandsganger met ADHD. (WJ / BN/De Stem)

Queens Of The Stone Age - Era Vulgaris

Met Era Vulgaris keert zanger/gitarist Josh Homme terug naar de basis. Die was hard, rauw en ondergronds. Daarmee revancheert de band, die momenteel tevens uit alleskunner Troy van Leeuwen (ex A Perfect Circle) en drummer Joey Castillo (ex Danzig) bestaat, zich van de wat slappe voorganger. Even rust in de duiventil, moet Homme gedacht hebben. Alleen de zanger van The Strokes en los/vast lid Mark Lanegan mochten even aanschuiven. Voor vooral veel lekkere rechttoe rechtaan rocksongs, die weinig meer met de stonerrock van Homme’s eerste band Kyuss te schaften hebben. Ondanks de productie van de godfather van dat genre, Chris Goss (Masters Of Reality). Omdat Homme ondanks alle herrie er steeds in slaagt hele poppy melodielijnen te verzinnen. Toch zal dit album niet het hele grote publiek aanspreken. Daarvoor is het net een tikje te ruig of net als de single te Sick, Sick, Sick. (WJ/ BN/De Stem)

RUFUS WAINWRIGHT – RELEASE THE STARS

Rufus Wainwright is de zoon van folkzangeres Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III. Pa heeft er wat moeite mee dat zoonlief zich vaak posteert als ‘Gay Messiah’, ma steunt haar zoon ook op dit machtige vijfde album met een bijdrage, evenals zus Martha en prominente gasten als Richard Thompson en Joan As Police Woman. Rufus blijft zich als songschrijver geweldig ontwikkelen en is hier ook als producer en arrangeur (luister naar het grote bataljon strijkers!) geweldig in vorm. Zijn grootste kracht blijft ook hier zijn poëtische kant met een niets aan duidelijkheid te wensen over latende woordkeus. Het is hier echter niet zijn geaardheid als wel zijn politieke stellingname (‘I’m tired of you America’) en de odes aan de steden Parijs en Berlijn die het meeste indruk maken. (WJ / BN/De Stem)

PUTUMAYO WERELDMUZIEK
Putumayo brengt sinds 1993 een reeks zeer smaakvol samengestelde verzamelalbums met wereldmuziek uit. Gesorteerd naar genre, streek of gevoel, en slechts met één doel voor ogen: de ware liefhebber van het met kennis van zaken geselecteerde overzichten zich goed te laten voelen. Het nota bene uit een kledingfirma voortgekomen platenlabel heeft een bijzonder positieve uitstraling. Zo werden alle van de tot op heden honderden verschenen cd’s verpakt in mooie, folkloristische en altijd kleurrijke hoezen. Erg succesvol is de swingende reeks waarin naar de grooves van verschillende windstreken wordt gezocht. Met Gypsy Groove sluit het nauw aan bij de momenteel erg populair zijnde Balkan Beats. Het is zowel een swingende als onderhoudende cd geworden. De muziek kenmerkt zich door een soort ruwe energie en een kleurrijk karakter afkomstig uit een diversiteit aan bronnen in zowel de Slavische-, Joodse- als ook de Roma cultuur, en bijdragen uit Tsjechië, Hongarije, Duitsland, Uzbekistan en de Verenigde Staten. Zelfs Nederland doet hier een prima duit in het zakje met een door Shantel geremixte bijdrage van Amsterdam Klezmer Band. Over duiten gesproken: een deel van de opbrengst zal gedoneerd worden aan het Roma Education Fund om de scholing van zigeunerkinderen te verbeteren. Deze én een groot aantal andere cd’s uit het assortiment zijn te beluisteren in een speciale luisterzuil. Alle cd’s van Putumayo zijn nu bij De Waterput in de aanbieding: één cd voor € 14.99, twee cd’s voor samen € 25,00 inclusief een gratis verzamelalbum!

Windmill - Puddle City Racing Lights
He is de piano die de drijvende kracht is achter het muzikale landschap dat Windmill op Puddle City Racing Lights creëert. Achter Windmill schuilt de 26-jarige Engelsman Matthew Thomas Dillon, maar erg Engels klinkt het absoluut niet. Ik kan vergelijkingen maken en namen noemen als Guided By Voices, Mercury Rev, Flaming Lips, of Arcade Fire, maar dat is onterecht, want met Puddle City Racing Lights eist Windmill een eigen plek op. Betoverend, breekbaar, overdonderend. (Mania)

CocoRosie - The Adventures Of Ghosthorse And Stillborn
De Amerikaanse zusjes Bianca en Sierra Casady lijken weggelopen uit Het Land Van Ooit; de een als pierrot, de ander met een snor (type Salvador Dali). Zeg niet dat ze niet gek zijn. Ze hebben lak aan muzikale wetten en doen ook op hun derde album wat hen ingegeven wordt. Denk aan kleine geluidjes, speelgoed, dieren, gekke tierlantijntjes, samples en tegenwoordig ook wel beats. Dat laatste maakt hun vreemde liedjes een stukje toegankelijker. De meiden hebben iets met opera, hiphop, cabaret, Frankrijk, lo-fi, Greenpeace, folk, de middeleeuwen en de New Yorkse zanger Antony, die ook nu weer een (kleine) gastrol opeist. De productie blijft onorthodox, de liedjes zijn vooral maf. Toch wint dit rare meisjesduo per cd meer zieltjes. Vanwege de spontaniteit en kinderlijke onschuld waarschijnlijk. Dat laatste is echter soms schijn. Ontleed hun teksten en kleur de plaatjes! (WJ/BN/De Stem)

PATRICK WOLF - THE MAGIC POSITION (POLYDOR/UNIVERSAL)
Deze slechts 23-jaar jonge Brit is nu al aan zijn derde soloalbum toe. Dat de man zwaar getalenteerd en een beetje extra ordinair was, bewees hij met de indiealbums Lycanthrophy en Wind In The Wires al volmondig. Dit keer komt de cd voor het eerst bij een major uit en heeft deze moderne combinatie van Marc Almond, Jeff Buckley, David Bowie en Rufus Wainwright zowaar nog meer uit kunnen pakken. Wolf moet zich als een vis in het water hebben gevoeld met dat grote budget in die dure studio’s. Dat hoeft niet per definitie tot betere resultaten te leiden, maar bij deze flamboyante jongeman levert het een kleurrijke kermis aan songs en hoesfoto’s op.

Enigszins misplaatst overmoedig schotelt hij ons een heuse Ouverture en Finale voor, de songs daartussen verraden een groot eigenzinnig talent dat niet bang is de nek uit te steken met een reeks vrolijke, soms erg pakkende, maar een paar keer ook amper te doorgronden popliedjes vol vreemde arrangementen en een keur aan strijkers. Soms is er prachtig dramatisch pianospel in een krachtige ballade, diverse liedjes zijn ook doorspekt met speelse elektronica en/of bombast. Zeg niet dat de man geen durf, inzicht of talent heeft. Ja, deze flamboyante Wolf komt er wel. (WJ/OOR)

Arctic Monkeys - Favourite Worst Nightmare
In 2006 het gesprek van de dag, nu al klaar met de opvolger. Waren deze straatschoffies een hype, overgewaardeerd of was er echt iets bijzonders aan de hand? Dat debuut heeft een hausse aan klonen opgeleverd, maar hun cd’s kunnen geen moment tippen aan Favourite Worst Nightmare. Opener Brainstorm is waanzinnig, fel, luidruchtig, vol branie en super swingend! Wat volgt heeft een geweldige drive, knappe riffs, originele woorden en dito zanglijnen. Soms gaat het gas eraf (ze zijn tenslotte de twintig gepasseerd), toch blijf je steeds opnieuw verbaasd dat die geweldige liedjes niet al eerder geschreven zijn en miljoenen keren verkocht. Noem dit dus nooit meer snotapen. Alex Turner is een nieuw soort Ray Davies, een meesterlijke songschrijver die nu ook al liedjes maakt als Only Ones Who Know waar zijn leeftijdgenoten de neus voor ophalen vanwege te mooi, te diep, te tijdloos. Hulde!

 

Within Temptation - The Heart Of Everything
In 2002 dachten we dat er een wonder gebeurde toen deze Zuid-Hollanders met een poging om metal, pop, klassieke muziek en bombast het plots tot hoog in de hitparade schopte. Sprookjesmetal in fraaie jurken voor headbangers én hun meisjes, het bleek een gouden greep en allesbehalve een snel overwaaiende hype. De stevig openende cd The Heart Of Everything is het volgende succesverhaal op rij. Tot ver in het buitenland! Met weer meer hits en fraaie uithalen van zangeres Sharon den Adel, die er opnieuw met verve in slaagt veel melodie, folkachtige sferen en vredelievende woorden in deze uitgekiend gearrangeerde rocksongs te stoppen. Voorzien van bakken strijkers, pompeuze operakoren en gierende gitaren voor aspirant fans van de musicals van Joop van den Ende, blijkt dit opnieuw erg knap gemaakt en het brengt op originele wijze een oorspronkelijk ondergronds genre bij een breed publiek bovengronds. Da’s klasse!
(WJ/BNdeStem)

SOULSAVERS - IT’S NOT HOW FAR YOU FALL, IT’S THE WAY YOU LAND (V2)

Soulsavers. Mooie naam. Daarachter gaan Rich Machin en Ian Glover schuil, twee heren die al een aantal knappe remixen maakten voor Starsailor, Doves en Beastie Boys en in 2003 met het naar het schijnt knappe eclectische debuut Tough Guys Don’t Dance afkwamen. Dat zal allemaal wel, maar dit tweede album is ronduit sensationeel. Niet in de laatste plaats voor hen die smelten bij het horen van de stem van Mark Lanegan, als die zich zacht zingend en een beetje krakend op geheel eigen wijze in compleet eigen bewoordingen op een aantal warme songs van dit duo stort. Hoe vruchtbaar de samenwerking is, mag blijken uit het feit dat Lanegan in maar liefst 8 van de 11 songs de leadvocals verzorgd.

Sterker nog, het valt nog maar te bezien of de man ooit zelf met een sterkere opvolger van zijn Bubblegum komt. In opener Revival werpt hij zich vol overgave op een soort gospel, in Paper Money en Jesus Of Nothing blijkt zijn stem ook prima samen te gaan met lazy, groovy beats en in het ingehouden akoestische Kingdoms Of Rain laat hij de rillingen over je rug lopen.

Het fraaist van allemaal is het productietechnisch erg knappe en vreemde Ghosts Of You & Me, waarin Lanegan in een muzikaal decor gestopt wordt dat nog het beste te vergelijken is met dat van Mark Stewart & The Maffia tijdens een grootse dag in het leven van producer Adrian Sherwood. Ook de twee instrumentale tracks, waarin rock en een in ere hersteld soort triphop filmisch samenkomen én waarin een verdwaalde piano de gitarist van Calexico in de prairie lijkt te ontmoeten, bewijzen de ongekende klasse van het duo Machin en Glover.

Dat ze zowel The Rolling Stones (No Expectations) en Neil Young (Through My Sails) op originele wijze coveren zegt iets over hun goede brede smaak en dat ook Will Oldham en Jimi Goodwin (Doves) nog aanschoven tijdens de opnamen die grotendeels in 2005 op de thuisbasis in het noorden van Engeland of in Los Angeles plaatsvonden, is goed voor de statistieken. Het zijn toch vooral de adepten van de soms diep gevallen, maar hier prachtig gelande Mark Lanegan, die zich deze avontuurlijk nieuwe soul van de man niet mogen laten ontglippen. Want juist daarom doen deze Soulsavers hun naam geweldig veel eer aan.

(WJ/OOR)

ABSYNTHE MINDED - THERE IS NOTHING (UNIVERSAL) Kleine bandjes worden groot. Maar met Absynthe Minded gaat het plots wel heel erg hard. In 2003 besloten ze aan de Rock Rally mee te doen (ze werden ‘slechts’ tweede), nog geen vier jaar later ligt nu al het derde album (het eerste via een major) in de schappen. Ook in de songs van zanger/gitarist/componist Bert Ostyn zijn de groeistuipen merkbaar. Het studentikoze karakter is nagenoeg helemaal verdwenen. Helaas ook een beetje het zigeunerachtige karakter in de muziek, waar vooral ‘normale’ rockinvloeden de rol van inspirators als Django Reinhardt en sfeerimpressies vanuit de Parijse jazzwereld langzamerhand overnemen. Je zou ook kunnen zeggen dat de band steeds meer een eigen gezicht krijgt, nog altijd zonder oogkleppen volledig open acteert, maar zich tevens nooit wil herhalen. Ook dat zijn kenmerken van het volwassen worden. Belangrijker is echter dat de songs beter en beter worden en missers volledig ontbreken. Referenties zijn er ook. In opener Plane Song horen we naast veel eigen mid-tempo rock ook een beetje Nirvana doorklinken, terwijl in I Wanna Forget het gitaartje even Blur citeert. Onderscheiden doet dit vijftal zich echter als het speels met folk flirt, de viool klaar komt, er groovy ritmes worden ingezet of het vette orgel even loos laten gaan. Tijdens A Great Height (met het uitgebreide lalala-koortje) is het puur feest en inhaken geblazen. Veel succes zal er ook weer weggelegd zijn voor de prachtige ballade I’ll Be Alright (inclusief schitterende gitaarsolo) en de ingetogen afsluiter Silent Song, die echter net niet kunnen wedijveren met hun monumentale Vlaamse megahit My Heroics, Part One van de vorige, ook door Jean-Marie Aerts geproduceerde cd. Voor de rest niets dan lof voor zoveel sterke songs van deze nog altijd bijzonder jonge band. Absynthe Minded is een blijver! (WJ/OOR)